Heeft God me wel van mijn sokkel geworpen? #7keer7

Heeft God me wel van mijn sokkel geworpen? #7keer7

Alain Verheij was de eerste die een speech hield tijdens de Lazarus 7keer7 tour. Zijn verhaal bevatte een portie ellende, die hij aan God toeschreef. Maar hij vraagt zich nu af of God daar eigenlijk wel achter zit…

De 7keer7 tour van Lazarus is afgelopen. 49 sprekers kregen de vraag voorgelegd, wat hen van hun sokken blies in het christelijk geloof. Ik mocht de tour aftrappen. Het verslag van die eerste avond kreeg als titel een zin uit mijn speech:

Ik ben niet van mijn sokken geblazen, God wierp mij van mijn sokkel.

De grote ironie is nu, dat dit een minutieus voorbereide toespraak was. Het lijkt er soms niet op, maar op een podium laat ik niet graag dingen aan het toeval over – zeker niet als het om een persoonlijk verhaal gaat. Maar dit ene zinnetje floepte er bij toeval uit. En werd vervolgens de tagline.

Wie wierp mij van mijn sokkel?

Het was de zin waar ik het langst over getwijfeld had. Zeker was dat ik van mijn barkruk zou lazeren. Zeker was dat ik ‘van je sokken geblazen worden’ zou omvormen tot ‘van je sokkel vallen’.

Maar wie wierp mij nou van mijn sokkel?

Was het God die achter mijn persoonlijk leed zat? Had God er vooraf een groots plan mee? Of was God net even afwezig, zoals Jezus net even in een andere stad was toen zijn vriend Lazarus overleed? Stond God erbij en keek hij ernaar, om er later maar het beste van te maken met zijn handelsmerk, de opstandingskracht?

Ik kwam er niet uit. Op het moment suprême koos ik zonder erbij na te denken voor de optie die het lekkerst bekt. ‘God blies me niet van mijn sokken, God wierp me van mijn sokkel’. De rest is geschiedenis.

Jozef en zijn broers

Als lievelingszoon van zijn vader werd Jozef gehaat door zijn broers – en uiteindelijk als slaaf verkocht. Hij kwam in Egypte terecht, waar hij (daar heb je die opstandingskracht weer) eindigde als onderkoning. Na vele jaren komt hij zijn broers dan weer tegen, maar nu zijn de verhoudingen omgekeerd: de broers hebben honger en Jozef heeft als onderkoning de macht over hun leven. Dit is wat Jozef dan in tranen zegt:

Ik ben Jozef, die jullie verkocht hebben. Maar wees niet bang en maak jezelf geen verwijten. Niet jullie hebben mij hierheen gestuurd, maar God. God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden.

In the heat of the moment weet Jozef heel goed wie hem van zijn sokkel heeft geworpen. God zelve. Vooropgezet plan. Geen mens heeft Jozef kwaad gedaan, het was allemaal Gods heilsplan.

Maar zeventien jaar later overlijdt hun vader en vrezen de broers dat het gesprek met Jozef heropend wordt. Wat ook gebeurt, en dan klinkt het toch net even anders:

Wees maar niet bang. Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd.

Dus wat is het nou?

De bijbel laat beide uitleggingen vrolijk naast elkaar staan. Op een emotioneel moment zegt Jozef dat God overal achter heeft gezeten, zoals ik tijdens mijn speech riep dat God me van mijn sokkel wierp. Na wat langere tijd en in een weldoordachte bui zegt Jozef dat de mens achter het kwaad zat en dat God er een genadige draai aan gaf. Zoals ik het in dit blog ook het liefst zou zeggen: het was niet God die me mijn zekerheden liet kwijtraken, maar ik heb wel ervaren dat God mijn wanhopige situatie ten goede keerde.

Dit zijn drie lessen die ik uit Jozefs verhaal trek en die misschien nuttig zijn voor alle gelovigen die rouw op hun dak krijgen:

  1. Gelovige duiding komt achteraf.
    Jozef sprak over God toen hij weer gelukkig was en in Egypte boven zijn broers uittroonde. Ik gaf mijn speech ook toen ik vele fasen verder was in mijn verwerking. Gelovige duiding komt achteraf. Kom niet met vrome prietpraat over ‘God zal het wel gewild hebben’ als je nog middenin je downfall zit – er is eerst een dag voor klaagpsalmen en later een dag van dankbare narratieven.
  2. De hoofdpersoon zelf heeft het alleenrecht op gelovige duiding.
    De enige die Jozefs verhaal religieus mag inkleuren is Jozef zelf. De enige die God in verband mag brengen met mijn levensverhaal ben ikzelf. Ik blogde hier eerder al over mijn jobsvriend die op een verkeerd tijdstip met de verkeerde vroomheid aan kwam zetten. Maak niet dezelfde fout, want pijn is precair. Laat de gelovige draai aan het verhaal iets tussen God en de lijdende mens zelf zijn.
  3. In alles de genade
    Twee keer spreekt Jozef zijn broers toe. De ene keer krijgt God ‘de schuld’, de tweede keer de broers. In beide gevallen is Jozef genadig. Wees niet bang, zegt hij tegen degenen die hem in een put gooiden en toen kalmpjes discussieerden of ze hem moesten doden of als slaaf verkopen. Misschien is de vraag naar het ‘wie en waarom’ niet het belangrijkst als het gaat om groot leed. Ligt de grootste les van Jozefs reactie wel in het ‘hoe’ – hoe hij zijn ellende heeft gedragen.

Ik laat het ‘God wierp me van mijn sokkel’ uit mijn speech dus staan. Wat ik heb gezegd, heb ik gezegd, vrij naar de gevleugelde woorden van een groot man. Mijn nuance laat ik er graag naast staan. Wie er achter het wel en wee van mijn leven zit, dat laat ik in het midden. Wat ik hoop, is dat er altijd toekomstmuziek in zal klinken. Opstandingskracht. Wat ik ook hoop, is dat ik net zo gracieus als Jozef zal kunnen blijven zeggen: wees niet bang.

(Dit blog is een aanvulling op de speech hieronder en de blogs over God en kanker die eerder op Lazarus verschenen)