Lazarus staat op – Oh shit, wat doe ik hier?

Lazarus staat op – Oh shit, wat doe ik hier?

Opstaan met Lazarus: Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag. 

Oh shit, wat doe ik hier? – PopUpGedachte vrijdag 10 juni

Dat denk ik terwijl de golven hard tegen de plank slaan onder mijn voeten en een nijdige wind aan mijn windsurfzeil rukt. De oevers van het meer zijn ver weg, heel ver. Mijn armen trillen van vermoeidheid, mijn benen ook en de elementen komen opeens wel heel krachtig en donker over. Hoe haalde ik me dit ook alweer in mijn hoofd?

Of na die sollicitatie waarbij je die grote woorden gebruikte, want je moest jezelf aanprijzen. En nu zit je in dat kantoortje en diezelfde woorden: ‘oh shit, wat heb ik gedaan?’ Ik en mijn grote mond. Of überhaupt gewoon in het leven. Dat je je afvraagt wat je hier in godsnaam doet. Te moe. Te onmogelijk. Teveel verlangens. Te weinig tools. Oh god wat doe ik hier. Alsof je over dun ijs loopt. Of over water voor mijn part.

Wees niet te haastig met je woorden en doe God niet overijld geloften zegt de prediker, want god is in de hemel en jij bent op aarde. Fair enough prediker, dat klinkt heel wijs. Maar in ons hoekje blijven zitten is ook geen goed idee. En als je jezelf eenmaal aantreft midden op dat meer, in die baan of gewoon in dit leven, dan is dat wel een beetje te laat.

Petrus, de wat onbesuisde leerling van Jezus van Nazareth, is zich net als de anderen helemaal de ziekte geschrokken door een soort geestverschijning die hij ziet naast de boot. Op de golven lijkt een man te lopen, ze herkennen Jezus. Wat moet betekenen dat Jezus zelf dood is, anders zie je zijn geest niet. En rondzwervende geesten zijn gevaarlijk. We hoeven maar enkele tientallen jaren terug in onze eigen sprook-en spookverhalen om exact dat levensgevoel aan te treffen. Angst bij geesten want die komen je op jagen.

En dan – in dit verhaal hé, blijf even meegaan, voor hen was dit ook totaal onmogelijk – spreekt de geestverschijning dat hij geen geest is maar gewoon Jezus van Nazareth die over de golven loopt. Dat is niet zomaar een beeld. Dat is geen trucje. Het was het oude beeld uit de liederen en mythes dat God alles in zijn hand houdt en over de zeeën heerst. Dat beeld. En hier wordt dat vrij fysiek gemaakt. Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.  Hij zei: Kom. Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.

Maar dan die loeiende storm in je oren, hoge golven. En geen surfplank. En dan staat er: Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: heer red me. Meteen strekte Jezus zijn hand uit greep hem vast en zei: kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ Toen ze in de boot stapten ging de wind liggen en zeiden de aanwezigen: u bent Gods zoon, tegen Jezus.

Absurd verhaal. En wat kun je met dergelijke mythische proporties. Waardoor ging die Petrus naar de kelder? Paniek over de omstandigheden. Logisch, herkenbaar. Moet je dat dan gewoon niet hebben. Gewoon in jezelf blijven geloven. De innerlijke paniek afleren. Stoer. Stevig. Ik wordt er al moe van als ik er aan denk.

Wat Petrus overkomt, is zo vaak waar in ons leven. Wij zijn geroepen naar de plek waar we ons even helemaal overdonderd of uit ons evenwicht voelen. We zijn er zelf ingestapt, maar niet alleen. Dat is de meest effectieve paniekbestrijding die ik ken. Ik zit hier niet zomaar. Ik heb zelf het leven niet gekozen. Ik heb niet voor niets een wat grote mond gehad bij mijn sollicitatie. Ik denk dat ik hier hoor. En nu wordt het wat overweldigend die omgeving, maar dat hoef ik dan zelf niet te kunnen overmeesteren. Ik ben niet de enige die hier verantwoordelijkheid draagt. Ik ben geroepen.

Die rust. Bij die terugkerende vraag: Oh shit, wat doe ik hier. Hoe kom ik hier terecht – of specifieker nog: hoe blijf ik hier overeind? Deze gedachte: ik ben hier ook geroepen. Heengetrokken. En wie of wat deed dat. Het is niet zozeer dat ik niet aan mezelf mag twijfelen. Dat zou een heel onnatuurlijke opdracht zijn wat als het me lukt me tot een bijzonder vervelend mens maakt. Maar wat minder twijfelen aan het feit dat ik hier hoor omdat iemand anders me hier toe heeft uitgenodigd, omdat iemand anders in me geloofde, de verantwoordelijkheid delen. Dat geeft iets van rust. En dan kun je jezelf opeens horen zeggen: ik ben bang. Of ik vind dit best eng. En dat je dan juist niet meer in de golven wegzinkt, maar juist weer vaste grond voelt. Omdat het niet zo erg is om bang te zijn. Het is veel wankeler om bang te zijn om bang te zijn.

We zijn hier niet zomaar. Iemand zei: ‘kom’ – dat voelden we aan ons water. En daarom zijn we aangekomen op die golven en in die wind. Iemand dacht dat we het konden. En reikt de hand. Dus rustig verder dan maar. En eerlijk. Niet te groot die woorden. Want wij zijn maar op aarde. Dat is waar.