Sorry, het gaat er niet leuker op worden

Er zijn hele onderwerpen gekaapt door gekkies. Je kunt er nauwelijks een fatsoenlijk woord over zeggen, of je lijkt jezelf meteen een nogal verdacht kamp in te loodsen. Het gaat niet eens over je standpunt, puur dat je het agendeert maakt je al verdacht. Cultuurpessimisme is zo’n onderwerp. Men denkt meteen aan de bebaarde dwazen die op het stadsplein schreeuwen dat je je moet bekeren. Of de preppers die hun atoombunker al gebouwd hebben.

Toch moet het mogelijk zijn nuchter en zelfs liefdevol te vertellen waarom je denkt dat de wereld er niet leuker op gaat worden. Ik ga het in elk geval nu proberen.

Mijn zorg begint bij het feit dat de techniek onverbiddelijk voortschrijdt. Denk aan hoe de auto’s er een eeuw geleden uitzagen. De telefoons in die tijd. Of vergelijk de eerste Lara Croft met die van nu. De technieken worden steeds sterker, maar daarmee kun je er steeds meer vervelends mee aanrichten. Ik was nogal onder de indruk van deze grafiek:

Untitled1Dat stipje linksonder is de atoombom op Hiroshima. Al snel kwam er de Tzar, die meer dan 3000 keer zo zwaar was. Sinds de jaren ’60 zijn er zoveel wapens op de wereld, dat we tientallen keren iedereen kunnen doden. Voor het eerst in de geschiedenis was het niet volledig uit de lucht gegrepen als je hysterisch riep dat de wereld verging.

Nu is dat natuurlijk oud nieuws, maar de techniek ontwikkelt verder. Sinds een jaar of twee kun je pistolen printen en sinds vorig jaar ook mitrailleurs. Allemaal nog niet met huis-tuin-en-keuken-3d-printertjes, maar dat duurt ook niet lang meer. In 2002 bouwde een wetenschapper zelf, puur op basis van informatie die op internet vrij beschikbaar is, een poliovirus. En dan was het nog onlangs die open brief van 3037 (!) kunstmatige intelligentie-onderzoekers die min of meer smeekten te stoppen met de ontwikkeling van autonome wapens, omdat dat een nieuwe oncontroleerbare wapenwedloop zal ontketenen.

Enzovoorts… Technieken worden steeds krachtiger en daarmee wordt de wereld steeds gevaarlijker. Wat we ertegen doen is: surveillance. De NSA en andere veiligheidsdiensten scannen zo veel mogelijk van je internetverkeer en profilen of je gevaarlijk bent of niet. Edward Snowden onthulde hoe ver dat gaat. Dit is bijvoorbeeld een slide die bij de NSA intern gebruikt werd. Het ziet er bizar knullig uit, maar het is echt:

Untitled2

Het komt erop neer dat vrijwel alles wat je op internet doet opgeslagen wordt. In de woorden van Snowden:

“The vast majority of human communications are automatically ingested without targeting. If I wanted to see your emails or your wife’s phone – I can get your emails, passwords, phone records, credit cards. I don’t want to live in a society that does these sort of things. I do not want to live in a world where everything I do and say is recorded.”

Waarom wil hij niet in zo’n wereld leven? Nou, ons antwoord op de voortschrijdende techniek is… andere voortschrijdende techniek. Die aan dezelfde complicaties onderhevig zijn. Alle techniek is machtsconcentratie, deze surveillance is ongekende machtsconcentratie en dat betekent… ongekende complicaties.

Dat zagen we bijvoorbeeld al nu onlangs hackers (denk: China) alle recente backgroundchecks stolen die de Amerikaanse overheid uitvoerde. Waarmee dus alle intieme informatie van 21,5 miljoen overheidsmedewerkers bekend is, inclusief wie chantabel is. Julian Assange (die van Wikileaks) verwoordde het probleem zo:

“Western civilization has produced a god, the god of mass surveillance. A god is omnipresent, omniscient and omnipotent. In particular, a god knows whether you are playing according to god’s rules. The conception of national security agencies and mass surveillance is that the overwhelming majority of communications are surveilled upon.”

Het bestaan van de NSA is in wezen een geloofsbelijdenis: wij hebben een god nodig. En bij gebrek aan vertrouwen bouwden we die god maar zelf. Dat verhaal hebben we natuurlijk eerder gehoord – iets met goud en kalf. Het collectieve verlangen naar een godheid is fascinerend. De filosoof Heidegger zei het al lang geleden, in reactie op de onverbiddelijk opkomst van techniek: ‘Alleen een God kan ons nog redden’.

Inmiddels zeggen we het allemaal.