Waarom ik mijn boek 5 keer moest herschrijven

Vergeleken met de meeste journalisten ‘produceer’ ik weinig woorden op een dag. De meeste tijd gaat zitten in studeren: boeken lezen, googelen, gesprekken voeren, rondjes lopen en mijmeren. Maar ondanks mijn traagheid ken ik niet zoiets als een writer’s block. Maak me bij wijze van spreken middenin de nacht wakker en ik heb een idee voor een artikel.

Het was daarom nogal een verrassing toen het schrijven van mijn nieuwste boek #Jezus op zo’n worsteling uitliep. Compleet boek af, herlezen – nee, dit is het niet, dit moet van a tot z overnieuw. Dus met een lege pagina beginnen en hele boek overnieuw schrijven. En dat vijf keer.

Wat was er aan de hand? Was ik ‘het’ opeens kwijt? Kon ik het niet meer?

Het boek was begonnen dit voorjaar, toen de glossy Jezus! uitkwam. Een tien jaar oud idee dat nu eindelijk lukte – en hoe. De reacties, van ‘binnen’ en ‘buiten’ het christendom, waren vrijwel unaniem prachtig. De stapels in de supermarkten vlogen weg, we kregen twintig minuten bij Humberto Tan en Twitter explodeerde eventjes (check #jezusglossy).

Al na een paar dagen dacht ik: hier moet ‘het boek bij’ komen. Ik denk dat Jezus de belangrijkste figuur op aarde is, essentieel om God, de wereld en mezelf te begrijpen. En een glossy is een alleraardigst medium, maar past niet bij iedereen. In een boek kan ik veel meer kwijt en ik hoef minder tijd te besteden aan het ‘verleiden’ van de lezer. Als een boek je eenmaal ‘heeft’, blijf je er trouw aan; een glossy, daar blader je eerder wat doorheen en die belandt onder de krant in de bak.

Ik begon dus meteen fanatiek te tikken, maar al snel liep ik vast. Ik vroeg me zo ongeveer bij elke zin af: hoeveel Reinier kan hierin?

Als lezer ga je je namelijk automatisch een beeld vormen van de auteur van een boek. Mag je hem of haar? Is diegene je vertrouwen waard? Dat weet je als auteur en je wilt op z’n minst misverstanden vermijden. Maar je kunt ook te veel van jezelf in een boek stoppen. Mijn grote vraag was vooral of ik mezelf als gelovige moest bekend maken. Dat zou op vele niveaus doordringen en leek me wel zo eerlijk, omdat ik nu eenmaal een vrij traditionele gelovige ben en elke levensbeschouwelijke positie speelt mee als je over zoiets groots als Jezus schrijft. Zie daar maar eens neutraal in te blijven.

De uiterste vorm die ik hierin heb uitgeprobeerd is een lang getuigenis: een hyperpersoonlijk verhaal over mijn bewondering voor Jezus. Ik heb deze versie (nummer 3) weggegooid, omdat ik de lezer zo vrij mogelijk wil laten. Als overal mijn eigen geloof doorheen schemert, geeft dat ruis in zijn of haar eigen proces. Uiteindelijk heb ik er daarom zelfs voor gekozen alleen heel kort mijn eigen positie te noemen, maar verder die zo veel mogelijk weg te stoppen.

Maar waar stoppen de feiten en beginnen de meningen? Elke historicus worstelt hier in elke geschiedenis mee, maar de verhalen over Jezus zijn hierin nog het meest onderzocht en het meest controversieel. Er is zelfs een mini-traditietje geweest van 19de-eeuwse historici die oprecht dachten dat hij nooit bestaan heeft. Het is nogal een kakofonie.

Het ligt dan voor de hand te stellen: we weten het allemaal niet, iedereen z’n eigen ‘jezusje’. Maar dat is eigenlijk een onmogelijke positie. Want ieders ‘jezusje’ komt ergens vandaan en is helemaal niet zo ‘eigen’. Wat zijn de belangen van de bron van jouw ‘jezusje’? En is er niet ergens een veel mooiere en echtere heuse Jezus-met-hoofdletter?

Mijn uiteindelijke ‘oplossing’ is om in dit geval zo dicht mogelijk bij Wikipedia te blijven. Nee, ik vertel niet een ‘Wikipedia-evangelie’, maar de gegevens waarmee ik werk, kun je daar wel terugvinden. Om volkomen pragmatische redenen, want Wikipedia is niet de grootste expert op het gebied van Jezus, maar het is wel een van de weinige bronnen die door bijna alle lezers binnen enkele seconden is te vinden en dat maakt mij als auteur controleerbaarder, veel lemma’s zijn na vrij uitvoerige discussies tot stand gekomen en de beweringen hebben dus al enige ‘tests’ ondergaan, en daarom behoort de positie van veel lemma’s waarschijnlijk tot de minder controversiële.

Na vijf volledig versies – waaronder dus een hyperpersoonlijk getuigenis maar ook een hard-wetenschappelijke studie – is het nu een populair-wetenschappelijk, informatief boek geworden. Ik leid rond door de wereld van Jezus, beschrijf de belangrijkste denkbeelden uit zijn eeuw en waarin Jezus zich onderscheidde, en laat zien hoe er toen en tegenwoordig op hem gereageerd wordt.

Ik zie het boekje als een kennismaking op een feestje. Je vertelt over je leven, als het een beetje meezit zonder al te veel opsmuk, maar of je elkaar later nog ooit ziet is onbekend, laat staan of je 06-nummers uitwisselt.

Daarom is dit de prijsvraag: als jij Jezus tegenkwam op een feestje, wat zou jij als eerste tegen hem zeggen?

Er zijn vijf gesigneerde exemplaren van #Jezus weg te geven voor de vijf meest ontroerende, originele of anderszins opvallende bijdrages, hieronder in de comments, op Twitter dan wel op Facebook.