Ode aan de vertwijfeling

Ode aan de vertwijfeling

Geert Jan sprak er al over tijdens de Lazarus 7keer7 tour: hij is een vertwijfelaar. Een vertwijfelaar die liever leeft met paradoxen dan radicale, simpele antwoorden. En daar moet ruimte voor zijn, vindt hij.  

Meer ruimte voor vertwijfeling, daar wil ik graag voor pleiten.

Ruimte voor

een onrust die in ons binnenste woont, een onvrede, een disharmonie.
(Kierkegaard)

Vertwijfeling is dus iets anders dan twijfel, wat mij betreft veel interessanter dan twijfel, veel veelzeggender veel existentiëler. Pleidooien voor twijfel zijn er genoeg. Over hoe goed en nuttig twijfelen kan zijn, hoe bevrijdend het kan werken twijfel toe te staan, pleidooien zelfs voor twijfel als levenshouding.

Zelf heb ik daar niet zoveel mee.

Twijfel hoort erg thuis in het ‘waar of niet waar’ domein en daar worden zelden belangrijke zaken beslist. Tenminste voor mij werkt dat zo. Ik ben meer een vertwijfelaar dan een twijfelaar. En ja, ik vraag dus inderdaad ruimte voor mezelf en voor andere vertwijfelaars, want daar konden er weleens meer van zijn dan je op het eerste oog zou zeggen.

Dit wonderlijke bestaan…

Maar laat ik bij mezelf blijven. Zo lang ik me herinner, heb ik iets van die onrust, onvrede, disharmonie bij me. Als kind al had ik de neiging om me op afstand te voelen, niet in harmonie met dit aparte, wonderlijke bestaan. Toen ik ouder werd, stuitte ik op het begrip paradox dat me meteen aansprak. Paradoxaal, vol van tegenstrijdigheden die tegen elk gevoel van logica, verwachting of intuïtie ingaan, zo ervaar ik veel in dit leven. Daar heeft mijn vertwijfeling alles mee te maken.

Neem alleen al het feit dat we doodgaan.

Ik heb het niet bewust meegemaakt, maar het is me vroeg verteld: de reden dat ik 2 oma’s en maar 1 opa had, was omdat opa Geert een paar weken na mijn geboorte dood zomaar dood was neergevallen. Hij was 49 jaar.

Toen ik zes was, heb ik bewust meegemaakt hoe mijn tante in de auto waarin ik ook zat benauwd werd. Een paar minuten later dood was. Ze was nog geen 40 jaar. En die lijst is in de loop van de jaren natuurlijk groter geworden en groeit. Ik raak er maar niet aan gewend. Het is en blijft bizar en onacceptabel.

Een eeuwigheidswaarde in je te voelen en een besef van onvermijdelijke en soms abrupte eindigheid. Dat is een absurde spanning. Een bizarre tegenstelling. Een tegenstelling die leidt tot onrust, onvrede, disharmonie in mezelf.

Fierljeppend over de doodsrivier

Nu ben ik behoorlijk christelijk opgevoed, dus –zou je zeggen- was er voldoende voorhanden om me uit die vertwijfeling te halen. Maar dat werkte niet zo. Het geloof dat ik kreeg aangereikt, nam de spanning van die paradox vaak helemaal niet serieus. Ik kreeg verhalen te horen waarin die spanning niet echt voorkwam, omdat alles in het teken stond van een blijkbaar voor veel blije mensen in mijn omgeving klip-en-klare oplossing. Die bizarre spanning tussen leven en dood, zijn en niet-zijn bijvoorbeeld, daar was een helder antwoord op: het eeuwig leven. Bang voor de dood hoefde en mocht je eigenlijk niet zijn, want wij hadden de polsstok in handen waarmee je al fierljeppend over de doodsrivier sprong.

Zo botsten mijn innerlijk beleefde tegenstellingen vaak op een omgeving die er al uit leek te zijn. Ondanks dat Jezus zelf grossiert in paradoxen, over laatsten die eersten zullen zijn, over armen die alles erven, over alles geven en toch alles krijgen. Ondanks dat Paulus wist van tegenstellingen in zichzelf, van doen wat je niet wilt en willen wat je niet doet en zwakheid in kracht, leek ik voortdurend op mensen te stuiten en dingen te lezen die er op neerkwamen dat we eigenlijk al uit die spanning weg waren. Mensen en theorieën die leken te kloppen en hoogstens met schoonheidsfouten streden. Ruimte voor twijfel was er wel, maar dat was niet mijn probleem. Ik zocht een plek voor mijn vertwijfeling. Twijfel hield je nog wel in hetzelfde spel, maar vertwijfeling omdat je verscheurd werd door onoplosbare tegenstrijdigheden, dat lag lastiger.

Ik keek om me heen

Iemand om het geloof er helemaal aan te geven ben ik blijkbaar niet, al heb ik dat vaak willen doen. Eerder keek ik om me heen naar andere vormen van christen-zijn. Maar de zogenaamde vrijzinnigheid bood me vaak precies hetzelfde aan: een kloppend geheel van waarheden waarin voor de paradox zoals ik die ervoer weinig ruimte was. Leven na de dood bleek daar soms helemaal niet meer aan de orde. Het speelde zich allemaal hier en nu af en hoe die wereld hier en nu eruit moest zien, wist iedereen blijkbaar ook al heel precies. Ook in deze kringen was twijfel prima, pluspunten zelfs als die betrekking had op God. Maar vertwijfeling…

En toch bleef dat niemandsland van de vertwijfeling de plek waar ik me bevond. Vaak met een schuldig gevoel, een gevoel laf te zijn, veel verwijten aan mezelf makend dat ik niet durfde kiezen. Omdat ik het maar niet kon opbrengen om simpel en radicaal te zijn.

Pas de laatste jaren durf ik als vertwijfelaar uit de kast te komen. En daarbij is Kierkegaard voor mij van onschatbare waarde geweest. Door vertwijfeling wel serieus te nemen. Heel serieus. Hij beschrijft het als ‘de ziekte tot de dood’. Niet dat je er fysiek aan sterft, maar als je erin blijft hangen, als de verlammende vertwijfeling die toeslaat bij het leven in deze paradoxale werkelijkheid alles is, dan ben je levend dood. Eindeloos zijn de situaties die hij beschrijft waarin het misgaat, maar één ding is daarbij altijd voorondersteld: vertwijfeling is een ziekte, maar het is een ziekte die iedereen treft. En het is veel erger om jezelf er niet bewust van te zijn dan dan eraan te lijden. Weten dat je vertwijfeld bent, is het begin van verandering.

Leef het leven

Als vertwijfeld mens kun je uit de spanning weg proberen te stappen door naar de ene of de andere kant over hellen. Maar daarmee doe je de werkelijkheid geweld aan, en dat wreekt zich altijd. Je kunt ook blijven zitten waar je zit en vertwijfeld raken over je vertwijfeling.

De enige uitweg lijkt paradoxaal genoeg helemaal niet op een uitweg. In de spanning blijven en vooruit bewegen: niet links of rechts de oplossing zoeken, ook geen derde weg bedenken, maar met alles wat onduidelijk blijft in beweging komen. Het leven leven, omarmen en liefhebben zoals het zich aandient.

Want het leven speelt zich af in de spanning. Liefde kan stromen in de ruimte die ontstaat door de paradox niet met geweld op te lossen, maar haar te laten bestaan. De wond van het bestaan openhouden is de enige manier om er mee te leven.

De absolute paradox

Altijd weer komt dat terug in de dagelijkse werkelijkheid en in het geloof. Eindelijk horen die twee bij elkaar, verbonden in de worsteling met de paradox.

Is mijn wil bepaald of volkomen vrij: je kunt er eindeloos over theoretiseren, je er compleet door laten verlammen, maar ook met en in die spanning de liefde gaan doen.

Houd ‘ik’ op te bestaan bij de dood, of gaat er iets van mij verder? Leef, hoop en vertrouw zonder die spanning te willen oplossen.

Was Jezus mens of God; eindelijk leer ik het af om eindeloos te analyseren en is de enige vraag: Geef ik me over aan die Absolute Paradox. Aan de man die zei: ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij’ en ‘Wie niet tegen mij is, is voor mij’. Ik probeer er maar geen touw meer aan vast te knopen.

Dit is geen pleidooi voor vertwijfeling, wel voor ruimte voor vertwijfeling.

Vertwijfeling is er genoeg, maar aan ruimte daarvoor is een groot gebrek.

 

Kijk ook naar de speech van Geert Jan tijdens de Lazarus 7keer7 tour.