In den beginne zorgde God voor een oerknal…

Ik ben moeder van twee dochters en dat vind ik geweldig. Enerzijds omdat het moederschap een perfect excuus is om het kind in mezelf aandacht te geven en het leven door kinderogen te bekijken. Anderzijds omdat ik het fantastisch vind om mijn kinderen als gids door het leven te loodsen. Over het resultaat daarvan ben ik best te spreken. Mijn kinderen zijn echt de allerleukste: grappig ondeugend, keurig, lief voor anderen en hun schoolresultaten laten niets te wensen over. Alleen die moeder… Die rent er nogal eens achteraan, komt regelmatig te laat en mompelt best vaak ‘dat weet mama ook eigenlijk niet’. Vandaar dat ik blij ben met alle (pedagogische) hulp die ik kan krijgen.

Onder dat mom bezocht ik deze week het symposium Schepping of evolutie – wat vertellen we onze kinderen? Ofwel: hoe vertel je je kinderen dat God de wereld heeft gemaakt met de oerknal en evolutie? Nanobioloog Cees Dekker schreef er samen met Corien Oranje een kinderboek over omdat hij aan kinderen wil laten zien dat evolutie geen belemmering hoeft te zijn om te geloven.

Hellend vlak
Ik moest die avond denken aan mijn eigen middelbare schooltijd. Als God-heeft-de-wereld-in-zes-dagen-gemaakt-meisje kwam ik op mijn openbare middelbare school in aanraking met de evolutietheorie. Ik worstelde me als 14-jarige met vragen door boeken die bevestigden wat mijn ouders mij hadden geleerd. De boeken die ik toen las, zijn inmiddels herroepen door de schrijver (ja, Willem Ouweneel).

Zelf vind ik het nu toch het meest logisch om de wetenschap te volgen in haar inzichten rondom het ontstaan van de aarde en de mens. Hoe ouder je wordt, hoe meer nuance je leert aanbrengen, ook in je geloof. Het hellend vlak waarvoor je ouders waarschuwden –‘als je niet in de schepping gelooft, geloof je straks niets meer’- bestaat niet. Ik geloof nog steeds, alleen niet meer in de schepping in zes dagen.

Kernideeën
Dat is ook wat ik mijn kinderen wil vertellen, maar gek genoeg lijken de twee, schepping en evolutie, in kindertaal toch tegenover elkaar te staan. Gelukkig had Cees Dekker die avond een opvoedinzicht voor mij. Hij haalde de Amerikaanse theoloog/filosoof Francis Schaeffer aan die pleitte voor het meegeven van kernideeën aan kinderen. Het verhaal dat je kinderen vertelt, is in de kern hetzelfde, maar in de loop van de jaren wordt het steeds meer uitgediept en uitgebouwd. Kinderen leren bovendien door herhaling, weten we ook uit de ontwikkelingspsychologie en worden zo in de loop van de jaren ook meer eigen met het verhaal.

Dat God aan het begin van deze wereld stond, de oorsprong is, is voor mij zo’n kernidee. Een God die contact zoekt met de mens. Dat krijgt mijn jongste mee in dat prachtige, poëtische scheppingsverhaal. En voor mijn oudste wordt het tijd om het idee uit te breiden, met sterrenstof, met een oerknal en met evolutie.

Toen ik er wat langer over nadacht vond ik het voor mijzelf ook een mooie gedachte. Kernideeën, die steeds terugkeren, uitgediept, bijgeschaafd, gepolijst worden, zonder de illusie dat ze ooit ‘af’ moeten komen. Daarvoor is een leven lang te kort. Er hoeft hier op aarde niets af. Wij mensen zijn mentaal in staat om ons bezig te houden met het proces, niet met de voltooiing.