Poëzie van Rikkert | Genoeg, genoeg, het vechten ben ik moe

Ja kapitein, ik was het. Ik geef toe:
het lot dat ik probeerde te ontlopen
haalt mij nu in, ik ben al half verzopen.
Genoeg, genoeg, het vechten ben ik moe.

Zout zal ik drinken uit de oceaan
waar dit karkas, tot op het bot versleten,
verzinken zal. De doodsblik te vergeten
van wie ik in mijn schootsveld heb zien staan.

Vaarwel stram lichaam, tweestrijd, oud venijn;
bezegel mij met schelpen en koralen,
laat mij een schuilplaats voor de vissen zijn.

En als mijn pantser gaandeweg verteert,
bouw daar een rijk van eeuwig ademhalen,
een stad waar men de oorlog niet meer leert.