‘Lieve God, ik wil het zo graag begrijpen’

Lieve God,

Uw Tindertheoloog schreef mij vorige week een brief. Toen ik het las, voelde ik een traan.

Ik had hem gevraagd wat U met mijn fietsongeluk van 28 augustus 2014 te maken heeft. Gelukkig niet omdat ik mensen ken die me zeggen dat het ‘goed’ zou zijn. Maar wel omdat ik het niet begrijp.

Ik ben zo’n rare christen die al het goede dat mij overkwam aan U toewees. En al het slechte aan mezelf. Vertrouwen straalde ik wel uit – denk ik – maar had ik diep vanbinnen niet. Zo bang om te falen, om af te gaan.

Hoorde ik er wel bij?

Nee.

Ik was (te) lang, (te) slim en (te) jong.

Viel ik daardoor op?

Ja.

Maakte ik er dan maar mijn werk van? Mijn identiteit?

Ja.

Nu val ik nog steeds op. Maar voor mijn gevoel niet meer vanwege mijn kwaliteiten, maar vanwege mijn zieligheid. Slachtoffer zijn.

Wie ben ik nú?

Ik ben ziek. Werkeloos. Gehandicapt. Of, zoals we dat tegenwoordig graag zeggen: ‘Een mens met mogelijkheden’. Ik gruwel voor mezelf van ál die woorden. Terwijl ik fundamenteel blijf vinden dat iedereen die ‘dat heeft’ er mag zijn.

Uitdagingen genoeg. Dagstructuur aanbrengen, omgaan met chronische overprikkeldheid, deadlines halen, gezond eten, opnieuw leren organiseren, naar therapie gaan en bewegen.

Maar God, ik wil het zo graag begrijpen. Ik wil hier iets van leren.

Leert U mij nu dat ik ook maar gewoon een kwetsbaar mens ben?
Leert U mij dat ontvangen misschien wel waardevoller is dan geven?
Dat ik ook liefde krijg als ik er niets ‘nuttigs’ voor terug doe?
Dat ik niet alles kan en zal krijgen wat ik wil?
Dat ook mijn leven niet eerlijk verloopt?

In het eerste weekend na mijn ongeluk is er heel veel voor mij gebeden.

Mijn liefste zusje heeft toen iedereen gevraagd om dit lied van Taizé te gebruiken.

Dans nos obscurités,
alume le feu qui ne s’éteint jamais,
qui ne s’éteint jamais.

Amen. Ook voor Alain.