Onze Moeder die in de hemelen zijt

Onze Moeder die in de hemelen zijt

Jan Willem schreef een prachtige ode aan zijn moeder, die hij verloor aan de dood. ‘Vandaag is God onze moeder die in de hemelen zijt.’ 

Toen mijn moeder stierf, begreep ik pas dat ze er was. Zonder te weten wie ze was. Ze was.

Ik kijk naar een portretje van haar op mijn werkkamer, achter de rommel terechtgekomen, waarop ze een beetje beduusd omhoog kijkt alsof ze niet doorhad dat iemand haar fotografeerde. Zonder dat ze achterdochtig kijkt. Of betrapt. Nee, ze lacht met die verdrietige lach. Diezelfde lach waarmee ze me aankeek bij de dokter, toen ik haar vroeg of het geen pijn deed en zij antwoordde: ‘Sinds ik jou heb gebaard, doet niets mij meer pijn.’

Bron van mijn bestaan

Nu ze dood is, verlang ik naar die bron van mijn bestaan, dat ademende wezen in wiens zwarte diepte ik, zonder te begrijpen hoe, op een dag geboren ben. Dat warme lichaam dat mij naakt tegen zich aandrukte toen ik licht zag en naar adem snakte. Die mens die mij als eerste voelde bewegen. Wiens bloed door mijn aderen stroomde. Die haar buik aaide voor de spiegel, zonder te weten dat ik het was die uit haar zou komen.

Mijn vader niet, mijn vrouw niet, mijn kind niet: geen mens is mij zo nader als mijn moeder, Anja Otten, geboren op 19 september 1950 uit de buik van haar moeder Gerry Kapteijn, geboren uit de buik van haar moeder, geboren uit de buik van…

Eva. Vlees van mijn vlees, gebeente van mijn gebeente. De vrouw van Adam, uit zijn rib geweven en net als hij een mens die net zoveel leek op God. God sprak, laat ons mensen maken. En hij schiep de ongedeelde gelijkenis van Hemzelf. Man en vrouw schiep Hij hen, naar Zijn beeld. Man en vrouw schiep Zij hen, naar Haar beeld.

Onze maker is een vrouw

Onze Maker was een man. Vanaf de dag dat wij woorden aan Hem gaven was Hij een man. Een vader. Een koning. Een herder. Vandaag is onze Maker een vrouw. En voor wie dat wil is Zij dat ook morgen. En de dagen daarna. Want, geloof het of niet, onze Maker heeft zachte borsten, ranke vingers, zachte lippen. Zij is lief en zacht. Zoals mijn moeder was.

Ik zoek al een poosje voorzichtig naar nieuwe woorden voor de bron van mijn bestaan. Alles verandert volkomen als Hij Zij wordt. Dan is God ineens zo zacht en lief als mijn moeder.

Met mijn vader vocht ik. Voor mijn vader was ik stoer. Men zegt dat ik met hem geknuffeld heb, maar ik vind het nu onmogelijk voor te stellen. Voor mijn vader veegde ik mijn tranen af. Bij mijn moeder kroop ik in de armen. Voor mijn vader ben ik een man geworden. Voor mijn moeder was ik een kind. En nu, nu ik man geworden ben, snak ik er naar weer kind te zijn.

Daarom is God vandaag onze Moeder die in de hemelen zijt. Gewoon omdat ik dat wil. Gewoon omdat de Bijbel me geen ongelijk geeft. Toch, Mama? En Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Mama, moeder…’

Dit blog was eerder te lezen op 4 februari 2016