Duivelse blogs | Drie tips om de duivel te weerstaan

Veel mensen luisteren graag naar paus Franciscus. Ook buiten de katholieke Kerk. Zijn beeldtaal, de herkenbaarheid en de toepasbaarheid van zijn voorbeelden maken dat ongeveer iedereen hem begrijpen kan. Tegelijkertijd zijn nogal wat mensen verwonderd door de regelmatige verwijzing naar de duivel in het spreken van Franciscus. In het bijzonder als het gaat over innerlijk geestelijk leven. Kan je het daar redelijkerwijze nog over hebben, aan het begin van het derde millennium?

Onderscheiding van de geesten
Ik meen te weten dat Franciscus, als hij het heeft over de duivel, niet meteen denkt aan een akelig mannetje met hoorntjes en bokkenpoten. Als jezuïet is hij doordrongen van de spiritualiteit van Ignatius van Loyola, de stichter van de jezuïeten. In die spiritualiteit staat de ‘onderscheiding van de geesten’ centraal: het leren onderscheid maken tussen wat komt van de goede geest van God en wat komt van de boze geest, de duivel. Het eigene van de goede geest is dat hij mensen dichter bij God brengt en dus bij meer leven en liefde. Het meest betrouwbare teken dat iets komt van de goede geest is de duurzame vreugde, rust, of vertrouwen waarmee zijn werking gepaard gaat. Het eigene van de boze geest is het omgekeerde. Zijn werking kan eerst wel leiden tot plezier. Het eindresultaat is steeds droefheid, boosheid, leegte, enz.

Vijand van de menselijke natuur
Ignatius noemt die kracht van het kwade ook de vijand van de menselijke natuur: een dynamiek die, op geniepige of open wijze, de mens probeert kapot te maken in wat hij is in het diepste van zichzelf. Ieder die iet of wat ervaring heeft met de mensenwerkelijkheid, weet dat die dynamiek bestaat en werkzaam is. In zijn Geestelijke Oefeningen geeft Ignatius 22 Regels voor de onderscheiding van de geesten. Het zijn subtiele aanwijzingen over hoe de goede geest maar ook die vijand tewerk gaan. In het bijzonder in het hart van de mens. Even eenvoudig als subtiel. Ze illustreren hoe de menselijke psychologie, enerzijds en de geestelijke ervaring nauw verstrengeld zijn. Het kwaad ageert vaak op het raakvlak van beide.

Hieronder zal ik kort drie regels van Ignatius van Loyola over hoe de vijand tewerk gaat toelichten. Inzicht in diens tactiek helpt om zijn listen te ontmaskeren en om je ertegen te wapenen in je innerlijk leven.

  1. De vijand als een wild beest
    Het is de vijand eigen om zwakker te worden, de moed te verliezen en met zijn bekoringen op de vlucht te gaan, wanneer wie zich in het geestelijke oefent resoluut het hoofd biedt aan de bekoringen van de vijand door er lijnrecht tegen in te gaan. Als daarentegen wie zich oefent, bij het ondergaan van bekoringen bang begint te worden en de moed begint te verliezen, dan is er op het aardoppervlak geen beest zo wild als de vijand van de menselijke natuur, wanneer die met een even grote slechtheid zijn verdorven bedoeling wil verwerkelijken. (Geestelijke Oefeningen, nr. 325)

Het is niet wenselijk om te onderhandelen met de bekoring of verleiding als die zich aandienen. De listen van de verleider zijn nu eenmaal onweerstaanbaar. Als je hem ook maar even in de ogen gaat kijken, dan ben je gezien. Als je hem een vinger geeft, grijpt hij meteen je hand, je hele arm. Vaak hopen we een compromis te kunnen sluiten: even proeven van de zoete vrucht om ons dan snel terug te trekken. Steeds weer denken we sterk genoeg te zijn om te weerstaan; tegen beter weten in. Neen, waarschuwt Ignatius. Het is alles of niets. De enige betrouwbare manier om de boze geest en zijn verleidingen onschadelijk te maken, is om hem zonder meer te negeren: hem identificeren, en vervolgens resoluut rechtsomkeer maken.

  1. De vijand verkiest te handelen in het verborgene
    Ook gedraagt de vijand zich als een lichtzinnig verliefde man die verborgen en onbekend wil blijven. Wanneer namelijk een lichtzinnige man met verkeerde bedoelingen de dochter van een goede vader of de vrouw van een goede echtgenoot aanspreekt, dan wil hij dat zijn woorden en overredingskunst verborgen blijven. Daarentegen valt het hem zeer zwaar wanneer de dochter of de vrouw zijn lichtzinnige woorden en zijn verdorven bedoeling aan haar vader of haar echtgenoot bekend maakt. Want dan zal hij al gauw tot de conclusie komen dat hij niet verder kan gaan met de onderneming waaraan hij begonnen is.

Op dezelfde wijze wil en verlangt de vijand van de menselijke natuur dat de listen en de overredingskunst waarmee hij een rechtvaardige ziel benadert, in het verborgene aanvaard en gehouden worden. Maar wanneer deze ze bekend maakt aan haar goede biechtvader of aan een ander geestelijk iemand die zijn listen en gemeenheden kent, valt hem dat zeer zwaar. Want hij komt tot de conclusie dat hij met de gemeenheid waaraan hij begonnen is niet verder kan gaan, nu zijn onmiskenbare listen bekend zijn gemaakt. (Geestelijke Oefeningen, nr. 326)

Geheimen
Een ander aspect van de aantrekkingskracht van de listen van de vijand is dat deze verkiest dat ze verborgen blijven voor de buitenwereld. Moeilijke, storende gedachten, redeneringen, voorstellingen, ervaringen enz. gedijen des te beter naarmate geheim worden gehouden door de betrokken persoon. Ze nemen steeds grotere proporties aan, gaan lopen met een steeds groter deel van de geestelijke energie of worden verstikkend. Het rustig uitspreken van die gedachten aan een vertrouwenspersoon helpt vaak om ze te ontmaskeren als verleiding, als drogredenering of als iets wat eigenlijk niet zo bijzonder of belangrijk is. Meteen gaan ze een deel, zo niet het geheel van hun kracht verliezen.

  1. De vijand als een legeraanvoerder die goed weet waar hij best aanvalt
    De vijand gedraagt zich als een legeraanvoerder die erop uit is te overwinnen en te roven wat hij verlangt. Wanneer een hoofdman of aanvoerder zijn kamp opslaat en de ligging en sterkte van een kasteel heeft onderzocht, valt hij het immers aan de zwakste kant aan. Op dezelfde wijze gaat de vijand van de menselijke natuur rond en bekijkt van alle kanten al onze goddelijke, kardinale en zedelijke deugden. En als hij de plek ontdekt waar wij het zwakst zijn en meer hulp nodig hebben voor ons eeuwig heil, dan valt hij ons daar aan en probeert ons te pakken. (Geestelijke Oefeningen nr. 327)’

Het is ‘logisch’ dat je belaagd gaat worden daar waar je kwetsbaar bent. Dit hoeft niet te verontrusten of te verbazen. Het verklaart waarom zelfkennis zo belangrijk is voor een gezond geestelijk leven. Als je weet waar en wanneer je kwetsbaar bent, dan kan je jezelf ook beter voorbereiden en beschermen tegen de aanvallen die er zeker gaan komen en die daarom ook niet hoeven te verwonderen.