Wat er gebeurde toen ik Jezus aanstaarde

Wat er gebeurde toen ik Jezus aanstaarde

Ik zit in een kerkbank in de St. Giles Cathedral in Edinburgh en zie Jezus in glas en lood. Ik staar een tijdje naar hem. Het is Hij en ik. We doen wie het langst kan kijken. Ik moet denken aan wat Meester Eckhart eens schreef: dat het goddelijke ontmoeten hetzelfde is als heel lang in het vuur staren. Je moet een soort gelatenheid kweken. Dan komt het.

Jezus wint

Dus ik wacht. Bestudeer de schildering. De Jezus die ik aankijk, spreekt tegen mensen, een menigte heeft zich rondom hem geschaard. Zichtbaar aangedaan zijn ze (voor zover je dat van een oude raamschildering kunt aflezen).

Ai. Jezus heeft het ‘staarspelletje’ gewonnen, want mijn ogen zijn van hem afgedwaald. Ik bekijk zijn bewonderaars, in de hoop hen te begrijpen. Mijn oog valt op een man die aan de voeten van Jezus zit, zijn blik gericht op een boekrol. Hij is verzonken in gedachten. Hij krijgt niets mee van de woorden en de blikken van Jezus, die hem proberen te bereiken.
Ik vraag me af of ik net zo ben geworden. Verdiept in mijn eigen vragen terwijl de manier waarop God zich manifesteert in de wereld aan me voorbij gaat.

Ik staar naar die lijdende man in glas en lood die ooit een baby in een kribbe was. Die man die belooft dat het beter wordt, hier op deze aardkloot. Ik zou hem graag willen geloven. Alleen blijft hij zo … van glas in plaats van vlees en bloed.

Verbeelde verbondenheid?

Ondanks dat voel ik toch een flardje verbondenheid. Kassa! Mystieke ervaring in een oude kerk! Ontmoeting met Jezus! Bucketlistmaterial! Of praat ik het mezelf aan? Is de verbondenheid niet meer dan de verbeelding van mijn verlangen volledig gekend te zijn?

Ik geloof in de uiteindelijke eenzaamheid van de mens. Ik kan een ander maar kennen tot op zekere hoogte. Er blijft altijd een eenzaam hoekje in mijn hart over. Daar doe je het maar mee, hoor ik vaak. Maar toch zit in dat hoekje iets wat mij bij tijd en wijle het gevoel geeft volledig doorgrond en geliefd te zijn. Ik weiger dat gevoel neer te sabelen met mijn rede.

Rode jurk met rozen

Ineens moet ik denken aan die paasdag vijf jaar geleden. Ik stond voorin de oude kerk in het dorp waar ik vandaan kom, in een rode jurk met rozen. Achttien jaar en overtuigd van God (en de ware hervormde kerk). Toen ik knielde, las de dominee een korte tekst voor: ‘En Maria (dat is mijn doopnaam) zat aan de voeten van Jezus.’ Net als die man op het glas-in-loodraam.

Geen idee of Maria verdiept was in een boek of dat ze luisterde – de tekst leert mij dat ‘in de aanwezigheid van’ verkeren genoeg is – dat er geen heftige ervaringen nodig zijn.