Moderne Psalmen | Zingend door het dal

Moderne Psalmen | Zingend door het dal

Psalm 143

Heer, geef mij antwoord, haast u,

mijn kracht is uitgeput.

Houd u niet voor mij verborgen,

ik word als wie afgedaald is in het graf

Psalmen zijn als het leven. Regelmatig vind je troost in vriendschap, in woorden en liefde. Maar ondanks al deze vangnetten, ontkom je er niet aan dat op gezette tijden de angst retourneert. De angst dat het mis kan gaan. Dat vrienden eerder zullen sterven, je altijd alleen zult blijven, het leven nooit vervuld zal aanvoelen.

Ploeterend door een serie

Dit is misschien de reden dat we televisieseries omarmen nu het aanbod zo groot is. In de vertrouwde film ondervindt de hoofdpersoon ellende, maar in de sleutelscène vlak voor het eind volgt vaak een gebeurtenis waardoor de situatie voorgoed gekeerd lijkt. Onverschrokken kan de protagonist voortaan zijn leven tegemoet wandelen. Zo niet in de serie. Daar ploetert de hoofdpersoon zich soms wel 150 afleveringen lang door het leven, veelvuldig struikelend over dezelfde fouten.

Net als de psalmen. Psalm 1 begint weliswaar heel dapper:

Gelukkig de mens die niet meegaat met wie kwaad doen

Hij zal zijn als een boom,

geplant aan stromend water

Alles wat hij doet komt tot bloei

Maar wij weten hoeveel psalmen er nog zullen volgen. Hoeveel gekerm en geweeklaag er nog aan te pas komt. Het hebben van deze kennis draagt er ogenschijnlijk niet aan bij dat in de praktijk je je voortaan rotsvast door iedere storm heenslaat.

Ik denk terug aan vroeger dagen,

mijmer over uw daden

ik strek mijn handen naar u uit,

dorstig als droge aarde.

Tussen hoop en vrees

Zo is het ook bij Ben Howard, die zijn angsten beschrijft op het doorlopende pad der volwassenwording. Als een kind van wie het hart afgekoeld is, voelt hij zich. Niet langer een moeder om zich heen die hem troost bij elk pijntje. De angst voor tegenslagen en verlies komt telkens weer om de hoek kijken. Op tweederde van het lied zingt hij zichzelf moed in: ‘Ik zal worden wat ik verlang’. Maar nog voordat hij de hoopvolle woorden goed en wel heeft uitgesproken, klopt de angst alweer aan: ‘Dat zeg je nou wel, maar je weet toch dat er onherroepelijk iets zal gebeuren dat het verlangen zal doen stillen, dus wat heb je eraan? Je zult altijd op de grens tussen hoop en vrees blijven leven.’

Even, voor het korte moment van euforie, schetst Howard een mooi beeld. ‘We zijn als schaduwen op de heuvel.’ Stel, je staat op een berg met de zon in de rug. De zon maakt van jouw silhouet een schaduw die het hele dal duisterder maakt. Het enige wat je ziet, is een grote schaduw die alle potentiele gebeurtenissen een zwart randje geeft. Wanneer je echter een kwartslag zou draaien, zie je het dal ineens met andere ogen. Nog steeds een dal, dat wel. Maar gedragen door het geloof in de toekomst, de woorden van hoop, de herinneringen van liefde, met uitzicht op de volgende bergtop. En met heel veel liederen om je erdoorheen te zingen.

Leer mij uw wil te volbrengen,

u bent mijn God,

laat uw goede geest mij leiden

over geëffende grond.