Kierkegaard: ‘Liefde veronderstellen in de ander, daar gaat het om’

Het zijn er veel, en zo dicht om mij heen ook. Mensen die overlopen van liefde voor vluchtelingen. Het is alsof ze al tijden hebben gewacht op de vluchtelingenstroom om heerlijk relevant, urgent en actueel christen te kunnen zijn. Alsof ze een voorraad liefde hebben opgebouwd die in het gewone, comfortabele Hollandse bestaan door niemand werd opgeëist, maar die nu een adres heeft gekregen.

Overlopend vat

Dit is natuurlijk niet waar, maar zo komt het op mij over. Waarschijnlijk omdat ik het niet heb, dat ogenschijnlijk vanzelfsprekend overlopende vat vol mededogen, affectie, liefde. Natuurlijk vind ik het verschrikkelijk, schrijnend en soms te pijnlijk om naar te kijken, die stromen mensen die zich door hekken wringen of op stations liggen te slapen. Om nog maar te zwijgen van dat beeld van een stilliggend kind op het strand, de branding onverschillig kabbelend rond zijn gezicht.

Luidruchtige gedachten

Maar mijn hoofd zit ook vol met luidruchtige gedachten, mijn hart loopt over van angst en wantrouwen. Ik pieker en vertwijfel over ‘opvang in de regio’, over ‘al die jonge mannen’, over ‘christenen mishandeld en overboord gezet’. Terwijl ik weer verontwaardigd wegschrik als iemand rabiaat rechtse taal uitslaat. Kortom, ik weet het niet zo goed meer.

Liefde veronderstellen

In zo’n bui pakt Kierkegaard me weer eens bij de lurven met een stuk uit Wat de liefde doet:

‘Maar wat is nu eigenlijk liefde? Liefde is het liefde te veronderstellen. Liefde bezitten betekent dat je liefde bij anderen veronderstelt. Liefdevol zijn betekent dat je veronderstelt dat anderen liefdevol zijn.’

In al z’n simpelheid helpt zo’n citaat mij om de in mij ronddraaiende vertwijfeling tegen te gaan. Ik hoef niet te weten wat al die mensen die uitbreken in hulpgedrag in mijn omgeving precies beweegt. Ik moet de liefde in ze veronderstellen. Ik hoef niet te weten wat er om gaat in de hoofden van al die mannen met die – in mijn ogen- donkere blikken die aan land stappen in Europa. Ik moet de liefde in ze veronderstellen.

Als mijn hart blijkbaar niet spontaan overloopt van alleen maar warme gevoelens is het zinloos om daar over te vertwijfelen, of om die ambivalente gevoelens te vertalen een roep om veiligheid en controle.

Fundamenteel vertrouwen

Als iedereen de liefde in de ander zou veronderstellen, in plaats van bezig te zijn met wat er in haarzelf opdoemt aan al dan niet affectieve gevoelens, zou er ongekende revolutie plaatsvinden. Liefde zien en gaan beleven als iets dat niet in mijzelf aanwezig hoeft te zijn om het te kunnen geven, maar als iets dat tussen mensen ontstaat als we elkaar fundamenteel vertrouwen geven; dat zou wat zijn.

Om nog eens op te kauwen, omdat Frans zo’n mooie taal is en omdat heus niet alle wijsheid uit Denemarken komt:

‘L’amour, c’est donner ce qu’on n’a pas’ – ‘Liefde is iets geven wat je niet bezit’