‘Niet zeker weten is soms niet alleen het enige, maar ook het meest wijze antwoord’

‘Niet zeker weten is soms niet alleen het enige, maar ook het meest wijze antwoord’

Marije zocht in haar leven steeds naar zekerheden, maar geen enkele zekerheid had het laatste woord. De zoektocht stopte toen ze leerde ontspannen in het niet-zeker-weten.

Ik zit op de grond in kleermakerszit. De ruimte vult zich met een tweeduizend jaar oude mantra: Waah Yantee, Kar Yantee. Terwijl ik meezing, merk ik dat mijn lichaam als vanzelf meebeweegt op het ritme van de muziek. Ik hoor de anderen zingen. Mijn stem gaat op in het geheel en ik voel iets wat zich nog het meest laat omschrijven met het woord ‘thuis’.

Plotseling schiet me een gedachte te binnen: Kan dit wel, Marije? Kun je hier zitten, als predikant, en overtuigend mantra’s zingen?

Ik denk al heel lang niet meer in hokjes, maar blijkbaar wordt er af en toe onverwacht nog een muurtje opgeworpen door oude stemmen. Ze fluisteren: ‘Dat kan niet’, of ‘Dat mag niet’, of ‘Zo ben je geen … (vul maar in: goede vrouw, juiste christen, volwaardig predikant)’. Hun repertoire is beperkt, maar wel consistent. Ze laten zich niet zo heel vaak meer horen, maar op die donderdagavond midden in die mantra, waren ze er weer even. Ik had ze eigenlijk niet meer verwacht.

Ik had altijd vragen

Mijn weg is een zoekend en slingerend komen en gaan, klimmen en dalen, vallen en opstaan. Als kind had ik vragen. Als tiener had ik vragen. Ik verwachtte nooit een rechte lijn in mijn ontdekkingsreis en ik was altijd een beetje verbaasd wanneer anderen daar wel op rekenden. Mijn eerste vriendje, die in de traditie van de gereformeerde kerk vrijgemaakt was opgegroeid, keek me vol afschuw aan bij de twijfel die ik uitte. ‘Ja, maar…’, zei hij, ‘als je daar aan gaat twijfelen dan gaat álles als een sneeuwbal rollen!’

Op zoek naar nieuwe zekerheden

Ja, mijn sneeuwbal was al aan het rollen. Hard ook. En hij bleef rollen door mijn studententijd heen. Er waren momenten dat ik voelde dat ik aan het hollen was voor de sneeuwbal uit, op zoek naar nieuwe zekerheden. In mijn theologiestudie, in boeken, in mijn relaties. Ik klampte me vast aan leraren, op zoek naar antwoorden. Ik kreeg genoeg zekerheden aangereikt, want er bleken maar weinig mensen die konden omgaan met de niet-zekerheid van het leven. Maar ik wist, hoezeer ik daar ook naar verlangde, dat geen enkele zekerheid het laatste woord kon hebben.

Plekken zonder oplossingen

Zes jaar geleden werd ik predikant. In de dienst waarin ik werd bevestigd, kreeg ik mijn toga. Ik herinner me het moment waarop het lange, witte gewaad om mijn schouders werd gehangen. Het voelde als een soort bescherming, een cape waarop ingewikkelde vragen en onzekerheden konden weerkaatsen. En een bewijs dat ik écht predikant was. Dat was fijn voor even, maar het was niet wat ik wilde. Ik was nog steeds ‘ik’ onder die toga, met de vragen, dromen en twijfels zoals ieder ander mens die ook heeft. Ik wilde me niet vasthouden aan de bedekking. Ik wilde de vrijheid zoeken in wat onder de bescherming lag.

Anderhalf jaar na mijn bevestiging viel mijn huwelijk uit elkaar. Gek genoeg, of misschien juist wel niet, viel die tijd samen met het vinden van plekken waar geen oplossingen werden gegeven. Ik leerde hoe ik kon ontspannen te midden van de ambivalentie van het leven. Alleen al de mogelijkheid dat emoties en gedachtes er mogen zijn (álle emoties en gedachtes) en dat je daar zonder oordeel naar kunt leren kijken was een revolutionaire gewaarwording. Waarom is mij dit niet eerder geleerd?, dacht ik. Ik ervoer een ontspanning in het niet-weten. Het leven was nog even mysterieus, maar het hoefde niet meer te worden opgelost.

Geen verklarend antwoord

Niet-weten kan soms niet alleen het enige, maar ook het meest wijze antwoord zijn dat je in een situatie kunt geven. Wanneer iemand bijvoorbeeld een onwaarschijnlijk moeilijk gemis te dragen heeft en vraagt ‘WAAROM!?’, is er geen antwoord dat breed en ver genoeg reikt om verklarend te kunnen zijn. Ik geloof ook niet meer dat zo’n moment een verklarend antwoord nodig heeft. Ik zeg liever: ‘Ik weet het niet, maar ik ben er. Om te luisteren. Om hier met jou te zitten zolang als dat nodig is.’

Ik draag nog steeds mijn toga. Wanneer ik voorga, zie ik tegenwoordig het witte linnen van het gewaad als een doek waarop de vragen, twijfels en zorgen van mensen samenkomen. Zoals kleuren kunnen samenkomen en wit licht vormen. Wit kan een ondergrond zijn om iets nieuws te beginnen. Wit kan de ruimte voor interpretatie worden, zoals het wit tussen regels door.

De oude stemmen maken zich ongerust: Zo is niets meer duidelijk! De stemmen hebben gelijk natuurlijk, maar ik laat ze weten dat er niets is om je zorgen over te maken. Ik bedank ze voor hun ongerustheid, en probeer uit te leggen dat inderdaad niets zeker is, maar dat alles, misschien wel, helderder is dan ooit.

De les is afgelopen. Ik blijf nog heel even zitten. Matjes worden opgerold. Er wordt thee voor elkaar gezet, iemand vraagt iets aan me, er wordt gesproken, mensen lachen. Ik heb anderhalf uur niet nagedacht, niets opgelost. Ik weet nog steeds niets, maar ik ga anders naar buiten dan dat ik binnen kwam.