‘Dat doe ik niet, dat doet mijn lijf’

‘Dat doe ik niet, dat doet mijn lijf’

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

‘Dat doe ik niet, dat doet mijn lijf’ – PopUpGedachte maandag 18 juli 2016

Als een goede vijfjarige test ons zoontje met liefde en toewijding ons geduld. Op de tafel klimmen, weglopen tijdens het eten, al die simpele dingen waarop je als ouder opeens vindt dat het niet kan, want ‘als we daaraan beginnen…’ Je hoort in je eigen woorden je ouders van vroeger praten.

Makai wil weleens aan kritiek proberen te ontkomen door uit te roepen: dat doe ik niet, dat doet mijn lijf. Terwijl ik met hem worstel om hem zijn shirt aan te trekken waar hij absoluut geen zin in heeft, half stoeien half serieus en hij maar roepen: dat doet mijn lijf.

Best wel geniaal – al ben ik bevooroordeeld. Zo jong en al zien dat er meer krachten spelen dan alleen wat jij zelf wil binnen je persoontje.

Het verhaal vanochtend begint met ene Achan. Het joodse volkje dat de Jordaan is overgestoken heeft de eerste stad in handen gekregen: Jericho. En in tegenstelling tot wat gebruikelijk is mogen zij daar helemaal niets uit mee nemen. Geen geplunder, geen verrijking, geen overwinnaarsrecht. Het moest allemaal naar JHWH, naar de tent waar de ark stond, of verbrand en vernietigd worden.

Nooit mocht dit volkje denken dat ze wel op eigen houtje aan het doden en vernietigen mochten slaan, steden innemen en wereld heersen. De bloeddorst en megalomanie krijgt je zomaar te pakken. Alles moest afgestaan aan hun God. De soldaten en het volk blijft met lege handen achter, hun heer claimt dat ze tenslotte ook met lege handen aankwamen op het strijdterrein. De heer is ruimte aan het maken voor hen. Zij moeten volgen.

Ene Achan kan zijn vingers niet thuishouden en de woede van Jhwh brandt los. Het volk verliest de volgende strijd en Jozua peutert bij een verbolgen heer de reden hiervan los: jullie hebben gestolen. Het hele volk wordt verantwoordelijk gehouden voor de daad van één man. Zo werkt het blijkbaar. Tegenover die God zijn wij een mensheid. Die moet proberen samen een goed geheel te worden, samen goed te leven. Zolang er nog door anderen aangekloot wordt, (en door onszelf) zijn we nog niet klaar.

En iedereen heeft wel zo’n Achan in zich. Die het maar zonde vindt dat al die mooie spullen worden verbrand of weggegeven. Hij heeft toch zeker zelf zijn best gedaan. Nou dan, hier met dat spul. Ik heb er hard genoeg voor gewerkt. Mag ik nou ook even, niet dan? En Achan neemt de binnenbocht.

Jezus zegt tegen zijn leerlingen die in slaap zijn gevallen, terwijl hij hoopte dat ze met hem zouden waken zo vlak voor zijn dood: konden jullie niet één uur met mij waken? Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komt. De geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.

Als je ons vraagt of we met hem willen waken, als je ons vraagt of we alles wat we veroveren af willen staan aan degene die de overwinning geeft, als je ons vraagt of we alles aangeven bij een belastingdienst of dat we goed willen zijn voor de mensen om ons heen, man dan willen we dat. Absoluut. Alleen het lijf hè. Dat doet mijn lijf.

En ik kan niet anders dan tegen dat jochie van mij zeggen: maar jij bent ook verantwoordelijk voor je lijf, mannetje. Het volk was verantwoordelijk voor de stelende Achan. En ik ben verantwoordelijk voor wat ik mezelf gun als niemand kijkt, mezelf toesta. Omdat het zo makkelijk is.

Paulus zegt vanochtend: omkleed u met de Heer Jezus Christus en geef nie toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt. Klinkt als de meest relispeak die je kunt verzinnen. Toch: kiezen om in de momenten dat niemand kijkt, eigenzinnig het goede te doen, in een soort trots jezelf willen spiegelen aan die man uit Nazareth?

Gisteren was ik bij een doop van een jonge vrouw, activiste uit de anti-racisme hoek. Een paar hippe jongens in het zwart zaten op de allerachterste rij naast mij. Duidelijk niet op hun gemak in deze context, maar wel aanwezig. En zij zei: altijd gezocht naar het hogere, het spirituele. Niets voldeed, kabbala, seances, alles was het niet. Via een vriendje ging ik die bijbel lezen en ik kan er niet zoveel mee, alleen die Jezus van Nazareth… Die klopt. Dat klopt. Dat wil ik. Een één op één met al mijn activisme en strijd tegen onrecht, zelfs het onrecht van de dood. Ik ga hiervoor. Hoe absurd is het ook vind. Ik hoor bij deze club nu, bij de christenen, hoe absurd ik het ook vind. Maar ik wil dit. Ik moet dit.

En ze ging kopje onder.

De geest is wel gewillig maar het lichaam is zwak. Achan is everywhere. En wij zijn verantwoordelijk. Een doop kan helpen. Een community. Een keuze of toewijding. Waarna niets anders overblijft dan de uitspraak van Paulus vanochtend: wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de hele wet vervuld. Liefhebben, ook met je lijf.

Deze teksten inspireerden Rikko vanmorgen: