Dit is het enige echte verhaal achter de losgeslagen rode panda @RoffaPanda

Waar ik was, toen ik hoorde over Parijs 2015? Ik was een weekendje weg, naar een stad in het buitenland die net zo goed Parijs had kunnen zijn, maar dat niet was. Zoals we allemaal wel een neefje en een buurmeisje hebben dat bijna, maar Goddank net niet op het fatale moment op de fatale plek was. En dat op Facebook zette: ‘Marked as safe’.

Het voordeel aan het buitenland is, dat je er weg kunt lopen van de wifi in het hotel. Het voordeel van geliefde armen is, dat je erin weg kunt duiken – het voordeel van je ogen is, dat je ze kunt sluiten voor de terreur. Zolang je zelf maar relatief veilig bent, en wij, schrijver en lezers, zijn op 15 november 2015 nog in leven.

Twitterdetwitter

Dat je veilig in Holland zit, wil nog niet zeggen dat je dan ook je mond maar moet houden. Na elke ramp staan immers de Twitterkanonnen klaar om hun onvermoede expertise op het gebied van religie, geweld, geopolitiek en vluchtelingenstromen te etaleren. De beste stuurlui hebben een iPhone, en juist dit weekend zijn de massamedia een toegankelijk podium voor nauwelijks verborgen agenda’s en narcisme.

Ik heb ook een #opinie. Ik meen ook een vorm van gegronde expertise te hebben op het gebied van religie. Even voel ik de verleiding om te pogen een lucratieve hit te scoren met een oud stukje van mij dat op Blendle staat. Ik doe het niet – ik kies ervoor, mijn telefoon dicht te klappen en me te vergapen aan een Antwerpse kathedraal en mijn nichtje van twee dat sinds deze week zelf haar jas aan kan trekken.

De rode panda

The day after is Parijs zelf nog rustiger dan Twitter.com, waar het onkruid welig tiert en de opiniemakers over elkaar heen buitelen en elkaar proberen te overtreffen in grimmigheid en emo-porno. Ik was weer offline gegaan, ware het niet dat er luchtig nieuws was: er was een kleine panda uit Diergaarde Blijdorp ontsnapt.

Ik besluit het Twitteraccount @RoffaPanda (wachtwoord: roffapanda) aan te maken en wat flauwe plaatjes te twitteren.

roffapanda kleine panda rode panda

Voor ik het in de gaten heb, staan de tweets op de websites van Upcoming, RTL, Metro, Volkskrant, Jeugdjournaal and counting. Vragen journalisten om mijn telefoonnummer, plaatst het AD een interview en zendt Hart van Nederland een item over de losgeslagen Twitterpanda uit.

Wat is het geheim van de @RoffaPanda?

Hoe kom ik in een paar uur tijd en krap dertig tweets aan 1800 volgers, meer dan ik bereikt heb in duizend keer zoveel dagen (en berichten) op mijn eigen Twitteraccount?

Niet door mijn geestigheid.

Wie een beetje door de timeline van @RoffaPanda scrollt, komt eigenlijk maar weinig kwaliteit tegen. De grappen zijn aardige inhakers op z’n best, totale kitsch op z’n slechtst. Elke fotoshop rammelt als de tekst van John Ewbanks Koningslied. Toch ging de panda viraal. Waarom?

Het is vanwege de timing.

We willen wegdromen

In een wereld waar idioten onschuldige burgers kapotschieten schreeuwen we om schoonheid, onschuld en klein geluk. Om een vertederde glimlach. Maar die vinden we nergens meer, want op onze telefoon zien we bloedbaden en stille tochten en op verjaardagen een racistische oom of een huilende kennis. In dat alles staan we onszelf geen sprookjes meer toe – dit is de wereld waarin wij leven, en vandaag zijn wij allen Parijzenaars.

Totdat er een theoloog opstaat die een alternatief universum schetst. Geen peaceteken-vormige Eiffeltoren, maar een klein rood panda’tje dat de Markthal bezoekt. Geen grondtroepen in Syrië, maar een schattig diertje op een vlot op de Maas. Geen demonstranten die een al dan niet racistisch kinderfeest al dan niet verstoren, maar een guerilla-beertje dat het treinverkeer platlegt.

Een beertje dat iedereen aan het lachen maakt – op één vrouw na, dan.

Vandaag was God een rode panda

Talloze twitteraars zeiden dat ze de Roffapanda juist vandaag nodig hadden. Het aantal ‘bedankt voor het lachen’ berichtjes dat ik ontving, is niet op vier handen te tellen. Dat heeft niets met mijn gevatheid en alles met mijn achtergrond te maken – als theoloog, als gelovige deed ik vandaag wat ik altijd al doe. Ik gebruikte mijn fantasie, mijn beelden en mijn woorden om de wereld in een ander perspectief te zetten. Met verhalen, met genadige gein en met een held.

Die held moest vandaag geen joodse ‘Heer van de Hemelse Legers’ zijn, geen Christus de Overwinnaar met zijn voeten in het bloed en geen Allahu Akbar. Van die grote God moeten we dit weekend (terecht) even niets weten. God moest bescheiden zijn, God moest nabij zijn, God moest vandaag, wilde hij ons bereiken, even zo klein worden als dat rode wasbeerachtige wezen dat ondeugend, speels en vrolijk onze maatschappij op zijn kop zette.

Ik blijf geloven en hopen op de liefde

Wie vandaag ‘you made my day’ zei tegen de losgebroken Twitterpanda zei ‘you made my day’ tegen mij en dus, zonder het te weten, tegen de religie waar ik al mijn leven lang uit put. Want ik blijf geloven dat die gestoorde, heilige sprookjes ons uiteindelijk zullen redden.

Religie is in veel Nederlandse kringen een vies woord geworden. Onze oude traditie vol verhalen over een wereld die beter, die mooier kan en moet, is besmeurd door kerkelijk falen, machtsmisbruik en volkomen onbegrip. Dat is een gotspe, want het maakt dat we moeten vluchten in de richting van lollige Twitterplaatjes terwijl we een God hadden die barmhartig heette, die ‘ik ben er’ heette, sprak van verlossing en een wereld met gouden straten. Naar die God verlang ik terug, die wil ik weer mogen preken, in plaats van mij te behelpen met ontsnapte pandabeertjes.

Tot slot

Toen ik vanavond naar huis reed, betrapte ik een vreemdgaand stelletje op een verlaten industrieterrein. Ik at vredig een groenteburger bij de Mac, toen de vrouw naast me haar dienblad op tafel zette en haar dochters meldde: ‘Je moeder ging net bijna op de vuist. Dat wijf probeerde voor te dringen.’

Maar dat maakt allemaal niets uit, want ergens tien kilometer verderop, op een boom in Blijdorp, sluit een rode panda tevreden zijn ogen. Hij heeft zojuist de dag van zijn leven gehad.