Godsdienst is onmogelijk

Godsdienst is onmogelijk

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Godsdienst is onmogelijk, dus ik neem vakantie – PopUpGedachte 25 juli

Een nieuwe laatste week voordat ik pauze ga nemen. Het is mijn rustpunt in de week, deze popupgedachte. Mijn stilte, mijn focus, mijn manier om zelf aan de dag te beginnen en me niet te laten leiden door mijn agenda. En ik lees de teksten van het oude bijbelleesrooster dat ooit door de kerken is gemaakt, om 6.00 als het huis nog stil is en de wereld ook – grotendeels: er zijn altijd vroegere vogels. En om 7.00 moet het erop staan. Een lijn. Een idee. Maar in Augustus neem ik ook daar vakantie van.

Ik heb me afgevraagd waarom? Dit is toch mijn levenslijn, een kloppend hart van mijn levensritme. Tenminste, dat moet het dan langzamerhand worden. Het is toch geen werk waar ik vakantie van moet nemen? En toch. Ik heb het nu een keer of 80 gedaan. En het is het niet allereerst het weer ‘moeten leveren’ – want dat had ik zelf bedacht. Dat ik mezelf wilde verplichten om te leveren zodat ik niet elke ochtend opnieuw hoefde te bedenken of ik er zin aan had. Dan zou het veel te snel voorbij zijn. Zoals Steve Jobs waar ik me op geen enkele manier mee wil vergelijken, altijd dezelfde set kleren droeg. Hij moet al genoeg keuzes maken in zijn leven. Deze staat vast. Zo wilde ik beginnen met de dagen van de werkweek.

De pauze heeft een diepere oorzaak en misschien is die wel gelinkt aan een zinnetje uit de oudste tekst van vanochtend waarin Jozua tot het volk zegt: ‘ U zult niet in staat zijn de Heer te dienen, want hij is een heilig God. Hij zal uw overtredingen dan ook niet vergeven.’ Jozua doet vlak voor zijn dood een doorloop van de focus van het volk. Willen jullie werkelijk als een volk leven met een heel eigen manier van denken en doen, hoog-moreel en gedreven om de wereld te laten zien dat het anders kan. Liefdevoller. Niet zelf-gericht maar boven- en de ander-gericht. JA! Riep het volk, absoluut. Wij voelen ons gezegend, gedragen, geleid en zullen zo leven. Dan zegt Jozua: ‘ U zult er niet toe in staat zijn’. Vervolgens zegt het volk: Echt wel! Maar dan in een mooie volzin. En zegt Jozua: goed zo, gelukkig,wees gezegend. Maar het zinnetje blijft hangen bij mij. U zult niet in staat zijn de Heer te dienen, want hij is een heilig God.

Ik zoek ’s ochtends naar ideeen voor de dag. Naar verbindingen, naar hoe die teksten uit een ver verleden op aarde landen in dit leven nu van mij vandaag. En je komt zomaar in een groef terecht. In de verhalen die je kent, in de theologie die je jezelf hebt eigengemaakt en verder deelt met anderen en je deelt verhalen die variaties zijn op wat je al dacht. En dáárom is de vakantie zinnig. De pauze. Omdat het vinden van wat er gedaan moet worden in het leven, het ontdekken van de goddelijke vonk of inspiratie, elke keer nieuw moet zijn. Ik weet het niet en zo wil ik leven.

Het volk dat roept: ‘echt wel’ roept in de tweede tekst van vanochtend, die gaat over de executie en/of lynchpartij van Jezus van Nazareth: ‘zijn bloed kome over ons en onze kinderen’. Opgestookt door gelovige leiders die hun eigen groef hadden gevonden, hun theologische groef en een manier-van-denken-groef en daardoor heilig geloofden dat deze onschuldige man, deze Jezus die voor gelovigen en ongelovigen in leven en sterven een waanzinnige inspiratie is, werkelijk op smerige manier vermoord moest worden. En als de Romein die de executie moet bevelen zegt: hij is onschuldig roepen ze vol vuur: zijn bloed kome over ons en onze kinderen. Dan wordt de manier waarop Jozua zie: u zult niet in staat zijn de heer te dienen een nare echo uit een verleden. Bedoeld als stijlfiguur om dat volk uit de tent te lokken om nog eens sterker te zeggen: echt wel. En ervoor te gaan. Maar op een bittere manier waar geworden in de geschiedenis. Daarom neem ik vakantie. Niet in een groef belanden, niet denken dat ik het weet. Niet over god, niet over mezelf niet over het leven.

Ik ga aan de rivier zitten, deze vakantie. Buiten de stad. In tuinhuis en in Frankrijk. Als de vrouw Lydia, een rijke dame die het peperdure purper in die tijd verkocht, dat was haar werk. Zij zat daar met andere vrouwen, kende de Joodse godsdienst, hield ervan maar kon als niet-Jood niet meedoen, niet echt, niet in de kern. Joden mochten niet eens bij haar thuiskomen. Dan komt Paulus en deelt het verhaal van Jezus van Nazareth, de universeel-toegankelijke interpretatie van dat Jodendom, uit de groef, open, spannend. Zij gelooft, wil dit en zegt: als u er van overtuigd ben dat ik in God geloof, neem dan uw intrek in mijn huis. En zij drong er sterk op aan. Een test, een lakmoesproef. Wil je werkelijk uit de groef leven, Paulus?

Ik ben niet in staat de Heer te dienen, want hij is een heilig God. Ongrijpbaar. Daarom vakantie, opnieuw openheid in het hoofd creëeren om nooit in de groef te raken en nieuwe inzichten buiten te sluiten maar juist mijn huis en mijn hoofd open te stellen, er sterk op aan te dringen dat nieuwe wijsheid zijn intrek neemt onder mijn dak.

Vanochtend las Rikko deze teksten: