Wat ik heb geleerd sinds ik thaiboks

Wat ik heb geleerd sinds ik thaiboks

Als je me kent, weet je dat ik niet echt een thaiboks-type ben. Toch boks ik inmiddels al zo’n 3 jaar en probeer ik geen training over te slaan. Tot mijn eigen verbazing heb ik het boksvirus zwaar te pakken.

Wat de aanleiding was om te gaan boksen? De meest voor de hand liggende die je kunt bedenken: teleurstelling in de liefde. Mijn trainster vertelde me tijdens een van de eerste trainingsavonden dat het geen slechte motivatie hoefde te zijn om met de sport te beginnen. Het had haar uiteindelijk tot in de boksring gebracht. Nu gaat dat laatste bij mij nooit gebeuren (te traag, te weinig balans, te oud), maar na een paar jaar kan ik ook zeggen dat het mij echt wat heeft opgeleverd. Wat begon als een frustratierammen werd een waardevolle levensles.

Pijn is fijn

Aan de muur van mijn boksschool hangt een spandoek met deze woorden:

 

Never give up

Never back down

Never lose faith

Keep your head up

 

Clichétekst misschien, maar voor mij een soort routebeschrijving. Niet opgeven, dat werd een belangrijke les. Als beginner voelde ik me enorm kwetsbaar. Mijn stoten stelden niets voor, mijn trappen hadden geen kracht en als mijn tegenstander uithaalde, wachtte ik het liefst diep in elkaar gedoken mijn noodlot af. Niets frustrerender en vernederend dan dat. Voor mij het ideale afhaakmoment, want waarom zou ik dit mezelf aandoen?

Toch ben ik doorgegaan. Deels door de geweldige coaches, deels omdat ik wist dat ik hier doorheen zou moeten. Ik moest groeien: spieren kweken, technieken leren en zelfvertrouwen ontwikkelen. Gaandeweg werden mijn stoten en trappen harder, zei ik niet meer bij elke uithaal ‘sorry’ en leerde ik mezelf te beschermen door met de gespierde, sterkere delen van mijn lijf de zwakkere te bedekken. Soms ging en gaat dat the hard way: met pijn en blauwe plekken. Maar ‘pijn is fijn’, klinkt er dan door de zaal. Pijn leert je om het de volgende keer beter te doen. Er is zware inspanning nodig, met (spier)pijn tot gevolg, om je sterker te maken zodat je ontwikkelt en vooruit gaat. Never back down. Doorgaan om verder te komen.

De overwinning is dichtbij

Net als veel andere sporten, heeft boksen ook veel te maken met je psyche. Op het moment dat je je kwetsbaar voelt, dat je geïmponeerd bent door de ander sta je al met 1-0 achter. Bovendien leidt het af van datgene wat je zelf moet doen. Never lose faith. Soms is de ‘overwinning’ namelijk veel dichter bij dan je denkt. Degenen die het hardst slaan, kunnen vaak het slechtst incasseren. Er is maar 1 rake klap voor nodig om je tegenstander te laten wankelen of zelfs knock-out te slaan. Nooit je geloof in je overwinning verliezen. Nooit vergeten waar alle moeite en pijn je uiteindelijk heeft gebracht – en dat is eigenlijk altijd verder. En mocht die overwinning ondanks alles toch uitblijven, dan hoef je jezelf niets te verwijten. Keep your head up, je hebt de goede strijd gestreden.

Het boksprincipe kun je op veel vlakken in je leven toepassen. In de dagelijkse ring, in de liefde, maar voor mij is het ook zeker een metafoor geworden voor mijn geloof. Zoals het afzien en het knokken bij het boksen me een nieuwe kijk op mezelf geven, hebben de teleurstellingen en strijd in mijn geloof me een ander – en ik vind – veel waardevoller en groter Godsbeeld gegeven. Dat deed pijn, ik heb littekens, maar terug wil ik niet meer. Ik ga door, ondanks de blauwe plekken die ik hier en daar oploop. Ik heb namelijk een paar keer de euforie van overwinning geproefd en dat smaakt naar meer. Boks?

Dit blog werd eerder gepubliceerd op 20 april 2015.