Ga wel in gesprek met moslims over religie en geweld

Moeten moslims afstand nemen van de gruweldaden van IS? Piet-Hein Donner, vicepresident van de Raad van State zei dat het verkeerd is om dit van Nederlandse moslims te vragen. Het impliceert namelijk dat wij denken dat moslims hier in Nederland ook zo zijn. Maar klopt het wel dat we Nederlandse moslims onder verdenking stellen als we hen vragen wat hun godsdienst met IS heeft te maken? Kritische vragen aan moslims over IS zouden wel eens een opening kunnen bieden tot een betere verstandhouding tussen gelovigen en hun critici.

Tussen de bitterballen door

Of ik wil of niet, religieuze ellende is voor een predikant een gespreksonderwerp dat standaard op verjaardagsfeestjes tussen neus, lippen en bitterballen door de revue passeert. Ik heb inmiddels geleerd dat het geen enkele zin heeft om op dergelijke momenten te roepen dat ik niet verantwoordelijk ben voor kruistochten en kindermisbruik. Het gaat ook helemaal niet over mij. Veel mensen in Nederland koesteren een diep wantrouwen jegens georganiseerde vormen van godsdienst. En als je woorden als kerk, Bijbel of Jezus laat vallen, raak je een open zenuw. Ik kan roepen dat ik het niet gedaan heb. Of ik kan bij mij zelf te rade gaan of ik het gesprek over de aard van religie in een andere groef kan krijgen dan dat van het wantrouwen.

Wreedheid is realiteit

Degenen die denken dat je dan als eerste stap moet wijzen op de positieve kanten van religie hebben niet altijd gelijk. In het huidige debat over de relatie tussen islam in Nederland en IS wordt soms te snel geroepen dat islam vrede is en dat religie zo niet is bedoeld. Maar ‘always look at the bright side of life’ werkt niet altijd. Wreedheid en waanzin uit naam van religie zijn op dit moment wel de realiteit voor miljoenen mensen. En dan heb ik het niet alleen over IS, dan heb ik het ook over gewelddadige boeddhisten op Sri Lanka of homofobe christenen in Uganda.

Mij mag je als gelovige aanspreken op het kwaad dat in naam van Jezus het daglicht ziet. Oorlogen en geweld kleven aan mijn levensovertuiging en ik moet er wat mee. Als ik weiger het gesprek te voeren over de waanzin die mijn godsdienst in mensen ook naar boven haalt, en mij slechts beperk tot het mantra ‘Jezus is liefde’, kijk ik weg van het lijden dat mensen nu treft.

Kritische vragen moeten worden gesteld

Hoe we het gesprek over religieus geweld voeren, kunnen we leren. Bij sommige vragen gebeurt er in ieder geval helemaal niets. Hier heeft Donner een punt. Het dwingende: ‘Zeg me dat jij niet zo bent’, levert geen enkel inhoudelijk gesprek op over het verband tussen godsdienst en geweld. Het geeft hooguit tijdelijke gemoedsrust omdat we denken dat we er zo achter komen wie wel en wie niet deugt.

Niet ‘wie heeft het gedaan?’ maar de vraag ‘hoe is het gegaan?’ kan helpen om verwrongen godsbeelden en wrede idealen te ontmaskeren en te bestrijden. Kritische vragen over de islam aan moslims in tijden van IS moeten we ook niet afdoen als politiek incorrect. Ze moeten juist nu gesteld worden. Religie is vrede èn religie is oorlog. Hoe dit inhoudelijk samenhangt dient thema van gesprek te zijn. Hoe ongemakkelijk dit soms ook is. Toch is het nodig. Op veel plaatsen in de wereld zet godsdienst samenlevingen in lichterlaaie. We blokkeren de nooduitgang als we veronderstellen dat moslims geen vragen aankunnen over IS.

Beeld: Sammsky

Dit blog werd eerder gepubliceerd op 16 oktober 2014