De peuterbijbel: spanning, geweld en een hoop narigheid

Op de voorkant van de peuterbijbel bouwt Noach aan zijn ark alsof het om een politiebureau van lego gaat. Vrolijk draagt hij de plankjes naar de leeuwtjes en de musjes en de koetjes en de kalfjes. De vrouw van Noach staat als een grijsharige Elly Zuiderveld op het dek. Haar jurk wappert in de wind. Ze zwaait naar de fotograaf.

Een paar dagen geleden vond ik een peuterbijbel in de kast van mijn oude slaapkamer. Als kind was ik gek op die verhalen. Ik zag de ark voor mijn kleine ogen verschijnen, net als de grote vis die Jona opslokte en ongedeerd uitspuugde. Ik begreep toen nog niet wat die verhalen betekenden. Maar dat kwam goed uit, want die mensen die mij voorlazen hadden meestal ook geen idee.

De zondagsschool
Ik was negen. Op de zondagsschool werd ons een verhaal over Abraham verteld. Omdat hij heel veel van God hield, wilde hij alles doen wat God hem gebood. Zelfs zijn eigen kind offeren. Daarom nam hij zijn zoon Isaak mee naar de berg die God hem had aangewezen. In de tussentijd moest Isaak zelf het hout dragen waar hij later zelf op zou liggen. Toen Abraham zijn hand hief om de eerste messteek toe te brengen, greep een engel in. De helse tocht was slechts een beproeving geweest.

Wij, kinderen, waren uitzinnig. Hoera. Isaak hoefde toch niet dood. De jongens en meisjes die nog niet van de stoel waren gevallen, veegden opgelucht het zweet van hun voorhoofd. Ook de zondagsschooljuffrouw vond het nog steeds een eng verhaal. Nogmaals: ik was negen. Ik mocht nog geen Pokémon kijken.

Toen het water zakte
Bijna alle verhalen in de peuterbijbel bevatten een mix van spanning, geweld en een hoop narigheid. Alsof de samenstellers met die criteria in hun achterhoofd de gruwelijkste verhalen uit de Bijbel hadden geplukt. Job zag zijn familie sterven en kreeg zelf de meest verschrikkelijke ziektes. Simson wierp twee centrale tempelpilaren omver, waardoor hij en duizenden Filistijnen de dood vonden. Een laatste heldendaad, las de zondagsschooljuffrouw in haar eigen boekje.

Ik had me als kind nooit afgevraagd waarom die mensen nou allemaal dood moesten. Nu ik ouder ben vraag ik me vooral af hoe de wereld eruitzag toen het water zakte, en hoe Noach zich voelde toen hij de verdronken, blauwe lijven zag liggen.