Lazarus staat op – Je moeder! (over loslaten)

Lazarus staat op – Je moeder! (over loslaten)

Opstaan met Lazarus: Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag. Vandaag: Je Moeder! (Over loslaten.) 

 

Je moeder! (over je losmaken) – Opstaan met Lazararus, de PopUpGedachte van woensdagochtend 1 juni

‘Jij moet elke week je vader en moeder opzoeken. Elk weekend’. Dat zei Mohamad terwijl hij naast me in de auto zat. Hij woont bij ons in huis voor drie maanden. Via de logeerregeling van de COA kan iemand met status die nog in het AZC woont voor maximaal drie maanden bij iemand thuis wonen. Met één telefoontje was het geregeld. Die procedure kan opeens wel heel snel. En na een weekje bij ons in huis, had hij als Syriër en moslim een duidelijke mening over hoe dat moet met familierelaties. Jij moet elke week je vader en moeder opzoeken, in het weekend. Ik zag me al gaan. Elke week naar Emmeloord. Dank je de koekoek. Je moeder!

Toch is het niet onlogisch. De familieband is zo’n waanzinnig bepalend gegeven voor wie je bent. Of je nu een liefdevolle of een terroriserende vader hebt gehad. Of je moeder je nou een plaats heeft gegeven in het leven of een beetje langs je heen dobberde. Het heeft je gemaakt tot wie je bent. En het bloed, het zweet en de tranen waarmee ze jouw leven vorm hebben gegeven, verplicht je ook toch?

En dan staat er vanochtend dit: ‘Terwijl hij zo met de mensen in gesprek was, [Jezus dus], dienden zich buiten zijn moeder en zijn broers aan. Ze vroegen hem dringend te spreken. Iemand zei tegen hem: ‘uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen u spreken.’ Hij antwoordde: wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers? Hij maakte en gebaar naar zijn leerlingen en zei:’Zij zijn mijn moeder en mijn broers.. Want ieder die de wil van mijn Vader is de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder’.

Dus ik zeg tegen hem met een grijns: ‘mijn kerkje, die PopUpKerk, dat is mijn familie, dat zijn mijn broers en zussen en vader en moeder.’ Tja, dat kon hij als goed moslim niet ontkennen. Tevreden voegde ik eraan toe: ‘die zoek ik elke week op.’ Hij liet het rusten. Maar was het er absoluut niet mee eens. Moeder was heilig in Syrië. Elke dag bellen. Elke week opzoeken. Dat laatste lukte nu even niet. Bellen wel. En de invloed ging zo ver dat als vader zou vinden dat Mohamad’s vrouw weg moest, dan was het pech voor Mohamad’s vrouw. Dat zou die vader nooit doen, maar toch. Het toont de prioriteiten. Het zal in het Oude Oosten in Jezus dagen niet heel anders zijn geweest.

Wat een intense grofheid dan van de man uit Nazareth. En waarom? Je moeder! De vrouw die je gebaard heeft. Je laat haar staan aan de deur. Je komt niet naar buiten. Sterker nog: je heft haar specifieke rol op. Niet relevant of je me gebaard hebt, of je bloed door mijn aderen stroomt, of je genen de mijne zijn. Ze mag aansluiten. Maar niet met een beroep op haar rol. Maar als mede-uitvoerder van wat er gedaan moet worden in de wereld. Wie mij mag aanspreken op mijn gedrag? Wie mij mag komen halen? Iedereen die ‘de wil van mijn Vader in de hemel doet’. Het voelt als een stuitende vernedering van de moeder. Aan de andere kant zou het ook een bijzondere waardering kunnen zijn voor ieder die ‘de wil van mijn vader doet’

Bloedband en familieband hebben iets willekeurigs. Het is het geheel waarin je geboren wordt. Het zijn de karaktertrekken waar je mee bent behept. Het is de geschiedenis waar je het maar mee moet doen. Hun handelen heeft diepe groeven nagelaten in je ziel of juist je altijd doen barsten van zelfvertrouwen. En hier wordt je losgekoppeld. Ik ben geen product van mijn ouders om dat altijd te blijven. Ik ben niet gedoemd en bestemd om de familie-schoonheid of familie-tragiek voort te zetten. Er rust geen claim op mij. Niet door wat me is meegegeven, aangedaan of opgedragen.

Er is maar één serieuze vraag die mij verbindt met een familie op heel deze aardkloot. De zoektocht naar de wil van het goede, van de maker zelf. En ieder die ik daarin vind is mijn broer, zus, vader of moeder. Als een monnik die de kloostercommunity binnentreedt en de ouders die blij of ongerust buiten de kloostermuren staan. Zo deze wereld binnenstappen, zien wat er gedaan moet worden en me verbinden met iedereen in wie ik die geest herkent – mijn geschiedenis, mijn bloed, mijn genen zijn niet bepalend – maakt of ik me toewijd aan de zaak van de Maker van deze aardbol die medewerkers zoekt die kunnen herstellen, helen, vrede stichten. Het maakt mij individu onder een open hemel, deze tekst. Met een geschiedenis, die maar begrensd invloed mag hebben en een zee aan broers, zussen, vaders en moeders met wie ik het mag rooien als ik ze gevonden heb.

Je moeder! Dus. Die elke ander kan zijn. In een vrije wereld. Waar niet mijn geschiedenis maar mijn toewijding bepaalt wie ik ben.