He, jij praat net zo

He, jij praat net zo

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

He, jij praat net zo – PopUpGedachte 21 juli

Ik zei dat we zus of zo ‘bedoeld’ zijn. Christenpraat noemde iemand dat. Dat zeggen alleen mensen die opgevoed zijn in de kerk. En ik voelde me ontdekt want dat wil ik helemaal niet. Zo iemand zijn die in een subcultuurtaaltje praat. Een mengeling van ‘erbij willen horen’ en los willen komen van een gesloten wereldbeeld.

Als Jezus is gearresteerd, mengt Petrus zich undercover onder de mensen die rondhangen bij de plek waar hij verhoord wordt. En dat is lef, want als ze zien dat je erbij hoort ben je je leven niet zeker. In het huidige Turkije in de buurt komen van de jongens die nu afgetuigd worden omdat ze bevelen van hun meerderen opvolgden en zonder te weten wat ze deden als kannonenvoer werden gebruikt in hun coup – dat moet je niet willen als je een jonge vent bent met een kortgeschoren militair koppie en ook in dienst was maar tot nog toe de dans hebt kunnen ontspringen. Dan ben je je leven niet zeker. Petrus heeft lef.

Petrus zat buiten op de binnenplaats, staat er, er kwam ene dienstmeisje naar hem toe, dat zei: Jij hoorde ook bij die Jezus uit Galilea!’ . Maar hij ontkende dat met klem (logisch) zodat allen het konden horen: ik weet niet waar je het over hebt’ . Later zegt een ander meisje hetzelfde. Blijkbaar valt hij op bij de dames, deze Petrus, en weer ontkent hij. Even later kwamen de omstanders naar Petrus toe, ze zeiden: Jij bent wel degelijk een van hen, trouwens, je accent verraadt je. Daarop begon hij te vloeken en hij bezwoer hun: ‘ik ken die man niet’. En meteen kraaide er een haan. Toen herinnerde Petrus zich wat Jezus gezegd had: ‘ Voordat er een haan gekraaid heft, zul je mij driemaal verloochenen.’ Hij ging naar buiten en huilde bitter.

De man met lef heeft zich in de nesten gewerkt en zal zich eruit werken. Zelf. En komt dan tot de conclusie dat hij gedaan heeft wat hij nooit wilde doen: publiekelijk ontkennen waar hij bij hoort.

Mijn accent verraadt me. Ik hoor bij die kerk. Ben er in opgevoed, grootgeworden en heb er dag in en dag uit in geleefd. De subcultuur kwijtraken, in de ‘echte wereld’ leven, niet je opsluiten in dat perspectief waarin de wereld toch al verloren is dus elke poging om opnieuw verbinding te proberen te leggen is bij voorbaat tot mislukken gedoemd, ze moeten zich maar bij ons aansluiten. Ik wil dat kwijt en terecht. Het is een beroerd perspectief en veel meer een ontkenning van de kracht van het eigen verhaal dan een versterking ervan. Het is een beetje Petrus: stoer gaan staan voor waar je in gelooft met een dik kerkgebouw, en als het onbegrijpelijk jargon is zeggen: hier staan wij voor! Hier geloven wij in! En soms tot de conclusie moeten komen dat de geest al door de achterdeur vertrokken is om rond te hangen met mensen in nood in de buurt, met hoopvolle wereldverbeteraars of teleurgestelde of verwaarloosde kerkleden. Het kan zomaar.

Afstand nemen en op onderzoek uitgaan was terecht. Maar me schamen voor mijn accent? Ach, het is een beetje zonde. Ik denk nu eenmaal dat mensen op een bepaalde manier bedoeld zijn. Ik leef in de gedachte dat we gezien worden op aarde. En ik bid. Niet dat altijd geloof dat het de hemel raakt, ik weet niet eens waar dat zou zijn, maar ik doe het wel. Het maakt dat ik bij een club hoor, inclusief jargon, laat het maar zo zijn. Als ik maar me realiseer dat het een vreemde taal is, een wezensvreemd idee, zodat ik er niet van uitga dat het allemaal zo is of ik het zelf allemaal begrepen heb.

Jij hoort ook bij die man van Galilea, ik hoor het aan je accent. Ja, dat klopt wel. Goed verhaal heeft die man.

Dit zijn de teksten die Rikko vanochtend las: