‘De Heer zegent u en beschermt u’, schreef de grootste maffiabaas van Italië

‘De Heer zegent u en beschermt u’, schreef de grootste maffiabaas van Italië

Maffiabaas Bernardo Provenzano bestuurde de Cosa Nostra met kleine briefjes, doorspekt met Bijbelteksten. Gister overleed hij. Robert Jan van Noort las alles over deze man en bezocht ooit zelfs zijn geboortedorp Corleone. Waar hij hem zomaar tegen het lijf had kunnen lopen… 

In de zomer van 2002 was ik samen mijn vriend Arnoud vlakbij de schuilplaats van Provenzano in Corleone. Niet toevallig, we wisten natuurlijk dat dit dorpje met slechts 1600 inwoners een tijdlang maffiahoofdstad van de wereld was geweest. Niet alleen omdat dit stadje een rol speelde in de film the Godfather; de bekende scène op de trappen van de kerk werd hier opgenomen. Hier werden in de jaren zestig en zeventig tientallen moorden per week gepleegd. En de twee grootste maffiabazen van de afgelopen eeuw kwamen uit Corleone: Toto Riina en Benardo Provenzano.

Bernardo Provenzano, bijgenaamd ‘de tractor’ vanwege zijn geweldadigheid, was sinds 1963 voortvluchtig. Hij werd verdacht van 275 moorden en was bij verstek veroordeeld tot levenslang voor het opblazen van de anti-maffiarechter Giovanni Falcone.

Een krachtige, gebeeldhouwde kop

Niemand wist hoe Provenzano er nu uitzag. De laatste foto van hem dateerde uit 1954. Er was wel een compositieschets gemaakt van hoe hij er nu uit zou zien. Een gezicht zoals je verwacht dat maffiabazen er uitzien. Een krachtige, gebeeldhouwde kop met hoekige kaaklijnen. Overal op Sicilië hingen posters met deze schets. Vermoed werd dat Provenzano zich ergens in de buurt van Corleone schuilhield. Zijn vrouw en twee zonen woonden er namelijk nog.

Ons bezoek aan Corleone verliep niet zo fortuinlijk. Na een aantal uur rijden over onverharde wegen kwamen we aan in een buitenwijk. We liepen een café binnen door een kraaltjesgordijn en bestelden een Thé Pesca. ‘Weet u of hier toevallig een hotel in de buurt is?’ De eigenaar keek ons onderzoekend aan. ‘Jullie komen hier zeker vanwege de maffia?’ ‘Nee hoor’, piepten we met overslaande stem. ‘Maffia? Hoezo? Heb je dat hier?’ In Corleone zelf werden we vooral boos aangestaard en gesprekken vielen stil als we langsliepen. Ieder opaatje had wel wat weg van die compositieschets van Provenzano. ‘De baas der bazen’, vonden we natuurlijk niet.

Het geheim van de herdershut

Vier jaar later lukt het de politie wel om Provenzano eindelijk op te sporen. In het diepste geheim hielden ze in april 2006 een verlaten herdershut in de gaten. Steeds zagen ze om zeven uur ’s ochtends even een herder bij de hut, die kort iets leek te zeggen. Een andere keer stond de herder met een antenne te pielen. Niet lang daarna werd er een grote doos afgeleverd.

Op de ochtend van dinsdag 11 april 2006 deed de herder zoals gebruikelijk de deur van het hutje open. Door de verrekijkers zagen waarnemers dat er heel even een arm naar buiten stak. Meer bewijs hadden ze niet nodig. Met een eenheid stormden op het huisje af. Daar probeerde een oude man de deur dicht te houden. Tevergeefs. De agent smeet zijn volle gewicht ertegenaan en sloeg met zijn vuist het glas stuk

Het oude boertje dat ze aantroffen, met z’n bril aan een touwtje en gekleed in een spijkerjas, leek totaal niet op de compositieschets. Maar een litteken in zijn nek verraadde al snel dat het hier om de grote Provenzano ging. ‘Voi non sapete’, zei hij rustig in zwaar Siciliaans dialect. ‘Je weet niet wat je doet.’ Waarmee hij verwees naar de woorden die Jezus uitsprak aan het kruis.

Pizzini met Bijbelteksten

Een van de machtigste leiders in de Europese criminaliteit werd gevonden in een herdershutje waar het stonk naar bedorven groente en urine. Op een tafeltje stond een oude typemachine met daarnaast allemaal briefjes (pizzini). Daarmee leidde hij de maffia zonder sporen achter te laten. De pizzini wemelen van de spelfouten en begonnen allemaal op dezelfde manier. ’Mijn allerbeste, ik wens dat u in uitstekende gezondheid verkeert. Net zoals ik, God zij dank, op dit moment van mezelf kan zeggen.’ En ze eindigen steevast met: ’Ik stuur u de meest vriendelijke en hartelijke groeten voor jullie allemaal. De Heer zegent u en beschermt u!’. Regelmatig bedankte Provenzano ’de aanbeden Heer Jezus Christus.’ Voor een tijdige waarschuwing voor afluisterapparatuur bijvoorbeeld. En hij gebruikte bijbelteksten om gecodeerde berichten te maken.

Provenzano was een diep gelovig mens, godsdienstwaanzinnig volgens sommige biografen. Dat bleek ook uit de rest van zijn bezittingen: in zijn bed lag een houten rozenkrans en een Bijbel. Die lag geopend bij Lucas hoofdstuk 6 waarin vers 44-45 waren gemarkeerd:

Elke boom kun je aan zijn vruchten kennen, want van distels pluk je geen vijgen en van doornstruiken geen druiven. Een goed mens brengt uit de goede schatkamer van zijn hart het goede voort, maar een slecht mens brengt uit zijn slechte schatkamer het kwade voort…

Het schijnt dat Provenzano in gevangenschap nog om zijn eigen Bijbel met gemarkeerde teksten heeft gevraagd, maar hij kreeg ‘m niet terug. Bernardo Provenzano werd 83 jaar en stierf in de gevangenis van Milaan.

Robert Jan van Noort maakte samen met Lidewey van Noord het boek Pellegrina – een Italiaanse wielerbedevaart, waarin zijn 2 grote liefdes zijn gebundeld: Italië en de wielersport.