‘Orthodoxe ketter’ Peter Rollins nu te lezen in het Nederlands

‘Orthodoxe ketter’ Peter Rollins nu te lezen in het Nederlands

De Ierse theoloog Peter Rollins houdt ervan om je uit je comfortzone te halen. Dat doet hij ook met de verhalen in De Orthodoxe Ketter, het eerste boek van hem dat nu in het Nederlands verkrijgbaar is. In de geest van Jezus’ parabels schreef Rollins verhalen, die hij toelicht en waarmee hij wil laten zien dat het christelijk geloof níet iets statisch en systematisch is. Hieronder vind je een hoofdstuk uit z’n boek.

De Opstanding

Eens vertrokken enige onbekende leerlingen van Jezus met hun schamele bezittingen naar een ver land. Ze konden het niet meer aan om langer te blijven op de plaats waar hun Messias kortgeleden was gekruisigd. Overmand door verdriet verlieten ze die plaats om er nooit weer terug te keren. ze maakten een lange reis, op zoek naar een land waar ze zich thuis konden voelen. En na een lange, zware en moeilijke tocht vonden ze ten slotte een geschikte plaats. Die was weliswaar erg afgelegen, maar ideaal om een nieuwe gemeenschap te stichten. Ze vonden er vruchtbare grond, schoon water en een bos waar zij de nodige materialen konden verzamelen om een schuilplaats te bouwen. Ze vestigden zich daar en stichtten een gemeenschap waar ze de gedachtenis aan Christus levend hielden. Het was ver van Jeruzalem maar ze leefden in eenvoud, liefde en vergevingsgezindheid, zoals Jezus hun had geleerd.

Meer dan honderd jaar leefden de leden van deze gemeenschap in grote afzondering. Ondanks hun intense verdriet probeerden ze trouw te blijven aan Jezus’ manier van leven. En ze bleven zich bezinnen op wat hij had gezegd en gedaan. Maar uiteindelijk werd hun isolement doorbroken. Het was op een vroege ochtend dat een kleine groep zendelingen hun nederzetting bereikte. De mannen waren verbaasd over de gemeenschap die ze aantroffen. En wat hen het meest verraste, was het feit dat deze mensen geen weet hadden van de opstanding en de hemelvaart van Christus. Ze hadden namelijk Jeruzalem verlaten vóór hij op de derde dag opstond uit de dood.

‘Wij lieten ons niet ontmoedigen door de gedachte dat de dood hem had verslagen
en op een dag ook ons zou verslaan.’

Zonder aarzeling riepen de zendelingen alle leden van de gemeenschap bij elkaar en vertelden wat er was gebeurd nadat hun Heer gevangengenomen en bloedig gekruisigd was. Die avond was er een groot feest in het kamp, om het nieuws te vieren dat de zendelingen hadden gebracht. Maar toen de nacht vorderde, merkte een van de zendelingen op dat de leider van de gemeenschap afwezig was. De jonge man maakte zich zorgen, en dus hij ging op pad om de man, die hij zeer respecteerde, te zoeken. Uiteindelijk vond hij hem gehurkt in een kleine hut aan de rand van het dorp, biddend en in tranen. ‘Waarom bent u zo verdrietig?’ vroeg de verbaasde zendeling. ‘Dit is toch het moment voor een groot feest?’

‘Ja, misschien is het tijd voor een groot feest, maar het is ook een dag van groot verdriet,’ antwoordde de oude man, die in zijn hurkende houding bleef zitten. ‘Sinds de stichting van deze gemeenschap hebben we geprobeerd de instructies van Christus op te volgen. zelfs als het ons grote inspanningen kostte, zetten wij zijn manier van doen plichtsgetrouw voort en bleven wij daarin volharden. Wij lieten ons niet ontmoedigen door de gedachte dat de dood hem had verslagen en op een dag ook ons zou verslaan.’ De oude man kwam langzaam overeind en keek de zendeling vol mededogen aan. ‘Elke dag hebben we ons leven op het spel gezet, omdat wij voor hem een offer wilden brengen. Hij was ons hele leven. Maar nu we van jullie dit nieuws hebben gehoord, ben ik bang dat mijn kinderen en de kinderen van mijn kinderen hem niet zozeer zullen volgen wegens zijn radicale leven en zijn ultieme opoffering, als wel uit egoïsme. Zijn offer verzekert hen immers van hun persoonlijke redding en van een eeuwig leven.’

Nadat hij dit gezegd had verliet de oude man de hut. En terwijl hij op weg ging naar het feest, waarvan de geluiden in de verte al te horen waren, bleef de missionaris achter, gehurkt zittend op de grond.

Commentaar

De bedoeling van dit verhaal is na te gaan wat het voor iemand betekent om te geloven in de opstanding van Christus. De gemeenschap in kwestie was onbekend met de letterlijke opstanding. Daardoor beleefde zij de realiteit van de opstanding in zekere zin radicaler dan al die mensen die zeggen daarin te geloven. Dat heeft vermoedelijk te maken met het feit dat voor veel mensen van onze tijd het geloof in de opstanding simpelweg een garantie is voor eeuwig leven en voor kosmische betekenis. Op deze manier staat het geloof los van het handelen en werkt het alleen als een soort goddelijke verzekeringspolis. In tegenstelling hiermee vertelt dit verhaal dat opstanding iets is dat wil worden geleefd en dat niet mag afhangen van iemands subjectieve geloof.

Om dit thema te onderzoeken roept dit verhaal als het ware de ervaring op van een verlengde Stille Zaterdag. (De Stille Zaterdag verwijst naar de dag tussen Goede Vrijdag en Pasen.) In deze korte tijd, tussen het getuige zijn van de kruisiging en het vernemen van de opstanding, hebben de leden van de hiervoor beschreven gemeenschap zich helemaal overgegeven aan het onderwijs van Christus. Ze volgen hem zonder te denken aan een latere beloning. Ja, ze volgen hem op een werkelijk onbaatzuchtige wijze.

Juist in die toewijding aan Christus wordt de opstanding zichtbaar. Want terwijl er geen verstandelijke aanwijzing is voor de levende aanwezigheid van Christus, is er wel een vleesgeworden getuigenis van zijn aanwezigheid. Van Jezus wordt getuigd door het leven en de daden van de gemeenschap. Dit getuigenis kapselen zij niet in in een of ander abstract geloof, maar zij laten het zien in de structuur van hun leven.

‘Wanneer een christen hiermee wordt geconfronteerd, is hij of zij dan niet verplicht het verstandelijke geloof in de opstanding op losse schroeven te zetten?’

Een en ander daagt ons uit om de noodzaak van het geloof in de opstanding te heroverwegen. Bovendien kunnen wij ons hierom afvragen of dit geloof niet soms een belemmering is om de werkelijkheid van de opstanding te leven. Zoals eerder opgemerkt: je kunt gemakkelijk kerkelijk betrokken mensen vinden die geloven om zelfzuchtige redenen, en die bijvoorbeeld christen zijn in de wens om naar de hemel te gaan.

Wanneer een christen hiermee wordt geconfronteerd, is hij of zij dan niet verplicht het verstandelijke geloof in de opstanding op losse schroeven te zetten? Daardoor wordt iemand uitgenodigd om na te denken over Christus’ leven en dood in en op zichzelf. Dit is geen onorthodox idee, maar precies wat elk jaar volgens de christelijke kalender gebeurt in de Stille Week.

Ook in de evangeliën kunnen we zien dat een rechtzinnige geloofsopvatting soms de werkelijke betekenis ervan in de weg staat. Bijvoorbeeld wanneer Jezus Simon Petrus verbiedt zijn identiteit aan anderen te onthullen. In het Evangelie naar Matteüs lezen we:

Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg hij zijn leerlingen: “Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?” ze antwoordden: “Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.” Toen vroeg hij hun: “En wie ben ik volgens jullie?” U bent de Messias, de zoon van de levende god,” antwoordde Simon Petrus. Daarop zei Jezus tegen hem: “gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel. En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.” Daarop verbood hij de leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat hij de Messias was. (Matteüs 16:13-20).

Tegenwoordig voelen veel mensen zich genoodzaakt om van de daken te schreeuwen dat Jezus de Messias is. Hier echter wordt verteld dat Jezus zijn identiteit verborgen wenst te houden, bijna alsof een dergelijke voorstelling zijn ware boodschap in de weg zou kunnen staan.

Dit begrijpen wij des te beter als we beseffen dat de belijdenis van Christus als de Messias geen kwestie is van woorden, maar tot uitdrukking komt in iemands leven. Zo moeten wij ook de volgende uitspraak opvatten:

“Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand kan ooit door toedoen van de Geest van God zeggen: ‘Vervloekt is Jezus’, en niemand kan ooit zeggen: ‘Jezus is de Heer’, behalve door toedoen van de heilige Geest.” (1 Korintiërs 12:3)

Dit betekent natuurlijk niet dat iemand de woorden ‘Jezus is Heer’ alleen door de Geest van God kan uitspreken. Het punt is dat de belijdenis ‘Jezus is Heer’ geen louter geestelijke, verstandelijke uitspraak is. Het is een belijdenis die vlees en bloed wordt in het leven van mensen die zich inzetten voor de armen, de onderdrukten en de vijand.

Dit verhaal onderzoekt dus de omstreden mogelijkheid dat christenen niet zozeer worden opgeroepen om te geloven in de opstanding, als wel de plaats te zijn waar opstanding plaatsvindt. Op die plaats wordt daadwerkelijk getuigenis afgelegd van Christus’ aanwezigheid.

Dit is hoofdstuk 12 over de Opstanding uit De Orthodoxe Ketter, Peter Rollins, Skandalon, € 15,95

Al eerder verscheen op Zinvloed een blog over Peter Rollins, je vindt ‘m hier.