Ja, onze wereld smeekt om theologen…

Deze maanden mocht ik enkele honderden nieuwe volgers verwelkomen op Twitter. Al snel stroomden de vragen binnen in mijn inbox. ‘Ben je echt een rode panda?’ en ‘Mag ik dan bij jou op Tinder?’ konden met een eenduidig neen worden beantwoord. Maar dat woordje ‘theoloog’ hè… Is dat ook ironisch? Of ben je het echt? En wat is dat dan, wat doen die dan?

Blijkbaar heeft mijn beroepsgroep iets fout gedaan in de pr, want mensen kennen ons niet meer. Te veel bezig geweest met achterhoedegevechten, de studeerkamer of met preken voor eigen parochies. Wel, nieuwe vrienden, dit is wat een theoloog doet. Of zou moeten doen.

Om simpel te beginnen: theologie betekent van God spreken. Daar begint echter gelijk het eerste misverstand – velen van ons zijn helaas matig met woorden en al te goed met God. Terwijl een beetje theoloog juist ultiem worstelt met de Hoogste, maar dat wel steeds eloquent en toegankelijk doet.

Preken doen we, preken!
We preken ook, daar staan we om bekend. Nog zo’n glibberig woord. Je associeert het met je docent die tiert dat je je rijtjes goed moet leren. Met je ouders die je eens goed vertellen wat er gebeurt als je na half twaalf thuiskomt. Maar hé, dat is niet wat preken is. Preken is: verhalen van doorleefde hoop. Dat kan op vele manieren en via vele oude en nieuwe media.

Preken is droombeelden schetsen, de werkelijkheid naar een hoger plan tillen en wel op zo’n manier dat angst altijd verliest en hoop overwint. Zonder dat het ooit tot kitsch verwordt. Want theologen zijn al te bekend met duizenden jaren van leed en falen. Dat is de pest voor ons allemaal: dat we eigenlijk vaak diep pessimistisch zijn, maar ons geroepen weten om het cynisme in godsnaam kapot te blijven preken. Tegen de klippen op. Die roeping is geen vrolijke hobby, maar een theologische plicht.

Feesten doen we, feesten!
Bij dood, geboorte, trouwen, rouwen horen rituelen. Wij kennen rituelen die zich al lange tijd bewijzen, maar we zijn nieuwsgierig. Hoe doet die het, hoe deden zij het, hoe kunnen wij het doen? Het blijft een zoektocht, hoe je verhalen van geloof, hoop en liefde vandaag gestalte kunt geven op het kruispunt van een mensenleven.

Een theoloog is ook op feesten te vinden. Feesten zijn en waren manieren om het leven stil te zetten, structuur en diepte en vreugde te geven – omgeven met beelden, woorden en muziek. Waar je feest is, is je god en waar een god is, moet een theoloog zijn.

En de meeste daarvan is liefde
We moeten iets met liefde. God is liefde, zeggen ze. Liefde is God. Dat wordt nog wel eens plat vertaald naar ethiek, en ethiek wordt nog wel eens plat vertaald naar moraal, normen en waarden, setjes leefregels. Een beetje theoloog is wars van setjes leefregels. Een theoloog zoekt steeds waar en hoe de Liefde het kan winnen.

En die Liefde laat zich niet zo makkelijk vatten. Liefde en haat vermommen zich soms zo verraderlijk. Dat is de ultieme uitdaging voor ons. Waar wordt onderdrukt en is bevrijding nodig? Waar moeten wij bevrijd worden van onszelf? Waar moeten we bevrijd worden van de ander of van een of andere afgod die zich vermomt als een messias? Waar zijn we zelf de onderdrukker en moeten we ons bekeren? Voor wie moeten wij in Gods naam zelf een messias zijn?

We zijn er voor alle mensen
In dit alles staat een theoloog vaak met één been in de kerk en met één been in de wereld. Zowel in de kerk als in de wereld, denken wij, zijn de hoopvolle verhalen, verdiepende rituelen en de zoektocht naar de ultieme Liefde meer dan welkom, relevant en nodig. In beide moet gepreekt en ontmaskerd, gefaciliteerd en geduid worden door hen die vertrouwd zijn met de oude en nieuwe culturen, teksten en tradities.

Dat betekent dus dat we van veel markten thuis moeten zijn. We moeten Hebreeuwse teksten lezen, snappen wat Paulus en Franciscus bedoelen en weten wie Justin Bieber is. We zijn theoloog bij de koffieautomaat op kantoor, op een kruk aan de bar en liefst ook aan tafel bij Humberto, Jeroen en Matthijs. Waar mensen leven, beleven en samenleven, daar is God en daar is ook onze plek.

Geen parttime voor ons
Theoloog zijn is een ambt, een way of life waarvoor 9 tot 5 niet geldt. Zolang het leven, de cultuur en God geen pauzes inlassen, is er geen pauze voor een theoloog. Moeten wij leven, kijken, meeleven en wachten. Wachten tot een goddelijk woord van hoop, a thing of beauty, een vonk van liefde ontvlamt tot een vuur in de botten, zoals een joodse profeet het mooi verwoordde. En zijn collega zong:

Meer dan wachters naar de morgen, 
meer dan wachters uitzien naar de morgen.

Misschien is dat wel ten diepste wat wij theologen moeten zijn: de nachtwakers van de samenleving, die op de muren staan te turen tot de zon zich laat zien en dan uitzinnig roepen: ‘Kijk, het wordt al licht!’