Dus de rechtvaardige moet leven en de goddeloze moet dood? Lekker dan!

Dus de rechtvaardige moet leven en de goddeloze moet dood? Lekker dan!

We houden de vragenrubriek gewoon lekker zwaar en gaan verder met een vraag van Yentl:

Wat moeten we met dat bijbelse onderscheid van goddelozen aan de ene kant en rechtvaardigen aan de andere kant? Is het echt zo zwart-wit gesteld met ons, en word je óf in het goede óf in het verkeerde kamp geboren?

Ik werd door deze vraag getriggerd omdat ik het verschil rechtvaardige – goddeloze laatst nog hoorde. Toen ik naast een atheïst in de kerk zat. Dan komt dat wel even in z’n volle discriminatoire zeggingskracht binnen, ja. Maar toch ga ik je hieronder zeggen dat ik dit bijbelse taalgebruik prachtig vind.

Uitsluiting en groepsvorming zijn helaas vruchtbaar

Iedereen die op een basisschool of in een vriendengroep heeft gezeten, herkent het: mensen vormen automatisch groepjes met vaste kenmerken en een min of meer heldere afbakening. Dat houdt ons bij elkaar – zonder dat groepsgevoel was het volkje Israël met geloof en al verdwenen in de grote zee van opkomende en uitstervende culturen en nationaliteiten.

Het heeft echter ook z’n lelijke kanten: je sluit automatisch uit. Het schijnt zelfs een sociologisch gegeven te zijn, dat een clubje gezonder functioneert, als de buitengrenzen duidelijker zijn en de eisen aan de leden hoger. Iets dat je ook in kerken ziet: hoe vrijblijvender, hoe leger – en de kerken die ’t volst zitten, zijn vaak best strak in de leer (zwaar gereformeerd of vrij heftig charismatisch). Hoe meer je aan wij-zij doet, hoe meer mensen bij dat ‘wij’ willen horen en zich aan je binden.

Best begrijpelijk voor het oude Israël

Zo ging dat dus ook in het oude Israël. Die psalmschrijvers beschermden hun nationale groepsidentiteit terwijl grootmachten voor de deur stonden om hun tempel te slopen en hun huizen in te nemen. In Nederland anno 2016 moeten we proberen te beseffen dat Israël anno 600 v. Chr. zoveel oorlogsmisdaden te lijden had, dat een klaagzang tegen God over al die goddelozen niet eens zo heel ongepast was.

Sowieso hebben we het over een plaats en een tijd ver weg, een beetje wildwest, zonder Verenigde Naties of Trias Politica. Als iemand je in die tijd wilde naaien, dan was je ook goed screwed. In een tijd waar onrecht minder beteugeld werd, greep men naar God in klaagpsalmen. Maar men zong ook liederen over rechtvaardigen en goddelozen, om zichzelf en hun medemens eraan te herinneren: hee, jongens, zo’n goddeloze, dat moeten wij dus niet worden, hè.

Ik ben zelf allebei

En dat laatste is precies de clou, precies waarom ik die psalmen nog wel kan waarderen. Ik geloof er geen snars van: goede mensen links, slechte mensen rechts, als ’n soort onontkoombaar kosmisch evenwicht. Een simplistisch gegeven! Ik geloof niet dat leden van één volk, één geloof of één levensstijl zalig zijn en de andere vervloekt.

Wel geloof ik in rechtvaardigheid. Ik geloof ook in goddeloosheid. Daarmee bedoel ik dan niet per se het rationele ongeloof aan het bestaan van een God. Met goddeloosheid bedoel ik: het verafgoden van jezelf en je eigen belang. Het leven zonder oog voor de ander. Het leven alsof goed niet bestaat of de moeite niet waard is.

Ik ben als goddeloze geboren. Ik ben ook als rechtvaardige geboren. Ik ben nog elke dag een goddeloze en een rechtvaardige – en elke dag heeft wel momenten waarop ik voor de keus sta: ga ik de goddeloze weg in deze situatie, of de goddelijke weg? Het is precies voor die momenten dat ik af en toe nog wel een psalm wil horen of zelfs zingen, die zegt: God, die goddeloze in mij – help me hem te verslaan, te straffen, te doden en die rechtvaardige in mij, laat die leven in uw licht.