Hoe Jezus mij ontwalgt

Ik heb thuis een plank boeken staan – en nog gelezen ook – over hoe mensen tot wandaden komen. Ik heb namelijk de hoop dat als je een beetje begrijpt hoe een gif zich verspreidt, je dan ook op tijd een tegengif kunt bieden. Of in elk geval iets vaker.

Wat in die boeken regelmatig terugkeert is: walging. We kunnen als mensen iets vies vinden. Uitermate nuttig, want doordat onze voorvaders wat minder vaak uit stinkende bronnen dronken en zwerende familieleden kusten, leefden ze langer en konden ze meer kindjes krijgen, waar wij uiteindelijk uit zijn voortgekomen. Onze walging is in de loop van de schepping-evolutie een zeer krachtige impuls geworden om hygiënischer te leven. In het Oude Testament zijn er talloze voorschriften die deze impuls hanteerbaar maken.

Maar alle gezonde neigingen kunnen verkeerd gericht worden. En zo kunnen we ook walgen van gezonde mensen en dieren. Diverse groepen proberen dat zelfs actief te stimuleren. In de nazifilm Der Ewige Jude werden bijvoorbeeld bewust beelden van Joden en ratten afgewisseld. In het huidige vluchtelingendebat worden de nieuwkomers ook regelmatig geassocieerd met enge ziektes (onterecht overigens, zo blijkt).

Het mooie is natuurlijk dat als je walging kunt aanleren, je het ook kunt afleren. Denk maar aan hoe je vroeger bier, olijven en schimmelkaas verschrikkelijk vond, en nu waarschijnlijk als delicatesse beschouwt. We kunnen ‘ontwalgen’.

Dé manier om te ontwalgen gebruikt hetzelfde psychologische mechanisme als Der Ewige Jude, maar dan andersom: je koppelt het gewalgde aan iets positief. Bier aan stoer, bijvoorbeeld. Olijven aan feest. Schimmelkaas aan volwassen. Met wat training werkt het heel aardig.

Zo, en dan nu de crucifix. Die had je niet zien aankomen!

Ik bedoel dit. De crucifix visualiseert een ‘walgelijke’ man: naakt, uitgemergeld, gemarteld, gewond, uitgeput, bebloed, machteloos, uitgestoten, bespot, vernederd, beschaamd, dood. Alles wat we normaliter zouden vermijden. Hij werd ‘veracht, verguisd en geminacht’, staat er niet voor niets.

En tegelijk weet ik dat dit Jezus is. Degene die ik ben gaan ervaren als de ultieme belichaming van God. Daarmee ga ik dus elke keer als ik een crucifix zie, het mooiste wat ik ken, God, associëren met iets wat naakt, uitgemergeld, gemarteld, gewond, uitgeput, bebloed, machteloos, uitgestoten, bespot, vernederd, beschaamd, dood is. Dat is nogal een training! Telkens als ik een crucifix tegenkom, werkt dat hetzelfde als toen je op een feestje die olijfjes dapper doorat – net zo lang tot je het verdroeg.

Ook tijdens zijn leven leerde Jezus al te ontwalgen. De mensen die ‘walgelijk’ werden gevonden, juist daarmee verbond hij zich. Hij ging eten met de ‘smerigste’ zondaars en hij raakte aan wie er ‘goor’ uitzag of ‘afstotelijk’ was.

Mijn tip van de dag: kijk eens wat vaker naar een crucifix. En als dat je te heftig of te spiritueel is – eet wat blauwe kaas in een gezellige omgeving.

 

Beeld: Jay Wennington