We zijn allemaal buitenlanders

Deze zomer was ik te gast in een diaconessenhuis in het Duitse Leipzig, een gemeenschap van gelovige vrouwen. Op dit moment zijn de vrouwen vooral bezig met de opvang van vluchtelingen. Een van de diaconessen vertelde iets over haar motivatie om deze mensen te helpen en stelde mij de vraag: ‘Sind wir nicht alle ausländer?’.
Deze vervreemdende (retorische) vraag zette me aan het denken. Dagelijks zie ik in de media beelden van vluchtelingen die steeds verder Europa in proberen te komen. Ook zie ik bij ons het verzet, de angst dat ze teveel ruimte innemen in onze gemeenschappen of zelfs terroristen zijn.

Nederland mijn Vaderland
De Volkskrant interviewde kort geleden de beheerder van de Facebookpagina ‘Nederland mijn vaderland’. Deze pagina kwam in april in het nieuws omdat de reageerders zich buitengewoon grof uitlieten over de verdrinkende bootvluchtelingen in de Middellandse zee.

‘Mooi laten liggen, gaan vanzelf naar beneden.’

Volgens deze beheerder is nationalisme een vies woord geworden. ‘Het is heel vervelend voor die vluchtelingen, maar ik kies voor mezelf. En dat mag blijkbaar niet. We blijven maar uitdragen dat de wereld van iedereen is, maar onze voorouders hebben gevochten voor ónze grenzen. Ja, we zijn bevoorrecht, maar daarmee kunnen we niet de verantwoordelijkheid voor iedereen dragen.’

De beheerder praat verder over de motieven van de leden van de pagina: ‘Eerder angst dan haat overheerst. Angst dat er niet genoeg is voor iedereen. Wat is er mis met geluk zoeken, vragen mensen die voor open grenzen zijn. Wat is er mis met geluk willen behouden?’.

Het is denk ik iets van alle tijden dat wij plekken voor onszelf creëren waar we streven naar comfort en veiligheid en strijden om dat te behouden.

Verkeerde vastheid
Er is een oerverhaal dat een interessant licht op zaak werpt. Vind ik.

Op een dag voelt Kaïn zich onrechtvaardig behandeld. Zijn offer wordt niet geaccepteerd door God. Die van zijn broer Abel wel. Ondanks de waarschuwing van God om te heersen over zichzelf en wraak niet toe te laten, doet hij dat toch en vermoordt hij zijn broer. Zijn zonde drijft een wig tussen hem en God en hij vertrekt naar het land Nod, dat ‘dwaling’ betekent.

Kaïn bouwt vervolgens iets dat bijna de hele Bijbel symbool zal blijven staan voor een verkeerde vastheid: een stad. Hij noemde deze Henoch, wat ‘toegewijd’ betekent. Toegewijd aan zichzelf in stand houden.

Loslaten: terugkerend principe
Deze vastheid, gericht op eigen veiligheid, bouwen aan rijkdom en angst voor het onbekende conflicteert met een andere lijn in de Bijbel, namelijk het loslaten. Luisteren, vertrouwen, loslaten en gaan. Volgens mij is dat een terugkerend principe. Ik lees het bijvoorbeeld terug wanneer Jezus zijn discipelen roept en wanneer hij zegt dat wie om zijns naams wil familie, huis en akker verlaat, in veelvoud zal ontvangen (Mat 19:29).

Ik snap dat mensen geïrriteerd of boos kunnen worden als ze zien dat ons geld in bodemloze putten verdwijnt. Zoals het wellicht is bij het vluchtelingenprobleem. Ik denk ook niet dat we iedere vluchteling direct een verblijfsvergunning in z’n borstzakje moeten stoppen.

Het gaat hier volgens mij om een groter besef.

Buitenlander in eigen land
De Duitse diacones maakte mij door wat ze vertelde (en deed) bewust van het feit dat het niet haar welvarende land, maar genade is waardoor ze zoveel voorspoed mag ervaren. Een geschenk dat zijn essentie verliest als je het wil omgrenzen en voor jezelf wilt bewaren.

Ze durft te leven als een buitenlander in haar eigen stad en land. Een vreemdeling, omdat ze getuigt van het koninkrijk van God, dat niet gebonden is aan geografische menselijke grenzen.

Wat doet dit met mij? De vraag en het nadenken erover zet me weer op het spoor van de navolging van Jezus. Even weg van het bouwwerk van m’n zekerheden, genot en ambitie.