Moderne Psalmen | ‘Ik wil hieruit ontsnappen en het goede zien’

Psalm 37

Zondaars trekken hun zwaard

en spannen hun boog,

om zwakken en armen te doden,

om af te slachten wie eerlijk hun weg gaan.

Op de middelbare school kreeg ik ooit een ongeluk met de racefiets. Misschien hadden klierende pubers uit baldadigheid het voorwiel losgedraaid, of misschien was de wielklem door alle schokken die hij dag in dag uit te verduren kreeg langzaam losgewrikt. In ieder geval raakten fiets en voorwiel definitief van elkaar verwijderd nadat ik over een dikke tak reed. Met vliegende vaart viel ik met mijn gebit tegen het stuur om vervolgens hard op de grond te smakken. Daar lag ik met een zware hersenschudding en losse tanden. Net als in de film verdween plotsklaps het geluid om me heen. Mijn zicht werd gereduceerd tot een tunnelvisie. In de verte zag ik in de smalle koker drie pubermeisjes op een brugleuning zitten. Als kleine duiveltjes begonnen ze me keihard uit te lachen. Enkele seconden later veerden ze zelfs op en renden op me af om nog harder te kunnen lachen om het leedvermaak.

De zondaar vraagt te leen en brengt niet terug

Op slechte dagen zie en hoor ik vooral de ellende om me heen. Een moeder die in de auto al rokend door de telefoon schreeuwt dat haar leven verschrikkelijk is terwijl de kinderen op de achterbank zitten. Mannen die op straat hun meisje slaan en uitschelden. Kinderen die achteloos hun rotzooi op straat gooien. En dan heb ik het alleen nog maar over de microkosmos om me heen.

Zoals nare ervaringen vaak zeven maal langer blijven hangen dan de goede, zo kunnen nare gebeurtenissen om je heen zeven keer meer ruimte opslokken. Alsof het kwaad dat je aanschouwt onder je huid gaat zitten. Voor je het weet lijkt niks anders te bestaan dan dat gevoel. Een alomvattende inktzwarte wereld. Waarom zou je ingrijpen? Je hebt eerder zin de opgeborrelde agressie van je af te slaan of te negeren, dan dat je ingrijpt.

De Heer trekt zich het lot van onschuldigen aan.

Kings of Leon beeldt het met hun klaaglied Pyro mooi uit in de videoclip. Een man zit al niet lekker in zijn vel en loopt vervolgens – waarschijnlijk om het te verdrinken – een bar binnen waar niemand liefdevol met elkaar omgaat. Het houdt niet op, ellende vanuit elk oogpunt. De agressie wordt enkel gevoed in plaats van dat hij troost vindt. Het mondt uit in een vechtpartij. Terwijl hij op z’n slachtoffer afrent, ziet hij ineens de blik van de opponent. Ook hij heeft verdriet. In de muziek volgt een melancholieke schreeuw, haast als de schreeuw van Edvard Munch. ‘Ik wil hieruit ontsnappen. Ik wil het goede zien. Deze blik. Waarom zag ik die niet eerder?’ In een vlaag van verstandsverbijstering lijkt vervolgens alles zich in slow motion af te spelen terwijl muzikaal de break klinkt. Er wordt ademgehaald. Langzaam glijdt de woede van z’n schouders.

Wind je niet op, laat je woede varen,

erger je niet, dat brengt maar onheil.

De drie puberende duiveltjes van de brugleuning struikelden door het bulderen van het lachen bijna over elkaars benen terwijl ze op me af renden. Totdat ze de ernst van de situatie inzagen. Toen werden het drie engeltjes. Ze tilden me op en begeleidden me naar het gezondheidscentrum om de hoek. Wat je ziet is soms ook afhankelijk van de afstand waarvan je iets aanschouwt.

Zie de onschuldigen, kijk naar de oprechten:

wie vredelievend zijn hebben de toekomst.

Al komt hij ten val, hij blijft niet liggen,

want de Heer richt hem op.