Is er wel zo’n onderscheid tussen onze buiten- en binnenkant?

Herfst en verval, zo is deze dienst aangekondigd. Het was een werktitel die we hadden afgesproken toen de eerste bladeren nog moesten vallen. ‘Het wordt allemaal minder’ is de uiteindelijke roepnaam geworden van deze dienst voor (on)gelovigen. ‘Tegen de verzuring’ als ondertitel.

Het wordt allemaal minder. Grote spirituele goeroes en theologische denkers gaan soms helemaal op in dit gegeven. Hoe? Het is niet ongebruikelijk in religieuze taal om te spreken over de binnenkant en de buitenkant van een persoon. De binnenkant van je wezen is onzichtbaar voor anderen. Hooguit enkele mensen die je goed kennen, hebben er weet van, en God natuurlijk. Het is je innerlijk universum, een onbegrensd en te ontdekken heelal. In je onderbewuste wachten drijfveren en verborgen motieven geduldig tot het hun tijd is om aan de oppervlakte te komen. De binnenkant heeft eeuwigheidswaarde en kan de dood zelfs overleven.

Schoonheid vergaat

De buitenkant is het omhulsel van die binnenwereld en leidt af van de binnenkant. Het is wat anderen kunnen zien. De kleding die je aan hebt, je kapsel, je computer, het huis dat je bewoont, het hoort allemaal bij de buitenkant. De buitenkant is spiritueel gezien ondergeschikt aan de binnenkant. Het is de schoonheid die vergaat, de jeugd die achter je ligt. Het is de wasmachine die kapot gaat en de auto die een beurt moet krijgen.

Het gaat om de binnenkant

Terecht of niet, in de christelijke godsdienst voert men soms een ware kruistocht tegen de buitenkant. De binnenkant, daar gaat het om. Al lig je dood in je graf, van binnen word je juist dan opnieuw geboren. Het is verhaal van Martha en Maria die Jezus ontvangen. Martha ploetert en boent en loopt rond met de hapjes voor Jezus. Maria doet ogenschijnlijk helemaal niets, zit aan de voeten van Jezus en luistert. Maria wint de battle volgens Jezus. Zij heeft het beste deel gekozen.

Binnen- vs. buitenkant

Het heeft bij mij heel lang geduurd voordat ik dat onderscheid tussen binnen- en buitenkant kon plaatsen. Het zette mij steeds op het verkeerde been. Er woont namelijk een clochard in me. Ik kan mezelf ontzettend verwaarlozen: een maaltijd overslaan – met name het ontbijt vind ik een lastige – of aankopen uitstellen. ‘Allemaal buitenkant’, zegt de clochard in me, ‘dus wat maakt het uit.’ En als ik dan de drempel over ben en die stap heb gezet in de richting van eten, drinken, vakanties of nieuwe kleding, dan is er altijd dat zure engeltje op mijn schouder dat me zachtjes toefluistert: ‘Tom, daar gaat het niet om’.

Glitter & glamour

En ook in mijn werk tob ik met het onderscheid tussen binnen- en buitenkant. Ik heb in kerken nogal eens fronsende wenkbrauwen, verschrikte blikken en afkeurende stiltes moeten ondergaan omdat ik daar juist weer wees op het belang van de buitenkant bij presentatie van kerk en geloof. Tobberig, bloedernstig en bescheiden, dat is het ware geloof. Het zout der aarde. Denk eens aan al die mensen die het niet goed hebben. En beschaamd droop ik dan af. En ook hier weer die dubbelheid: want religie heeft in de loop der tijd toch ook heel wat glitter en glamour geproduceerd. Het Christendom woont in paleizen. Als Jezus ooit terugkeert kan hij rekenen op een vorstelijk onderkomen.

En dan is er dat masochisme in geloof: Op de bodem van de binnenkantput, daar gebeurt het. Pijn is fijn en verdriet is lekker. Ik ben er misschien ook allergisch voor. Al te pastoraal ingestelde collega’s die zich met de beste bedoelingen op mij werpen: ‘Hoe is het met je?’ Sensitivity-achtige trainingen tijdens mijn opleiding tot predikant, ik kon het niet: met z’n allen stil zitten wezen en wie dan als eerste praatte kreeg op zijn donder. En dat was ik dus. Want “jij kunt de stilte de stilte niet laten zijn. Jij vindt stil zijn te confronterend”.

‘Bert, slaap je al?’

Nee, dat kan ik niet. Stil zijn. Ik lijk op Bert van Ernie. Ik ben van ‘Wat als Bert nooit meer wakker wordt?’ en ‘Bert, Bert, slaap je al?’ Ik ben ooit weggerend bij een weekendje mediteren toen ik erachter kwam dat het echt de bedoeling was dat je de hele dag zwijgend op een stoel moest zitten met geloken ogen. ‘Als God had gewild dat ik dat kon, dan had-ie me als standbeeld op de wereld gezet’, liet ik de meditatiemijnheer weten. En weg was ik.

Ik vertoon vluchtgedrag bij alles wat tot stilstand komt. Ik heb tijdens mijn stage op de afdeling geestelijke verzorging van een ziekenhuis af moeten leren om een kamer binnen te wandelen bij een ernstig zieke patiënt met kreten als ‘wat heeft u hier een mooi uitzicht’. Diepgang zoeken in ellende is mij van nature niet gegeven. Ik heb wel eens vertwijfeld afgevraagd of dominee wel het goede beroep voor me was.

Lachen om de absurditeit

En daar zat ik dan op mijn 31e, niet lang na de dood van mijn vader – overwerkt, uitgeteld, vermagerd, m’n verkering was uit – op de bank van een psycholoog. ‘Ik heb geen binnenkant vrees ik’, zei ik tegen haar.

En toen vertelde zij me over de lachende Boeddha. De Boeddha die weliswaar erkent dat het leven lijden is, maar niet ophoudt met lachen vanwege de absurditeit van het leven. Verdriet en geluk zijn geen hermetisch afgesloten werelden. Ze wees me ook op de gave van de nuchterheid. Het mensloze, de nacht, het zwarte weten, we worden erdoor omringd en ook ons leven wordt op een dag afgebroken. Dat is zo. Daar valt niets aan te veranderen. Je hoeft wat krom is ook niet altijd recht te praten. ‘Dat zijn twee aspecten van jouw binnenkant’, zei ze. ‘Maar er is vast meer. Ga daar naar op zoek.’

Als de buitenkant vanzelfsprekendheid verliest

En zo ben ik er anders naar gaan kijken. Naar dat onderscheid tussen de binnen- en buitenwereld. Geen enkele binnenwereld is dezelfde. En dus is het bedenkelijk als religies al te harde eisen opleggen aan onze innerlijke ontwikkeling. Zeker, in algemene termen als liefde, goedheid, vrede kun je erover spreken, maar als je wat meer wilt zeggen dan dat, dan moet je eerst heel goed kijken wie je tegenover je hebt, want anders neemt de vervreemding alleen maar toe. Ik heb in die periode ook geleerd dat de binnenwereld transparanter en evidenter wordt als de buitenkant zijn vanzelfsprekendheid verliest. De scheiding tussen binnenkant en buitenkant is vloeiender, minder dwingend ook. Het is uiteindelijk ook maar een bedenksel, dat onderscheid.

Toen mijn vader al weer een tijdje dood was, zei mij moeder: ‘De mensen zijn ineens veel aardiger voor me.’ ‘Natuurlijk’, zei ik, ‘ze willen je sparen.’ ‘Nee’, zei ze, ‘dat bedoel ik niet. Nu ze van mij weten dat mijn leven ook moeilijk is, vertellen ze uit zichzelf dingen aan me die ze daarvoor niet zouden vertellen.’

Dat dus. Dat gesprek, die openheid, die ontmaskering van dat onderscheid tussen binnenkant en buitenkant. Dat wens ik ons vanmiddag ook een beetje toe. Tegen de verzuring.


 

Dienst voor (on)gelovigen bezoeken?
Met Zinvloed ben je van plaats gegarandeerd! Kom met jouw gespreksgroep, bijbelkring, vriendengroep naar deze diensten. Kaartjes kosten dan maar 5 euro pp. (maximaal 10 kaarten per bestelling) en zolang de voorraad strekt info via: [email protected]

Kom je gewoon zelf. Dat kan natuurlijk ook. Bestel dan kaarten via de website van het theaterpand in Weesp. Wees er wel snel bij want de diensten raken altijd uitverkocht.

Over de diensten:
Cabaretier Sara Kroos, predikant Tom Mikkers, tekstschrijfster Coot van Doesburgh en muzikant Martijn Breebaart zijn het vaste team van deze bijzondere zondagmiddagen. Met grote en kleine levensvragen, met muziek, een preek en een column, zijn hun diensten voor gelovigen, ongelovigen, en voor alles daar tussenin. Niet voor niets dat de diensten altijd volledig uitverkocht waren: iedereen voelt zich welkom en het gaat altijd ergens over, maar er wordt ook zeker gelachen. Iedere maand heeft de dienst een ander thema. Met gratis iets lekkers bij de zondagse koffie! Data 8 november, 6 december, 17 januari, 28 februari, 20 maart, 24 april, 22 mei – locatie: Theaterpand Weesp – aanvang 15.00 uur Meer info: http://zone1380.nl/theaterpand-weesp/