De voedseltaboes zijn terug ‘with a vengeance’

Ik moest na de afgelopen vreetdagen nadenken over wat we (vr)eten. Daar zijn we goed in, sterker nog, we doen het meer dan ooit. In 2015 bereikte, zoals al vaker geconstateerd, onze voedselstress  een nieuw hoogtepunt.

Er is weinig meer op een gemiddeld bord dat je zonder enig schuldgevoel kunt eten. Melk is de witte sloper. Margarine is een killer. Kaas is net zo verslavend als morfine. Brood is langzaam vergif. E-nummers zijn dodelijke fraude. De lijst is lang en werd dit jaar nog weer langer.

Geen varkensvlees

Nu kennen alle culturen hun voedseltaboes. De bekendste zijn natuurlijk de joodse voedselwetten, die met een omweg ook in de islam zijn terechtgekomen, iets wat je dan weer niet te hard moet zeggen. Veel joden eten geen varkensvlees, geen paling, geen kreeft, geen gieren, geen vleermuizen, geen muizen, geen mollen, enzovoorts.

Dat kan niet-joden verbazen en die kunnen er nog wel eens over schamperen. Ze beseffen blijkbaar niet dat zij zelf de meeste van deze dieren ook niet eten. Ik zie weinig Nederlanders in een sprinkhaan happen, gezellig een rat oppeuzelen, of zelfs maar honden- of paardenvlees verorberen, wat toch voedzaam en gezond is. En ons lijstje voedseltaboes wordt rap langer: er staan nu opeens heel alledaagse middelen op als melk en brood.

Wat is de bron?

Waar komt dit vandaan? Het belangrijkste kenmerk is de schijn-rationaliteit van deze nieuwe voedseltaboes, die lijkt op de schijn-rationaliteit van de oude.

Er wordt wel eens beweerd dat bijvoorbeeld varkensvlees ongezond is, vooral op orthodox-spirituele, islamistische en evangelische websites. Zijn je bronnen wat neutraler, dan verdwijnen alle argumenten acuut.

Interessanter is ook dat de oude bronnen helemaal geen gezondheidsoverwegingen geven. In de Bijbel is varkensvlees bijvoorbeeld verboden omdat deze dieren ‘wel volledig gespleten hoeven hebben, maar niet herkauwen’. Wat?! Ja, alleen dieren die én volledig gespleten hoeven hebben én herkauwen zijn toegestaan. Voor vissen geld ook zo’n wonderlijke indeling: ze zijn alleen ‘rein’ als ze vinnen en schubben hebben.

Regels om te kunnen hanteren

Een verklaring hiervoor van een van de bekendste antropologen, Mary Douglas, zelf een bekeerde katholiek overigens, is inmiddels gemeengoed. Heel simpel gesteld zegt ze dat wij als mensen nauwelijks begrijpen wat ons bedreigt en dat we daarom allerlei regels opstellen om de gevaren enigszins te kunnen hanteren. Deze zijn gebaseerd op heel cultureel bepaalde intuïties. Alles wat ‘anders’ is en niet volgens de regels van ‘normaal’ werkt, wordt gezien als gevaarlijk. Ergo dat onbegrijpelijke verhaal van die vinnen en die gespleten hoeven.

Deze quasi-rationaliteit is alleen maar verergerd. We dachten de voedseltaboes met het christendom even van ons af te hebben geschud, maar ze zijn teruggekomen, en with a vengeance. We leven in onzekere tijden en je eten kun je tenminste een beetje controleren.

Kort gezegd, ja, er is een link tussen de aanslagen in Parijs en de huidige hysterie over spelt.