Je ziet een man en een vrouw elkaar omhelzen en dan…

Je ziet een man en een vrouw elkaar omhelzen en dan…

Rob Bell heeft een eigen versie gemaakt van een gelijkenis. Aan jou als lezer de vraag om het af te maken en om te bedenken wat hij ermee wil zeggen.  

Het is weer tijd voor een gelijkenis. Jullie mogen meedenken, en ditmaal heb ik twee vragen:

1. Mijn verhaal heeft een open eind. Hoe zou jij het afronden?
2. De gelijkenis is gebaseerd op een Bijbelverhaal. Enig idee?

Je zit in de aankomsthal van het vliegveld te wachten op je oom Willy en tante Frieda uit Sarasota als je een vrouw op een man af ziet lopen. Ze omhelst hem. Verder denk je daar niet over na, dat gebeurt tenslotte de hele tijd in de aankomsthal van een vliegveld. Familie, vrienden of geliefden wachten reizigers op, waarna ze samen hun auto opzoeken of naar de treinen lopen.

Je weet niets van die mensen, niet wie ze zijn, niet waar ze vandaan komen, wat er tussen hen aan de hand is, of is geweest. Gewoon een man en een vrouw en een omhelzing op het vliegveld.

Stel je voor dat

Maar stel nu eens dat je wél iets over ze te weten kunt komen. Stel dat je hoort dat dit broer en zus zijn. De zus is net aangekomen uit Malawi, waar ze de afgelopen drie jaar in een ziekenhuis heeft gewerkt. Hun vader heeft een hersentumor en nog maar een paar dagen te leven en ze heeft hem nog zo veel te zeggen, vandaar dat haar broer haar komt afhalen. Ze gaan meteen door naar het ziekenhuis om afscheid te nemen, terwijl ze voor het eerst in jaren weer als gezin bij elkaar zijn. Wanneer ze elkaar in de armen vallen, beseffen ze dat er een tijd vol veranderingen aanbreekt.

Of het zit anders…

Of ze zijn man en vrouw. Zij is een getalenteerde beeldhouwer en droomt al haar hele leven over tentoonstellingen en musea die haar werk kopen, maar na haar studie kwamen de kinderen en vervolgens ging hij studeren zodat zij een baan moest zoeken om rond te komen. Ze hebben hard moeten werken om het schoolgeld voor hun kinderen en de hypotheek te kunnen opbrengen. Toen de oudste een beugel moest en het dak aan vernieuwing toe was, heeft ze haar droom maar opgegeven.

Maar op haar 44e verjaardag werd ze opeens wakker met het wanhopige gevoel dat het leven haar iets had opgedrongen wat ze niet wilde. Dat zei ze tegen haar man, die voorstelde dat hij een baantje zou aannemen in de sportzaak van een vriend van hem, ’s avonds en in de weekenden, zodat zij minder kon gaan werken. In de kelder konden ze dan ruimte maken voor een atelier.

Dat was allemaal drie jaar geleden, en ze is net met het vliegtuig uit New York gekomen, waar ze haar eerste twee beelden heeft verkocht en een contract met een galerie heeft getekend. Ze hebben het samen gedaan. Ze zijn doodop, maar bruisen van levenslust, omdat ze beiden de schouders eronder hebben gezet. Ze hebben allebei offers gebracht en het is gelukt. Hij is erg blij – alleen al vanwege de wetenschap dat hij nooit van zijn leven meer een vraag over golfclubs hoeft te beantwoorden.

Of er is nog een versie…

Of stel je voor dat deze man en vrouw goede vrienden zijn die elkaar al vijftien jaar kennen. Ze hebben elkaar tijdens hun studie ontmoet, ze hebben relaties gehad met wederzijdse vrienden en vriendinnen, maar zijn vijf jaar geleden verhuisd en ver bij elkaar vandaan gaan wonen.

Maar opeens, helemaal onverwachts, ontstond er een briefwisseling tussen hen, zo’n ouderwetse met pen en papier, en bloeide de liefde tussen hen op. Maar omdat ze geen van beiden goede ervaringen met relaties hebben – haar verloofde maakte het twee weken voor hun trouwdag uit; hij heeft vier jaar een vriendin gehad tot hij erachter kwam dat ze hem al twee jaar met zijn beste vriend bedroog – besloten ze een jaar lang te schrijven, en elkaar pas op te zoeken wanneer ze dan nog steeds verliefd waren.

Tijdens dat jaar zijn ze elkaar steeds nader gekomen, hun brieven werden steeds persoonlijker en ze gingen steeds meer van elkaar houden. Nu is het jaar voorbij en komt ze hem bezoeken. Hij heeft een ring met een diamant in zijn zak. Zij weet dat niet.

Kijk je niet met heel andere ogen?

Oké, even terug naar het begin.

Jij zit daar in die aankomsthal, maar nu mét al deze achtergrondinformatie. Je ziet haar naar hem toe lopen.

De situatie zindert opeens van de spanning, toch?

Je kijkt met heel andere ogen.
Je bent één en al aandacht,
vol gespannen afwachting.

Waarom? Omdat je nu veel bewuster kijkt. Daarvoor wist je niets van de geschiedenis van deze mensen. Maar nu zie je, weet je en voel je veel meer dan eerst. Je bewustwording is veranderd, en daardoor natuurlijk je hele kijk op de zaak.

Laten we verder eens aannemen dat je daar met Larry bent, een vriend van je, maar dat hij even naar de wc is geweest. Precies op het moment dat de vrouw op de man afloopt, voegt Larry zich weer bij je. Hij begint meteen een hele klaagzang over de droogapparaten in het toilet die hij vreselijk vindt, je weet wel, die automatische drogers waar je je handen in moet steken en die dan keihard gaan loeien. Hij moppert dat ze dan misschien hygiënisch zijn, maar dat je uiteindelijk altijd toch je natte handen aan je broek moet afvegen zodat het lijkt of je een ongelukje hebt gehad. ‘Wat is er mis met papieren handdoekjes?’ roept hij uit, maar jij gebaart dat hij zijn mond moet houden. Blijkbaar heb je alleen aandacht voor die twee vreemden die elkaar in de armen vallen. Je kunt je ogen niet van ze afhouden, je kijkt onafgebroken naar het tafereel en je moet zelfs een traantje wegpinken.

Larry staart je perplex aan.

Hij vindt je een beetje een gluurder en zegt: ‘Ik snap het niet. Een man haalt een vrouw van het vliegtuig en ze begroeten elkaar. Dat gebeurt hier toch honderd keer per dag? Het is tenslotte een vliegveld, daar is toch niets bijzonders aan. Of mis ik iets?’

Jij weet wel wat je tegen Larry moet zeggen, lijkt me. Je kijkt hem aan en zegt:…

Volgende week vertelt Rob Bell wat hij met dit verhaal duidelijk wil maken.