Toen de engel van Allah mij bezocht

Terwijl we spelletjes deden, aan glazen wijn nipten, rinkelden de persalarmen op onze telefoons. Parijs, Allah Akbar, gijzeling, schoten, doden. Wij prikten nog eens een woord uit het woordenboek, om de betekenis ervan te raden. Wij pakten nog eens een chipje, dronken machteloos door.

Even later stond ik buiten, in een mij onbekende straat in Amsterdam en zocht de bushalte. Het was middernacht geweest. De bus die ik wilde halen, reed aan de andere kant van de straat voorbij. Een man met een hond wees de weg naar Amsterdam Amstel; gewoon tien minuten naar rechts lopen, zei hij.

Dus ik zette de pas erin. Ik volgde een brede weg, liep over het fietspad. Ik zag geen huizen meer, alleen maar bomen en auto’s. Een jonge man op een rammelende fiets fietste langs, keek even om, maar fietste hard door.

De engel van Allah
Even verderop remde hij. Keerde. Er was niemand in de buurt. Het was hij en ik, op een weg die naar Amstel zou moeten leiden, maar dat klaarblijkelijk niet deed. Hij stopte naast me en begon in het Engels: ‘Allah ordered me to save you, you look lost’.

Hij had een baard, een leren jasje, stralende ogen. Hij vertelde dat hij uit Pakistan kwam, dat hij aan het bidden was op de fiets, omdat de weg zo stil was, de bomen zo rustig, en dat Allah toen had gezegd dat hij om moest keren.

‘Come, I’ll take you to Amstel, you’re going the wrong way.’

Ik vroeg hoe ik hem kon vertrouwen. Ik had de aanslagen in mijn achterhoofd, die gepleegd waren door mannen met zijn profiel: fanatiek moslim met baard. Hij pakte zijn telefoon: ‘You can check my Facebook, call my brother or so, but you have to know that I will not harm you, I believe it is my duty to bring love to everyone’.

Wat was dit voor moslimhippie? Ik sprong achterop, hield me vast aan zijn jas. Mijn goedgelovigheid ten opzichte van mannen heeft me al meerdere keren in mijn leven in de problemen gebracht. Toch kies ik er steeds voor naïef te zijn, om niet verbitterd te raken. Om er vertrouwen in te houden dat mensen in staat zijn het goede te doen.

We reden door een donker parkje, in slakkentempo. Zijn fiets rammelde, erg stevig was-ie niet. Ik twijfelde even aan mijn keuze om achterop te springen, een keuze die vooral was ingegeven door de gedachte geen hele groep verantwoordelijk te willen maken voor de daden van eenlingen.

Solidariteit
Want: willen we tolerantie, willen we solidariteit, die mooie woorden waar we als westerse, democratisch denkende zielen zo prat op gaan, dan moeten we ons niet laten leiden door angst waardoor we stigmatiseren en het sticker ‘IS-strijder’ op iedere bebaarde islamiet plakken.

Het is beter open te staan voor de mens achter de baard, ieder individu heeft immers zijn eigen ideeën over God of Allah en over hoe religie het leven bepaalt. Als we snel oordelen, vrezen, uitschelden, dan werken we mee aan hetgeen dat we juist willen voorkomen: verdere polarisatie, een angstcultuur.

De Pakistaan praatte aan een stuk door, ik ving flarden op, de rest verwaaide met de wind de Amsterdamse nacht in. We hadden het over God en Allah, vrede en terrorisme, de moeilijkheidsgraad van de Nederlandse taal. Tot hij remde, voor de ingang van station Amsterdam Amstel.

Met een handdruk en een ‘May Allah bless you’ nam hij afscheid. Jammer genoeg deed hij toen iets waardoor er een kleine barst kwam in mijn beeld van hem als door Allah gezonden engel. Ik geloof best dat ik van verdwalen ben gered door iets hogers, maar het lijkt me wel erg onwaarschijnlijk dat Allah de Pakistaan ook de opdracht gaf mijn telefoonnummer te vragen.


 

Beeld: ANP (15 november 2015) Bart Maat – Mensen verzamelen zich in grote getalen op Place de la Republique, daags na de bloedige aanslagen in Parijs.