‘Heeft God me kanker gegeven?’

‘Heeft God me kanker gegeven?’

De Amerikaanse blogger Zack Hunt heeft kanker. Kanker die niet van God komt en waar God geen bedoeling mee heeft. ‘Want de God van het evangelie verheugt zich niet als zijn schepping lijdt.’ 

Nou zeg, als ik had geweten hoe beroerd je van chemo werd, had ik nooit kanker gekregen. (Je mag lachen, grapje.)

Zonder gekheid: alle liefde, steun, bemoediging en gebeden die ik heb gekregen van vrienden, geliefden, uit het oog verloren kennissen en volstrekte vreemden hebben mijn leven meer dan dragelijk gemaakt.

Sterker nog: zo is het leven waard om voor te leven, om voor te vechten.

Ik ben sprakeloos van dankbaarheid voor alle vriendelijke gestes die we als gezin hebben ontvangen de afgelopen weken. Het is onmogelijk om voor iedereen iets terug te doen, maar dat zal ik zeker proberen.

Ik ben ook dankbaar voor wat er níét werd gezegd. Op dit soort momenten, als we horen dat iemand ernstig ziek is of op tragische wijze een geliefde heeft verloren, is het begrijpelijk dat we vaak met de mond vol tanden staan. We beseffen dat we geen woorden hebben die de diepe vrede en heling kunnen brengen die zo nodig zijn. Toch moeten we wel praten, bang als we zijn voor stiltes. Vandaar dat we dan zoekend naar woorden soms iets zeggen wat de pijn juist groter maakt.

Wijze vrienden en familie

Misschien lag het aan de wijsheid van mijn vrienden en familieleden, misschien ben ik genadig gespaard gebleven, maar helemaal niemand heeft in de afgelopen weken geopperd dat ik vast kanker heb gekregen om een bepaalde reden of dat God er wel een bedoeling mee moet hebben: als een wrede, goddelijke plotwending in mijn levensverhaal, om een mysterieuze reden.

Zoals ik al zei: ik heb geluk gehad.

Niemand heeft gezegd dat God mij kanker heeft gegeven.

Nu denk je misschien bij jezelf: Nou, dat mag ik hopen van niet. Dat zou toch vreselijk zijn? Wie denkt nou zoiets, laat staan dat-ie het hardop zegt?

Ik wou maar dat het antwoord op die vraag ‘niemand’ was, en ik ben ervan overtuigd dat de mensen die wél met zulke misplaatste troost over Gods plan aankomen, dat niet helemaal doordacht hebben. Anders zouden ze wel beseffen dat hun woorden hun geliefden alleen maar kwellen en er het zwijgen toe doen.

Verwerpelijke God

Helaas zijn er veel mensen die zich christenen noemen die de diepe overtuiging koesteren dat God wel degelijk mensen kanker geeft (en dus ook bewust achter alle het andere kwaad in de schepping zit). Waaruit volgt dat er legio andere christenen zijn die na hun eerste chemotherapie, als een geliefde alzheimer heeft of die bijkomen van een gruwelijke verkrachting te horen krijgen dat al dat vreselijks onderdeel is van Gods plan. Dat God hun lijden heeft beschikt, tot zijn eer.

Klinkt dat idioot? Dat komt omdat dat zo is.

Klinkt zo’n god verwerpelijk en door en door slecht? Dat komt doordat hij dat is.

En toch heeft dit dogma een grote aantrekkingskracht op mensen als John Piper. Sterker nog: hij heeft er een boekwerkje over geschreven met de titel – helaas, ik bedenk het niet – Don’t Waste Your Cancer (Verspil je kanker niet).

Volgens de achterflap schrijft Piper ‘over kanker als een kans om God te eren. Met pastorale gevoeligheid, mededogen en moed wijst Piper er ons vriendelijk maar beslist op dat we daadwerkelijk de kansen die kanker ons biedt verspillen als we niet inzien dat onze ziekte een plaats heeft in het plan dat Gods met ons heeft. Hij wil ons op een hoopvolle weg leiden zodat we Jezus groot kunnen maken.’

Sprakeloos

Piper zegt dus dat je ‘je kanker verspilt’ als je, onder andere, niet gelooft dat God een vorm van kanker speciaal voor jou heeft bedacht, dat de ziekte niet van God komt en wanneer je je hoop vooral vestigt op genezing.

Als kankerpatiënt sta ik sprakeloos bij zo’n verwerpelijke theologie als die van Piper.

Als christen kan ik er niet over uit hoe schandalig en hoe verstoken van christologische inhoud dit Godsbeeld is.

Het is een zielloos dogmatisme dat toestaat, rechtvaardigt en zelfs stimuleert dat iemand tegen een zieke of stervende zegt dat zijn lijden niet slechts van God komt, maar ook nog dat het alleen dient om in zijn perverse, egoïstische behoefte aan erkenning te voorzien.

Misschien heb je deze onzin al eens eerder gehoord, laat ik dan zo duidelijk mogelijk zeggen: zo is het evangelie niet. Het is je reinste godslastering, vermomd als systematische theologie. Het is godslastering, want dat is het woord voor iemand die God uitmaakt voor kinderverkrachter, brute moordenaar, zedendelinquent en veroorzaker van onnoemelijk kwaad. En dat is geen overdrijving of laster. Dat is precies de God zoals hij wordt neergezet door mensen als Piper en zijn theologische voorganger, Calvijn: een God die alles wat slecht is in de wereld beschikt, tot in de puntjes regelt en er zelfs van geniet (tot ‘zijn eer’).

Wel of niet de christelijke God?

Bovendien is het volgende moeilijk te verklaren wanneer Piper gelijk heeft en God er inderdaad de hand in heeft dat ik nu kanker heb. Het is namelijk zo dat sinds we mijn diagnose bekend hebben gemaakt, we niet alleen veel hulp van geloofsgenoten heb gekregen, maar ook ongelooflijk veel liefde en steun van onze niet-gelovige vrienden. Eén gezin in het bijzonder heeft ons meer hulp en meeleven betoond dan we verdienen. Het zijn overtuigde atheïsten, maar ondanks de geruchten die er over atheïsten de ronde doen, spannen zij de kroon wat medemenselijkheid betreft.

Ze zijn een crowdfundingsactie begonnen zodat ik nu alle medische kosten ruimschoots kan betalen. Ze hebben maaltijden bij ons bezorgd en kwamen zelfs met een diepvriezer aan om extra eten te bewaren. Toen ik vorige week ineens naar de spoedeisende hulp moest, hebben ze op de meiden gepast zodat mijn vrouw me uit het ziekenhuis kon ophalen, ook al hebben ze zelf een kind en werkt zij ’s morgens en o ja… Ze is 37 weken zwanger.

Als het dus klopt wat Piper en zijn theologische broeders beweren en de kanker van God komt, dan houdt dat in dat mijn niet-gelovige vrienden aantoonbaar beter zijn dan de God van Piper. Want ik was ziek en ze hebben me getroost, gewoon uit medemenselijkheid, terwijl de God van Piper mij laat lijden met als enige doel dat hij daardoor in aanzien stijgt.

Maar geloof is uiteindelijk natuurlijk een persoonlijke overtuiging over wie God is. Misschien heeft Piper gelijk en is zijn versie echt God. Maar wij leren God kennen door middel van Jezus, dus is hij tóch niet de christelijke God.

Jezus geneest zieken, hij maakt ze niet ziek.

Jezus bevrijdt onderdrukten, hij geeft geen bevel ze te onderdrukken.

Jezus bevrijdt wie gevangen zit, hij sluit ze niet op.

Jezus herstelt een gebroken schepping, hij geeft geen ziekte, lijden en pijn zodat het nog een grotere bende wordt.

En wat mensen als Piper vooral niet moeten vergeten: Jezus is niet belust op macht; eer kan hem niets schelen: ‘Hij heeft de gestalte van een slaaf aangenomen en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.’

God als totalitaire heerser

Het probleem met Pipers calvinisme is ten diepste dat het de Bijbel leest en interpreteert vanuit een machtsstructuur die het christendom juist afwijst. De God van John Piper en Johannes Calvijn is afgeleid van de koningen of heersers die Calvijn en zijn voorgangers maar al te goed kenden: koningen die, direct of indirect, het leven van hun onderdanen compleet beheersten, en dat uitsluitend voor eigen eer. Als je door die bril kijkt moet God wel een oppermachtige koning zijn die het leven van alles en iedereen rechtstreeks en totaal beheerst, en dat uitsluitend tot eer van hemzelf.

Maar als je gelooft wat er in de evangeliën staat, dan wil de christelijke God niet alles tot in de details besturen en geeft hij niets om eer.

De God die we in het evangelie ontmoeten, wordt geboren in armoede en schande, groeit op als een pauper, heeft geen dak boven zijn hoofd en sterft een nederige dood na te zijn gegeseld, van zijn kleren beroofd en aan een kruis genageld… Terwijl hij zijn leven had gewijd aan het genezen en helpen van zieken, stervenden, armen en onderdrukten. O ja, en dan was er ook nog die opdracht om zijn reddingswerk voort te zetten en te verspreiden.

God geeft geen kanker

Christenen zouden de Bijbel door de lens van Christus moeten lezen, en die christologische lens voorkomt dat we ooit kunnen concluderen dat de God die in Jezus mens geworden is, iemand kanker en alzheimer geeft, kinderen gruwelijk laat misbruiken of onschuldige slachtoffers laat vermoorden – welke geïsoleerde tekst daarvoor ook als bewijsplaats wordt aangehaald.

Voor de duidelijkheid: dat lost het probleem hoe God zich verhoudt tot het kwaad in de wereld niet op. Zelfs al ga je uit van een vrije wil bij de mens, van natuurwetten en een God die ervoor kiest om zijn macht beperkt in te zetten, dan nog zou God toch ook een andere, minder pijnlijke werkelijkheid kunnen maken, in ieder geval één zonder al dat zinloze lijden. Natuurlijk kan het zijn dat wij in de zogenoemde ‘beste van alle denkbare werelden’ leven, en ik ben het er helemaal mee eens dat een wereld met een inherent risico tot kwaad te verkiezen is boven eentje waar alle kwaad van God komt. Maar waarom God dan geen wereld heeft geschapen met minder lijden, dat blijft een vraag waar we in dit leven geen antwoord op krijgen.

Hoe dan ook, als we in Jezus geloven en in hem een verwijzing naar Gods karakter zien, dan kunnen we met stelligheid zeggen dat God niet degene is die mij en anderen kanker geeft of jouw opa alzheimer. Hij spoort ook geen pedofiel aan een kind te misbruiken of een moordenaar iemand van het leven te beroven.

Dat is niet de God van het evangelie.

Dit is de God van het evangelie

De God van het evangelie verheugt zich niet als zijn schepping lijdt, hij veroorzaakt dat lijden niet en hij vindt ook niet dat je je kanker of een andere akelige ervaring verspilt wanneer je weigert een bepaalde ideologie aan de man te brengen.

De God van het evangelie is een helende God, iemand die met ons door een dal van diepe duisternis gaat en zegt dat we niet bang hoeven te zijn, een God die tot in eeuwigheid de littekens van zijn eigen lijden draagt, als blijvende herinnering dat hij onze pijn niet onbelangrijk vindt. God veroorzaakt het lijden niet, maar zorgt uiteindelijk wel voor genezing.

Tot het zover is, hoeven we ons niet druk te maken over of we ons lijden verspillen – als dat al zou kunnen.

Toch wil ik tegen John Piper zeggen: als je dit leest, weet dat ik mijn kanker zeker niet zal verspillen. Ik zal de diagnose gebruiken als aanleiding om mensen echte hoop te bieden. Ik zal alles op alles zetten zodat niemand die met chemotherapie, alzheimer of veerkracht te maken krijgt, meer hoeft aan te horen dat God zijn lijden heeft voorbeschikt voor zijn eigen perverse en zelfzuchtige doeleinden.

Als het me lukt mensen te behoeden voor zo’n vreselijke theologie die hun lijden alleen nog maar erger maakt, ook al is het er maar één, dan heb ik misschien mijn kanker niet verspild.

Dit artikel verscheen eerder op het blog van Zack en is met toestemming van de auteur overgenomen.