Wat gebeurt er als we hemel en hel loslaten?

Het kan ook niet luchtig worden hè, met die vragenrubriek van me. Ik zoek nog wat inspiratie voor een nieuw Zinvloedblog, en kom daar de volgende vraag tegen, van Jokim.

Waarom moeten we eerst luttele jaren op deze godvergeten aarde voordat we voor altijd het paradijs in mogen?

Maar welja, we voegen bij de Grote Waaromvraag van twee weken geleden (inmiddels met antwoord) ook nog maar de vraag naar hemel en hel, naar tijd en eeuwigheid – naar het hiernamaals, dus.

Zoals vele christenen denken

Het is geen domme vraag. Ik heb hem mezelf vroeger ook veel gesteld – als er dan een grote bedoeling van God is voor de eeuwigheid, en alles is al klaargezet voor die toekomst, waarom nog deze tussentijd? Waarom dit net-niet, dit nog-niet, deze korte werkelijkheid tussen twee eeuwigheden?

Er zijn christenen, die me zeer dierbaar zijn, die met droge ogen tegen mij hebben gezegd: van mij had het niet gehoeven, van mij mag het nu afgelopen zijn, kom maar met die hemel. Dan is het leven een moetje en wachten we ongeduldig tot de bazuinen klinken. Er zijn ook christenen, die de huidige werkelijkheid ‘genadetijd’ noemen. Dat betekent: zolang Jezus nog niet terug is gekomen, kun jij je nog bekeren en is de eeuwige hel nog te vermijden. Gezellig!

Naar de hel met de hel

Tot ik de hel los begon te laten. Er was een dominee, die mij ervan overtuigde dat de meeste bijbelteksten over de hel helemaal niet over een eeuwige kwelling gingen. Dat de meeste oordeelsprofeten nog wel ’n woordje van genade hadden in hun laatste alinea’s. Dat het goed zou komen met iedereen.

Maar meer nog: ik begon het zelf, wat de bijbel ook wel of niet zei, belachelijk te vinden. Een alwetende God die miljarden mensen op aarde zet, en van een deel van die miljarden zegt: nee, wat jij met je zeventig levensjaren hebt gedaan, dat bestraf ik met een nooit eindigende vlammenzee. Te absurd voor woorden, vind ik dat. En dus weiger ik het te geloven, in de overtuiging dat, als ik iets al onmenselijk wreed vind, God het zeker ook zal vinden.

En de hemel dan?

Later volgde er nog een ontwikkeling. Ik was niet alleen de hel kwijt, ook de hemel begon zijn relevantie te verliezen. Ik kwam erachter, dat de meeste bijbelschrijvers die spraken van een eeuwig leven, het huidig leven wel heel erg belangrijk vonden. Dat de meeste teksten over de eeuwige hemel of hel van Jezus kwamen, en gelijkenissen waren die in feite op het leven op aarde hier en nu gericht waren.

Sindsdien speel ik met de gedachte, dat er na de dood niets is. Niet, dat ik dat dichttimmer – ik heb er simpelweg geen idee van. Waar ik wel een idee van heb, is dat je van deze wereld, van dit leven een hel kunt maken. Je kunt je levensdagen besteden op een manier die eeuwig zonde is. Je kunt ook hier op aarde het gevoel krijgen, dat je eeuwig leven hebt. Of dat je iets van eeuwigheidswaarde hebt gedaan of beleefd.

Dus er is geen opstanding?

Hee, niet zo doordraven nu, hè. Ik zei net al, dat eeuwig zonde wel bestaat (en dat is de hel). Dat er wel eeuwig leven is (de hemel op aarde), en dingen van eeuwigheidswaarde.

Maar de grootste van alles, dat is de opstanding. Jezus verruilde Gods nabijheid voor de aarde, om daar als Jood, lid van een klein, onderdrukt volkje te leven. Daar liet hij zich bespotten door zijn onderdrukker, bespugen door zijn landgenoten en kruisigen door een menigte Joden en Romeinen. Na drie dagen stond hij op uit zijn graf. Dat is opstanding. In het klein en in het groot is die opstandingskracht nog steeds werkzaam. Wacht eenieder van ons een val uit de hemel, naar de hel – en is de hoop die eenieder van ons rest, de opstanding.

 

Het is mijn les van de afgelopen jaren geweest, dat ik voor die eeuwige waarheid geen eeuwige toekomst nodig heb.