De god van X-Men Apocalypse heeft niet zulke lange neusgaten als de Bijbelse

De god van X-Men Apocalypse heeft niet zulke lange neusgaten als de Bijbelse

Alain keek de film X-Men Apocalypse en moest toen denken aan de lange neus van God. Want de bijbelse God is genadiger dan de Hollywood-god – maar is dat nou zonder meer goed nieuws?

Naar alle waarschijnlijkheid lijk ik meer op God dan jij.

Dat zeg ik deze keer niet omdat ik Alain Verheij ben. Ik zeg het omdat ik een grote neus heb. En God heeft dat ook, zoals twee handenvol teksten in de Hebreeuwse Bijbel ons vertellen: God is ‘lang van neusgaten’. Helaas voor mij en gelukkig voor God wordt dat echter, zoals zoveel bijbelteksten, niet letterlijk maar beeldend bedoeld: Gods lange neusgaten zijn een beeld van zijn lange adem – van zijn hemels geduld.

In Nineve kan de profeet Jona de lange neus van God bijvoorbeeld niet zo waarderen:

Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig [lang van neus, dus] en trouw, en tot vergeving bereid.

Niet elke god is even genadig

Het is niet per se vanzelfsprekend dat de bijbel God op die manier beschrijft. Als een opperwezen dat geduldig is met ons feilbare mensjes. Je zou je namelijk ook kunnen voorstellen dat zo’n God het een keer zat wordt met ons. Dat hij niet meer kan aanzien wat we elkaar en de zo mooi bedoelde aarde steeds maar blijven aandoen. Dat hij alles overhoop wil gooien en helemaal opnieuw wil beginnen.

Sinds de mens over goden praat, worden zulke verhalen verteld. Apocalyps, vuur uit de lucht, de toorn van de goden. Woede omdat de mens hoogmoedig wordt en torens bouwt die de hemel willen kussen, zoals in het bijbelse verhaal over de Toren van Babel. Goden die spijt hebben van hun schepping en de mensheid willen wegvagen. Zoals in het zondvloed-verhaal.

X-Men: Apocalypse

In de bioscoop zag ik deze week X-Men: Apocalypse. In de trailer kun je het al zien: iemand die zichzelf Ra en Elohim noemt – de oppergod van alle volken aller tijden dus – wordt na lange tijd weer wakker en besluit dat het genoeg is geweest. De hoogmoedige mens heeft de boel verkloot en vanuit de as van de huidige wereld wil God een nieuwe, betere wereld doen verrijzen.

Everything they’ve built will fall! And from the ashes of their world, we’ll build a better one!

Net als in het boek Openbaring zoekt hij vier ruiters om de aarde te straffen en plat te leggen. Een van die ruiters haalt hij over door hem mee naar Auschwitz te nemen. ‘Kijk, dit is wat de mensen elkaar aandoen als ik even lig te slapen’, zegt God. En Auschwitz moet kapot, niets mag er meer aan herinneren. Na Auschwitz volgt dan de rest van de menselijke geschiedenis met haar torens van Babel, sporen van oorlog, lijken in de kast. God wil opnieuw beginnen.

De bijbelse genade heeft ook een keerzijde

Het bijbelse zondvloed-verhaal spreekt over een andere God. Eerst hetzelfde motief: een God die spijt heeft dat hij de mens heeft gemaakt. Dan toch die lange neus: God die spijt van zijn spijt heeft en de mensheid belooft dat er nooit meer een zondvloed komt.

Zo rekenden wij af met de genadeloze god van X-Men en al die andere apocalyptisch vertoornde opperwezens. Geen god zal ons met vuur of storm of watervloed van de aarde vegen, want onze God is een god met lange neusgaten, met een lange adem. Gods geduld is onmenselijk groot.

Onmenselijk, want er is ook een keerzijde. Als er geen God is die alles platgooit zoals de Ra/Elohim persoon in X-Men: Apocalypse… Dan is er ook geen God die Auschwitz platgooit.

Gods lange neus is een opdracht voor ons

Zoals Gods lange neusgaten een teken van genade zijn, zo zijn ze ook een opdracht aan ons. Juist als geen aardbeving onze torens laat instorten, moeten we extra goed beseffen wat voor torens we bouwen. Juist als geen hemels vuur onze bibliotheken verbrandt, moeten we we extra goed nadenken bij waar we onze boeken mee volschrijven. Juist als geen zondvloed de boel komt schoonspoelen, moeten we extra bewust met ons vuil omgaan. En intussen moeten we blijven opletten dat we onszelf niet tot genadeloze goden gaan verheffen.

Goed nieuws, noemt de bijbel het. Een God die traag is met zijn toorn. En dat is het ook. We zijn er nog, er is genade voor een mensheid die maar wat aanrommelt met vaak de nadruk op rommel. We mogen blijven doormodderen. Goed nieuws – er is geen God die er elk moment een einde aan kan maken. Maar dat maakt het ook eng nieuws. Want ook Auschwitz wordt dus niet uit onze herinnering gewist – en ik wou in godsnaam dat er iemand was die mij beloofde dat er nooit meer een tweede Auschwitz zou komen.