Lazarus staat op – Dat de wereld niet van mij is

Lazarus staat op – Dat de wereld niet van mij is

Opstaan met Lazarus: Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Dat de wereld niet van mij is – PopUpGedachte Dinsdagochtend 28 juni

Ooit wilde ik met een collega-theatermaker een nieuwe versie maken van Bertold Brecht’s Moeder Courage. Zij wist te vertellen dat dit niet zomaar kon. Brecht’s erfgenamen zaten er namelijk als havikken bovenop om te zorgen dat niet jan en alleman met die teksten aan de haal ging. Het was intellectueel eigendom dat zij hadden geerfd en als je er misbruik van maakte wachtten je torenhoge boetes. Wat vonden we dat geneuzel. Maar als ik vanochtend de teksten zie, begin ik er iets van te begrijpen.

De aarde is zo’n erfenis. Het is onder handbereik, net als de teksten van Brecht en wij vinden dat we ermee mogen doen wat we willen. Er groeit van alles uit wat we graag verorberen en er zit van alles aan rijkdom in wat we graag omzetten in iets waar we gelukkig van worden. Ondertussen merken we dat de aarde daar niet beter van wordt en we een beetje kwijt zijn hoe de natuur der dingen is. We lopen vast. Er is ergens iets misgegaan. Wat nu? Wie weet nog hoe het hoort?

Jezus vertelt een verhaal. Er was een landbezitter die een wijngaard bouwt op zijn land en vervolgens die verhuurt in ruil voor een deel van de opbrengst. Hij gaat zelf op reis. Het is nu aan de huurders. Die weigeren de afdracht echter en mishandelen de knechten van de eigenaar die de druiven komen halen. Dat doen ze ook bij de tweede serie knechten die de baas stuurt. Dan stuurt uiteindelijk de heer zijn zoon op pad, die zullen ze ontzien, denkt hij. Dat zullen ze niet durven. Helaas, dat durven ze wel. Ze zien de erfgenaam en zeggen: kom op laten we hem doden en de erfenis opstrijken. Een absurde gedachte, maar het gebeurt toch. Als er geen erfgenaam is, dan is de aarde van ons. Zuiver Nietzscheaans treurig: God is dood, en wij hebben hem vermoord. Om vervolgens mensen op te roepen dan te leven als godmoordenaars en zelf de verantwoordelijkheid te nemen.

Maar wat als God niet dood is? En zijn geest nog leeft? Dat hij ooit terugkeert om zijn planeet weer op te eisen en in de tussentijd vraagt om in zijn geest de aarde te beheren, als de erfgenamen van Bertold Brecht?

Ik wil daar niet meer mee in dat eigenaarschap van de planeet. Dat die van ons zou zijn. Het zijn maar speldeprikken, dat vegetarisch eten, die fairtrade koffie en die eerlijke shirts of die tweedehandse maar het is een schamele poging om binnen de beschadigde wereld in een andere geest te leven. En we zien het om ons heen, hoe die manier van werken mensen raakt. Dat we het allemaal wel anders willen en beter en mooier. Er waait een geest over de planeet, die weer roept dat het niet onze wereld is. We hebben die maar in bruikleen en de eigenaar wil graag zijn deel.

Maar wie zegt wat zijn deel is? Hoe dat werkt? Jezus van Nazareth is vrij helder, hij positioneert zich als de vermoorde zoon en leert wat de geest is van de eigenaar. Wat is de afdracht die hij wil van de erfgenamen? Dat we van zijn wereld en zijn medemens houden in een soort eerbied en wat we oogsten van zijn planeet met liefde en met mate doen, en dat we wat we eruit halen direct delen met iedereen die het nodig heeft. Er hoeft niets terug naar een godheid, het moet naar mensen die het nodig hebben.

Ik wil de eerbied terug. En het besef van bruikleen. Dat is wat de gelovigen dreef. En we kunnen er van alles van zeggen, maar met dat we verlicht zijn geworden, zijn we niet betere caretakers geworden. We zijn niet meer bang voor de goden, voor de priesters en de kerk en dat is fijn. Maar we missen ook de vrees en de eerbied die ons weerhield om ‘eruit te halen wat erin zit’. En ik wil verder, niet terug naar de angst maar verder naar de eerbied. Danken voor het eten en het delen.

Ik ben zo’n erfgenaam. En jij ook. En wij moeten als haviken op die erfenis zitten. Scherp en eerlijk kijken of we wel recht doen met elkaar aan de geest van de maker, die niet fysiek onder ons aanwezig is. En iedereen waarderen en aanbevelen die werkelijk iets moois maakt van die erfenis. Want dat konden de erven van Brecht ook, theatermakers aanbevelen die er werkelijk iets nieuws en moois en eigentijds van maakten.

De natuur vertelt het ons wel. Of we zuiver opereren. De plastic soep preekt tegen ons. En de kinderen in de fabrieken in outgesourcte landen ook. We weten het wel. Nu nog onze verantwoordelijkheid pakken. Als erfgenamen die misbruik moeten voorkomen en goed gebruik stimuleren.