De moed van imperfectie

Jarenlang werkte ik op de redactie van het bekendste ouderschapsblad van Nederland. Beroepsgedeformeerd als ik ben, las ik afgelopen zaterdag met belangstelling het bericht in Trouw ‘DNA-test voor alle zwangere vrouwen nabij’. Even in het kort: er is een nieuwe bloedtest voor zwangeren (NIPT), die al in het eerste kwartaal van je zwangerschap aangeeft of je een kind een chromosomale afwijking heeft. Naast ernstige aandoeningen als Trisomie 13 en 18 blijkt ook uit de test of je kind Down heeft. Op dit moment overweegt de minister om de test voor alle zwangeren in te voeren.

Plaatsvervangende schaamte
De krantenkop zorgde voor discussie. ‘Had je kunnen weten’ wordt ‘Eigen keuze’ en ‘Eigen verantwoordelijkheid’ wordt ‘ Eigen schuld’, las ik op Twitter. Nu wil ik niet de ethische discussie gaan voeren, omdat ik daar niet in geloof. Ethiek is alleen fijn om over te praten als het jezelf niet aangaat. Een ethische discussie brengt meestal alleen maar verdeeldheid in plaats van verandering. Plaatsvervangende schaamte krijg ik ervan, omdat het respect zo vaak ontbreekt. Ik herinner me nog het vreselijke voorval met de toenmalige hoofdredacteur van het Katholiek Nieuwsblad en hulpbisschop De Jong. Beiden stuurden een een anti-abortusbrief, de hulpbisschop met nep-foetus, aan – toen kamerlid, nu minister – Jeanine Hennis-Plasschaert. Hennis had kort daarvoor een aantal miskramen gehad en was woedend. En terecht.

Toch ben ik daarmee niet klaar met dit krantenbericht over de NIPT-test. Meer en meer werken we als maatschappij toe naar een ‘perfecte’ samenleving. Afwijken van het ideaal is niet gewenst en ook niet meer nodig. Je hebt het immers allemaal zelf in de hand. Het is de perfectie van de industrie ‘mens’, die ons meer en meer maakt tot anonieme wezens. Allemaal dezelfde lippen, dezelfde borsten, hetzelfde haar, hetzelfde ideaalbeeld. Een wereld waar Jean Vanier (oprichter van leefgemeenschappen waar mensen met en zonder handicap samenleven) voor waarschuwt: ‘Een samenleving die de zwakken en niet-productieven uitbant, wordt een samenleving zonder hart, zonder vriendelijkheid, daar ontbreekt het ‘vieren’, die samenleving wordt verdeeld in zichzelf en geeft zich over aan competitie, rivaliteit en uiteindelijk geweld.’

De perfectie van misfits

Vanier is iemand die pleit om de juist het imperfecte te omarmen. Iemand die ook al jarenlang strijdt tegen de anonieme perfectie is kunstenares Hella Jongerius. In haar werk heeft ze veel aandacht voor het imperfecte, het handwerk dat altijd iets afwijkt. In haar boek ‘Misfit’ legt ze haar liefde voor het ambacht uit. Ambachtswerk is namelijk voorzien van signatuur: dat van de ambachtsman en/of ontwerper. Dat ontlokt haar de uitspraak: ‘Misfits zijn mijn perfectie.’ En op een andere plek: ‘Ik wil het beeld van onvolledigheid, het proces, voorlopigheid in mijn ontwerpen verwerken. Alleen voorlopigheid levert schoonheid op, producten die je beroeren’. Waarop de interviewer de retorische vraag stelt: ‘Zoals we alleen kunnen houden van mensen die imperfecties bezitten?’

In plaats van de ethische discussie geloof ik daarom in het pleidooi voor imperfectie. Het omarmen van afwijkingen, het accepteren en aangaan van lijden. Hoe? Niet wegrennen voor je eigen portie ellende, en daarnaast de last van een ander een beetje helpen dragen. De moed van imperfectie, zoals schrijfster Brené Brown ons in haar boek voorhoudt. Dat maakt ons tot mensen die meer van elkaar houden. Dat is het elixer tegen het vergif dat perfectie heet. Dat is volgens mij de manier om uiteindelijk uit te komen in een wereld die perfect is. Maar wel anders perfect dan wij nu voor ogen hebben.

Dit blog werd eerder gepubliceerd op 10 april 2015.