Het meisje en de vos

Doodstil zitten we tegenover elkaar op de verlaten stoep. Hij staart me diep aan. Ik wist altijd al dat ze brutaal waren, maar dit slaat alles. Ik voel me ontzettend ongemakkelijk. Dit ligt niet binnen mijn comfortzone. Dit is het onbegrijpelijke, het mystieke en onnatuurlijke. Dit is datgene wat niet te filosoferen, te verklaren of uit te leggen is. Dit is ‘de ervaring’.

Intellectuele hersenkraker

Een paar maanden terug zat ik met een man op een rots brandnetelthee te drinken. ‘De ervaring’ was toen ook al ter sprake gekomen. Tot dan toe was geloof voor mij altijd vooral een goeie, intellectuele hersenkraker geweest. God was een menselijk afgebakend concept voor iets vormloos en mystieks dat tegenwoordig vooral gezien wordt als ‘datgene wat de ervaring van het spirituele veroorzaakt’. Het daadwerkelijke bestaan van iets bovennatuurlijks is dan niet eens meer noodzakelijk. Misschien was het wel menselijk geloof in God dat God creëerde en in standhield. Het zou voor mij dan geen waardeverlies lijden.

God ervaren

‘Wacht maar,’ had de man op de rots gezegd, toen ik hem mijn intellectuele geloofsconstructie uitgelegd had, ‘als je het eenmaal ervaren hebt, dan zal je alles weer compleet anders zien.’ Ik wist niet of ik daar nou zo behoefte aan had. Weten dat God onweetbaar is en Zijn/Haar/Het daadwerkelijke bestaan niet een vereiste is, was wel zo veilig. Nee, ik had en heb er totaal geen behoefte aan. Het is niet iets wat ik op mijn pad wilde hebben, maar toch stond hij daar opeens, terwijl ik naar huis liep. De vos staart me van een afstand aan en ik staar terug.

De man op de rots vertelde ook dat hij altijd al wat met vossen heeft gehad. Hij zegent de natuur namens de Schepper en heeft zo gezien hoe deze verandert en opbloeit. Hij heeft een heel speciale, relationele band met dieren en planten, insecten en bomen. Hij is een beetje een moderne Franciscus. Mooi en tof, maar ik als rationeel nuchter mens kan daar niet zoveel mee.

Toch staan we daar zo nu al een paar minuten, de vos en ik. Met de man op de rots in mijn gedachten begin ik genegeerd en voorzichtig een zegen uit te spreken voor de vos. Iets met veel ‘uhms’ ‘don’t be afraid’ en ‘in the name of the creator’. Weet ik veel. Waar the *** ben ik mee bezig?

Een kater?

De vos verbreekt de roerloosheid van het moment door opeens daadkrachtig opzij te knikken. Het lijkt bijna wel alsof hij mij dichterbij lijkt te wenken. Belachelijk idee natuurlijk. Ik kijk hem wantrouwend aan. Toch loop ik maar voorzichtig dichterbij en zo zitten we opeens samen tegenover elkaar op de stoep. Het dier is koperrood en heeft heldere ogen die recht de mijne in staren. Na een tijdje staat hij op en verdwijnt achter een huis om aan de andere kant weer te verschijnen. Hij kijkt me aan en loopt dan van me weg. Ik sta op, kijk hem na en denk: ‘ja sorry maat, maar mijn huis is toch echt die kant op…

Maat? Wat denk ik wel, deze gekkigheid heeft lang genoeg geduurd. Je hebt vast een kater.’ Ik schaam me voor de situatie, voor het feit dat ik contact denk te hebben met een stadsvos. Snel loop ik bij hem vandaan. De vos draait zich om, kijkt me aan en begint me te volgen. Verbaasd stop ik. Sierlijk stopt hij en we kijken elkaar weer aan.

Zo lopen we verder. Een intellectuele gelovige die weg probeert te lopen van datgene wat ze niet rationeel kan verklaren en ‘de ervaring’ die zich met zijn koperrode staart en heldere ogen niet laat afschudden, maar haar op gepaste afstand volgt. De man op de rots had gelijk.