Het offer van Abraham: een verhaal vol vrees en beven

Rob Bell is niet iemand die bekend staat om z’n al te veilige formuleringen. Toch is zijn uitleg van het verhaal van Abraham die Isaak moet offeren een zoete, waterige versie van deze absurde geschiedenis. En hoewel hij zegt een ‘diepere laag’ in de vertelling aan te boren, laat hij heel wat diepte onaangeroerd.

Te klassieke essentie

Zijn Abraham vertrekt vanuit de veronderstelling dat God ‘net als de andere goden’ een offer eist. Bij de berg aangekomen zegt hij echter wel weer met Isaac naar beneden te zullen komen. De essentie is volgens Bell dan dat Abraham (en wij als lezer) erachter komen dat God niet de offers eisende god van de gangbare religies is, maar een God die geeft en voorziet.

Daarmee is het verhaal geworden tot een preek over wie en hoe God is. Een stuk klassieke verkondiging over het wezen van God. En dat in een tijd (de 21e eeuw) die nou niet eerst en vooral zit te wachten op waarheden van dat kaliber en door iemand (Bell) die dat op andere momenten heel goed lijkt te beseffen.

De fascinerende diepere laag

Nee, dan boort Kierkegaard zo’n 173 jaar geleden in Vrees en Beven een heel wat diepere laag in het verhaal aan, en komt hij met een uitdagender en fascinerender exegese.

Kierkegaard concentreert zich op de paradox in het verhaal. Het gegeven dat Abraham bereid was Isaac te offeren én tegelijkertijd vertrouwde hem niet kwijt te raken. Terwijl het bij Bell lijkt alsof Abraham onderweg al ergens de switch heeft gemaakt van ‘natuurlijk mag G/god zo’n offer vragen’ naar ‘deze God vraagt dat niet’, is uit het verhaal alleen maar af te leiden dat Abraham blijkbaar beide gedachten tegelijk had. En aangezien die twee elkaar uitsluiten hebben we met een paradox te maken.

Als we die paradox niet omzeilen, maar in alle onbegrijpelijkheid en absurditeit laten staan, kan de uitkomst van het verhaal geen geruststellend nieuw godsbeeld zijn. Het Abraham-verhaal levert geen onderbouwing op voor een preek waarin een bloeddorstige god verandert in een liefdevolle voorziener. Los van de eventuele waarde van dat inzicht is het een veel te oppervlakkige lezing van de geschiedenis van Abraham.

In stilte afdruipen

De geschiedenis van Abraham is er één vol vrees en beven. Het verhaal laat een God zien die ver voorbij de rite van het offer reikt naar het op zekerheid en overleven gerichte menselijk ego. Na een preek over dit verhaal zou het onmogelijk moeten zijn nog gezellig een kopje koffie na de dienst te nuttigen. Je zou in stilte afdruipen als je je realiseert dat vertrouwen op God neerkomt op alles durven opgeven waar je dagelijks op leunt en steunt om terecht te komen in de paradoxale situatie van iemand die moet sterven aan zichzelf om echt te gaan leven.

Zegt Kierkegaard daarmee nou dat het allemaal neerkomt op getob en geknok aan onze kant, terwijl Bell zo mooi verkondigt dat verhaal gaat over wat God voor Abraham doet en niet andersom? Nee, maar het vertrouwen dat God voorziet, is niet iets dat je even gezellig tijdens een preek opdoet. Het is een voortdurende praktische ontdekking op een weg vol stenen waaraan je je stoot en aanwijzingen waaraan je je ergert. De weg van een man die zei: ‘Zalig is hij die -één met mij- niet tot struikeling gebracht wordt!’ (Mattheus 11:6 Naardense Vertaling)