Is Jezus wel dé weg en dé waarheid?

Is Jezus wel dé weg en dé waarheid?

Jezus met een blauw schort voor die aan het aanrecht tussen Maria en Martha de afwas doet: die afbeelding stond in de kinderbijbel uit mijn jeugd, Woord voor Woord. Misschien heeft dat beeld van Jezus met zijn handen in het sop ervoor gezorgd dat ik nooit een goddelijk en verheven beeld van Hem heb gekregen. Misschien dat ik daarom ook nooit tot Jezus gebeden heb. Terwijl ik toch als tiener een tijdje in evangelische kringen verkeerde waar tijdens het bidden het woordje ‘Heer’ in elke zin een paar keer (aan het begin en het einde) voorkwam.

Buiten vanzelfsprekendheden

Als predikant bivakkeer ik meer en meer op de grens van de kerk, in gesprek met degenen die allang zijn afgehaakt of andere spirituele wegen hebben gezocht. In het café bij een goede kop cappuccino kan de vraag ineens op tafel komen. Wie Jezus is, voor mij… Binnen de geloofsgemeenschap van de kerk weten we zo ongeveer wat we bedoelen als we het over Jezus hebben. Of we denken het te weten. Maar buiten die vanzelfsprekende taal en rituelen is het voor mezelf meer en meer een vraag.

Spirituele zoektocht

Onlangs sprak ik op een avond over spiritualiteit, samen met iemand die een massagepraktijk heeft, ervaringen met wicca en veel voeling met de spirituele stroming Advaita Vedanta. Beiden vertelden we over onze spirituele zoektocht, en welke rol Jezus daarin speelt. Zij had bijbelteksten gezocht die haar raken. De eerste die ze noemde was:

Jezus zegt: Ik ben de weg en de waarheid en het leven.

Voor haar was Jezus daarmee een voorbeeld van ‘volkomen zijn’, van eenheid.

Diezelfde tekst had ik ook opgeschreven, maar dan als struikeltekst die me ongemakkelijk op mijn stoel heen-en-weer doet schuiven. Want hoe ga ik om met de claim die eruit spreekt, op één waarheid, één weg? Als ik me door die claim laat aanspreken, kan ik dan nog met een ècht open geest de ander tegemoet treden? Ook als diegene een ander spiritueel pad kiest?

Jezus als de redder van de mensheid, en wie zijn hart niet aan hem geeft, gaat verloren. Ik hoor het allemaal in dat ene Bijbelvers. Mijn gesprekspartner niet. Haar ontgaat het volledig, omdat ze ervan uitgaat dat alles één is, dat liefde de kern is en dat je oordelen moet loslaten. Leentjebuur bij wetenschappelijke theorieën als de kwantumfysica ondersteunen haar visie dat de materiële werkelijkheid grotendeels een illusie is, inclusief de vrije wil van de mens.

God is onkenbaar

Ik herken haar behoefte aan overgave, aan opgaan in een groter geheel. Ik begrijp haar moeite met concrete en persoon-achtige beelden van God. Hoe ouder ik word, hoe meer ik voel voor de mystiek, waarin God uiteindelijk onkenbaar is. Ik leef meer vanuit verlangen dan vanuit groot geloof. Als ik bid is het eerder stille meditatie dan een vraag-gebed. Ik hoop dat ik gevonden word, want wat ik precies zoek, weet ik niet goed meer.

Ik begrijp de verhalen over universele liefde die alles verbindt en die we allemaal zoeken. Maar toch borrelt er in mij een hartstochtelijk verlangen op naar concrete verhalen over God en mensen, over Jezus met een schort om. Ik heb die verhalen nodig om uit de cirkel van mijn eigen weten en niet-weten gehaald te worden, om verrast en aangesproken te worden. De ander: daar draait het om. Die kijkt me aan en haalt me weg bij mijn eigen gelijk. De ander: dat is Jezus vooral voor mij. Hij laat me steeds weer de andere kant zien en maakt me onrustig op een goede manier.

Ontredderd gered

Brengt Jezus redding? Er is nog een plaatje uit diezelfde kinderbijbel uit mijn jeugd dat ik niet vergeten ben. Het heeft de nieuwste editie niet gehaald overigens. Het is een naakte, vieze, ontredderde man die zomaar door Jezus omarmd wordt. ‘Een griezelig mens’ heet het verhaal in de kinderbijbel. Iemand die bezeten wordt door demonen en die te vies is om aan te raken, wordt door Jezus helemaal in de armen gesloten. Als kind was ik vooral gefascineerd door dat rare en een beetje enge. Nu zie ik in die ontredderde, verwarde man, die het niet lukt om aan conventies gehoor te geven en zich netjes aan te kleden, iets van mezelf. Zoals ik soms kan vastzitten in mezelf. En ik voel me omarmd, met alles wat ik ben, aan de buitenkant en in het verborgene.

Jezus redt. Ja, als het zo is, dan wel.

Dit blog werd eerder gepubliceerd op 7 december 2015