De dode god

De dode god

Opstaan met Lazarus: Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.  

De dode god – PopUpGedachte dinsdagochtend 5 juli

het begint vanochtend met de inrichting van het zogenaamde beloofde land: ‘God zei tegen Mozes, wanneer jullie de Jordaan oversteken naar het land Kanaan moeten jullie een aantal steden uitkiezen die als vrijplaats kunnen dienen dan kan iemand die zonder opzet een ander heeft gedood daarheen uitwijken, die steden dienen als vrijplaats tegen de bloedwreker zodat voorkomen wordt dat iemand die een ander gedood heeft sterft voordat hij voor de gemeenschap terecht staat.’

Een nobel instituut in een ruwe tijd. Maar nu dan?

Dit schrijft de eerwaarde Friedrich Nietzsche: Hebt gij niet gehoord van de dolle mens, die op klaarlichte morgen een lantaarn opstak, op de markt ging lopen en onophoudelijk riep: ‘ik zoek God! Ik zoek God!’ – Omdat er daar juist veel van die lieden bijeenstonden die niet aan God geloofden, verwekte hij een groot gelach. ‘Is hij soms verloren gegaan?’ vroeg de een. ‘Is hij verdwaald als een kind?’ vroeg de ander. ‘Of heeft hij zich verstopt? Is hij bang voor ons? Is hij scheep gegaan? Naar het buitenland vertrokken?’ – Zo riepen en lachten zij door elkaar. De dolle mens sprong midden tussen hen in en doorboorde hen met zijn blikken. ‘Waar God heen is?’ riep hij uit. ‘Dat zal ik jullie zeggen! Wij hebben hem gedood – jullie en ik! Wij allen zijn zijn moordenaars! Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben wij de zee kunnen leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de horizon uit te vegen? Wat hebben wij gedaan, toen wij deze aarde van haar zon loskoppelden? In welke richting beweegt zij zich nu? In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle horizonnen? Vallen wij niet aan één stuk door? En wel achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts, naar alle kanten? Is er nog wel een boven en beneden? Dolen wij niet als door een oneindig niets? Ademt ons niet de ledige ruimte in het gezicht? Is het niet kouder geworden? Is niet voortdurend nacht en steeds meer nacht in aantocht? Moeten er ’s morgens geen lantaarns worden aangestoken? Horen wij nog niets van het gedruis der doodgravers die God begraven hebben? Ruiken wij nog niets van de goddelijke ontbinding? – ook goden raken in ontbinding! God is dood! God blijft dood! En wij hebben hem gedood! Hoe zullen wij ons troosten, wij moordenaars? Het heiligste en machtigste dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed – wie wist dit bloed van ons af? Met welk water kunnen wij ons reinigen? Welke zoenoffers, welke heilige spelen zullen wij moeten bedenken? Is niet de grootte van deze daad te groot voor ons? (…) Daden hebben tijd nodig, ook nadat ze gedaan zijn, om gezien en gehoord te worden! Deze daad is nog steeds verder van hen af dan de verste gesternten – en toch hebben ze haar zelf verricht! ‘

Zonder dat ze het weten. Per ongeluk. God vermoord. Oeps. En wat blijft er over dan? Leiders die het volk opzwepen tot onderbuikwoede en als zij dan daarin geslaagd zijn snel het veld ruimen omdat ze vrezen wat ze hebben losgemaakt. Ze gaan weer terug naar hun golfholes en slaan hun rondes. Wie maakt hen wat? Als god uit de hemel is gedonderd?

Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeen zegt Jezus: jullie geven de tiende van de munt dille en komijn maar veronachtzamen recht barmhartigheid en trouw. Jullie ziften de muggen uit jullie drinkbekers maar slikken een kameel weg. Zo doen ze dat. En ze lijken hun gang te gaan.

Aanslagen in Medina. Aanslagen in Baghdad. Bloed op bloed. En schuld? Dat ook?

Voor wie vlucht voor het donker, voor de wreker, is er de tafel. Witgedekt. Brood en wijn, waar het besef zou moeten doordringen dat Nietzsche beschrijft. En waar de Paulustekst van vanochtend klinkt: wie zal Gods uitverkorenen beschuldigen? God spreekt hen vrij. Jezus van nazareth, de gestorvene en opgewekte pleit daar voor ons. Het is een vrijplaats.

We ontwikkelen zomaar een dikke huid, of angst en afschuw. Of we beschuldigen om ons heen naar mensen die wel of niet hun profielfoto hebben veranderd. Of die stomme leiders hebben gekozen. Maar de afschuw moet dieper, die gaat over ons. En de vrijplaats is nodig. Steeds weer aan nieuwe tafels. Opdat we opnieuw beginnen, terwijl de oude wereld er ook voorlopig nog zal zijn. Steeds weer opnieuw beginnen.

Dit zijn de teksten die er vanochtend te lezen waren:

Num 35:1-3, 9-15, 30-34

Rom 8:31-39

Matt 23:13-26