Kringgebed: kunnen we daarmee stoppen a.u.b.?

Het is mijn minst favoriete moment: het gezamenlijke gebedsmoment van de bijbelstudiegroep. Lees: een ingewikkelde uitputtingsslag.

Zoals het betrokken christenen betaamt beginnen we standaard met het zogenaamde deelmoment: doorgaans is dit dé ultieme mogelijkheid om gelegitimeerd bijgepraat te worden wat betreft de laatste roddels. Toch is het ook essentieel; anders heb je misschien geen inspiratie meer voor de juiste bewoordingen en kun je je medebidders minder imponeren met je retorische vaardigheden.

Passief agressief
Dan gaan we echt van start. Vandaag bidden we op thema, namelijk ‘danken’. Helaas kom ik laat binnen en dat betekent dat ik als laatste aan de beurt ben. Balen, want als het dan toch moet/‘mag’, zet ik het liefst als eerste de toon: ‘Dank u Heer, dat het niet gaat om mooie woorden…’ De ervaring leert dat het prekerigheidsgehalte in volgende gebeden dan aanzienlijk minder is. Heel heilig voel ik me er niet door. Passief agressief zijn bij Jezus is helemaal niet leuk.

Ik zoek koortsachtig naar woorden en merk dat de moed me langzaam maar zeker in de schoenen zakt wanneer ik al mijn gebedspunten door anderen benoemd hoor worden. Zingen is twee keer bidden. Dat moet de man naast me ook weten, want wanneer het zijn beurt is zet hij op volle sterkte het refrein van een opwekkingslied in.

Substantiële bijdrage
Mijn beurt. Bij gebrek aan creatieve dankpunten bid ik in één zin voor iemand die het moeilijk heeft. Het blijft stil, word ik geacht meer te zeggen? Het zweet breekt me uit, nu moet ik ergens mee komen om een substantiële bijdrage te leveren. Koortsachtig ga ik alle gebedsopties af. Bingo: het schiet me te binnen dat Jezus de discipelen op hun verzoek ‘leer ons bidden’ het Onze Vader geeft. Dat is mijn redding, weifelend en ongemakkelijk begin ik: ‘Onze Vader die in de hemelen zijt’. Tot mijn grote schrik valt dit in de smaak en begint de hele kring hardop mee te bidden – net nu ik besef dat ik de helft van het gebed niet goed genoeg ken in de NBG-vertaling-variant. Ik ben de enige die amen zegt en ga zo op de valreep nog de mist in – want we zijn nog niet klaar en dat amen moet door de gebedsleider uitgesproken worden.

Gelukkig, het zit er weer bijna op. De man na mij herhaalt mijn gebedspunt nog een keer – maar dan uitgebreider. De gebedsleider spreekt nu eindelijk het verlossende woord (amen) en dus maak ik me uit de voeten om tegelijkertijd mijn eerste oprechte dankgebed van de dag omhoog te zenden: ‘Dank u God dat dit er weer op zit’. Eigenlijk zou ik willen stoppen met meespelen aan dit spel genaamd gezamenlijk gebed, want de kracht van gebed ligt niet in woorden, maar in innerlijk postuur.

Kringgebed kan mooi en opbouwend zijn. Maar hoe komt het toch dat ik me er vaak zo slecht raad mee weet? Misschien omdat het soms eerder tot een religieus samenspel van maniertjes lijkt te zijn verworden. Dus bid ik in mijn hart: Heer, ontleer ons bidden, en help mij om zonder poespas en ingewikkelde groepsdynamieken oprecht te focussen op U. Amen.

Dit blog werd eerder gepubliceerd op 30 november 2015

Beeld: Craig Sunter