God alleen maar lief? Dat geloof ik niet…

God alleen maar lief? Dat geloof ik niet…

Wolter kan niets met het idee dat God een totalitaire despoot is. Maar dat Hij alleen maar op onze manier lief en begrijpelijk is, gaat er bij hem ook niet in. Want een God die buiten het kwaad om God kan zijn, is dat nog wel God?

Heftig blog was dat van Zack Hunt, vorige week vrijdagochtend. ‘Heeft God me kanker gegeven?’ En dat lees je dan aan de ontbijttafel.

Er is veel, heel veel in dat stuk dat ik herken. Ik begrijp zijn woede. ‘Don’t waste your cancer’ is de titel van een boek van John Piper waarop hij zijn pijlen richt. Blijkbaar is dat boek geschreven volgens het recept dat lijden je niet zomaar treft, maar dat God jou welbewust dit lijden heeft toebedeeld. Het is een soort roeping. Jouw ziekte moet er uiteindelijk toe lijden dat Gods naam verheerlijkt wordt.

Nee, zegt Zack. God heeft mij geen kanker gegeven. In Jezus Christus leer ik God kennen als iemand die werkt aan het herstel van een gebroken schepping. En niet als een totalitaire heerser die at will broodjes hagelslag dan wel kanker aan mensen uitdeelt.

Niet bij toeval

Zack torpedeert daar even een theologische lijn die veel Amerikaanse christenen waarschijnlijk met de paplepel kregen ingegoten, maar die in Nederland ook niet onbekend is. Voor velen van ons klonk die theologie ongeveer zo: goed en kwaad treffen ons niet bij toeval, maar ‘vallen ons uit Gods vaderhand ten deel’ (de beruchte zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus).

Nu ben ik niet van plan om hier de karikaturale kant van deze theologie alsnog bij te vallen. Ik geloof ook niet in een God die er plezier in heeft om de schepping met venijnige scheutjes kwaad te begieten. Of af en toe een hele emmer (hoppa, droogte in zuidelijk Afrika. Kunnen ze daar wel gebruiken. Mijn naam moet wel verheerlijk worden, nietwaar?). God is een overvloeiende bron van goedheid.

Alleen maar op mijn manier lief

En tegelijk wil ik met het badwater van de dictatoriale God niet het kind van Gods mysterie weggooien. Ik wil de abjecte totalitaire God niet inruilen voor eentje die alleen nog maar op mijn manier lief en begrijpelijk is. Ik kan namelijk ook niet geloven in een God voor wie het kwaad waar deze wereld doorheen gaat en waar onze levens doorheen gaan één groot vraagteken is. God die buiten het kwaad om God kan zijn – is dat nog wel God?

Stel dat jou die vervloekte ‘waarom’-vraag op de lippen brandt. Waarom ik? Of waarom zij, die moeder van dat jonge gezin? Dan heeft zo’n vraag vaak een adres: God. ‘Waarom zij, God?’ En ik denk dat dat nog altijd het goede adres is.

Dankbaarheid een adres

Daniël Lohues, die heerlijke zanger uit Drenthe, vindt het wel charmant om tegen God ‘dankjewel’ te zeggen voor de zon (of voor liefde, appelbloesem, cappuccino’s). Hij vindt het ergens passend als je dankbaarheid een adres heeft, hoewel hem dat zelf niet lukt. Nu zou ik niet willen beweren dat je tegen God dan ook maar ‘dankjewel’ moet zeggen als je kanker krijgt. Maar je kunt op z’n minst op een gegeven moment een ‘waarom?’ proberen.

En het antwoord op die vraag? Mag ik daar een passende stilte laten vallen? Ik kan niet aan iemands ziekbed of langs de lijn van iemands lijdensweg met een grote toeter gaan staan waar ik door schreeuw: ‘Don’t waste your cancer, dude!’ (vervang cancer desgewenst door: depression, divorce, unemployment, etc.)

Maar ik ga ook niet mee met de gedachte dat alles wat mij aan ellende treft alleen maar zinloos of absurd is. Zelf heb ik na een periode van stevige depressie lang en intens stilgestaan bij deze zin uit psalm 119:

‘Het was goed voor mij dat ik vernederd werd.’

En op een diepe, pijnlijke en verdrietige manier klopte die zin voor me. Niet dat ik tevoren zo’n arrogante zak was, maar het klopte gewoon.

Kon ik dat zeggen toen ik er middenin zat? Of kan ik ook maar aan iemand anders opleggen dat hij of zij dat ook moet kunnen zeggen? Natuurlijk niet.

Geloven is ook buigen voor je lot

Maar ik wil wel ruimte laten voor deze weg van God. Dat is een weg die we niet kunnen napluizen of als recept kunnen oplepelen. Zijn weg loopt immers ‘door de zee – en zijn voetsporen blijven onzichtbaar’.

Dit is wat ik ken: dat geloven ook buigen voor je lot is.

En voor wie of wat buigen we dan? Voor de dictator, die willekeurig regen, zonneschijn, wittebrood of kanker uitdeelt? De despoot in de hemel?

Nee, dan buigen we voor een aanbiddelijk mysterie, dat groter is dan wij.