Snakkend naar Jezus in de kersthel van Intratuin

Ik sta met mijn dochter Tamar op mijn arm in de hel. Overal waar ik kijk, glimt en glittert het holle glas in duizenden kerstlichtjes. Een kerstman met appelwangetjes zit gezellig met een labrador voor de open haard en maakt mijn dochter wijs dat hij haar blij kan maken. Hij beweegt zijn hoofd mechanisch heen en weer en besluit met een diepe holle lach.

Wagens vol plastic

We gingen even een piek voor onze kerstboom kopen bij de kerstshow van Intratuin in Leusden. Ik ken Jezus lang genoeg om bij binnenkomst beduusd te staren naar de ontkenning van zijn komst in de wereld. Manden en wagens vol plastic kerstbomen, regenboogverlichting, sterrenlint en spiegelballen worden de hal uitgereden door mensen die Jezus waarschijnlijk niet kennen, of hem anders dankzij deze vertoning helemaal vergeten zijn.

Ik zwerf met Tamar achter mijn vrouw Anja en andere dochter Talitha aan, en probeer haar fluisterend te beschermen tegen wat ze ziet. Ik zoek naar een referentie, een ‘kapstok’ om haar iets te vertellen over dat andere verhaal, maar nergens vind ik Jezus. Wel een wand van 10 bij 10 meter met 18 verschillende stalletjes; het enige dat nog iets vertelt van wat er die nacht gebeurd is. Maar van dit porselein wil ik niets aan haar meegeven.

Jezus en zijn tweelingbroers

Dan ineens zie ik Hem staan: Jezus. Samen met 150 tweelingbroers staat hij met gevouwen handen ootmoedig te wachten, zijn ogen opgeslagen ten hemel, volop vertrouwend op de dag dat ze Hem zullen aannemen voor de prijs van 120 euro. Een sierlijke lichtblauwe mantel omvat zijn schouders en voor de gelegenheid heeft onze lieve Heer zijn haar met een krultang bewerkt. Jezus, mijn Heer en nicht.

Ik heb Tamar de naam van Jezus al geleerd. Elke avond lezen we het verhaal van Bart, die ‘au’ aan zijn ogen had, en heel hard om ‘Jeese’ roept. Tamar doet het voor. Ze kent Jeese wel. Op elk plaatje herkent ze hem onmiskenbaar aan zijn witte mantel en de mensen om hem heen. 
Ik stap naar voren om te zien wat er nu zal gebeuren. Ik wil weten of ze deze Jezus ook herkent. Dus wijs ik Hem aan en vraag: ‘Kijk eens Tamar, wie is dat?’ 
Dat is geen moeilijke vraag: ‘Dat is Barbie.’