Poëzie van Rikkert | Langzaam loopt ze haar verleden uit

Dit is haar dag! (Ze rustte bij de bron,
of wat er van haar over was, daar binnen.)
Ze heft haar hoofd op, draagt het fijnste linnen
en baadt haar blote voeten in de zon.

(Daar was een man, die schuw als een melaatse,
om drinken vroeg, haar raakte: het gemis,
de schuld, de dorst die niet te lessen is.
Zijn woord als water, zocht de diepste plaatsen.)

Nu is hij weg, zijn spreken is gebleven
en langzaam loopt ze haar verleden uit,
zoals een kind doet op voorzichtig gras,

Ze gaat de droge planten water geven,
de thijm, de jonge sla, het alsemkruid,
die daar in potten staan op haar terras.