Geloven in je eentje? Dat kan best…

Geloven in je eentje? Dat kan best…

Laten we nou niet overdrijven over de kerk en het gemeenschap-zijn, want geloven kan best in je eentje, zegt Robert. Maar als het wel lukt in de kerk is dat ook een teken van groei.

Het lukte mij dus wel om die Ikea-kast in m’n eentje in elkaar te zetten. Volgens de handleiding kon het niet, volgens mijn vrouw kon het niet, volgens mijn vrienden kon het niet en volgens het internet kon het niet. Onmogelijk. Want als je het ingebouwde bureaublad vast wilde schrøven aan de linker steunpilaar, had je iemand anders nodig om het blad rechts vast te houden zodat het hele gebeuren netjes op de voorgeschreven 90 graden bleef. Punt uit.

Maar mij lukte het dus wel. Terwijl ik met m’n rechterhand de pilaar vasthield, het blad op de binnenkant van m’n rechterelleboog liet rusten, mijn rechtervoet stabiel in het midden op de grond had gepland, en mijn linkervoet gebruikte om de rechterkant van het blad omhoog te houden, kon mijn linkerhand het schroefje erin draaien.

Toegegeven, pas de 18e keer lukte het, toen had ik wel overal kramp, een bloeduitstorting onder mijn teennagel (daar was het bureaublad op gevallen), en was de onderbuurvrouw komen vragen of het wat minder kon met de herrie. Maar toen stond de kast als het huis op de rots. Alle dingen zijn mogelijk voor de mens die gelooft. En ik geloofde dat ik het kon.

Met z’n tweeën is het ook geen makkie

Vroeger dacht ik dat het niet kon. Geloven in je eentje. Daar had je een kerk bij nodig, want in je eentje kon je niet warm blijven en ‘een drievoudig snoer’ was sterker. Mensen die wel zonder de kerk wilden geloven begonnen aan een onmogelijke taak. Eigenlijk vind ik het nog steeds een slecht idee om in je eentje te geloven, al zou ik het niet meer onmogelijk noemen. Want we moeten natuurlijk niet net doen alsof zo’n Ikea-kastje in elkaar zetten met z’n tweetjes een makkie is. Daar zijn serieus huwelijken op gestrand.

Geloven met elkaar is net zo’n lastige opdracht. Daarom scheuren kerken, voelen mensen zich verraden, vergeten en genegeerd door hun kerkgenoten. Daarom zijn er hete hoofden, lange vergaderingen, boze harten en zoveel verschillende kerkgenootschappen. Het is niet voor niets dat zoveel christenen zich niet meer laten leiden door een kerk.

Even zonder stoorzenders

Het (protestantse) christendom is in haar kern een individueel geloof. De mens hoeft alleen verantwoording af te leggen aan God. Als de groep dan keuzes maakt waar je niet verantwoordelijk voor wilt zijn, of waar je je gewoon niet prettig bij voelt, dan is het geen onmogelijke stap om de groep te verlaten.

De lokale kerk is ook vaak simpelweg vervelend en irritant. Gedeelde opvattingen die in stand gehouden worden door een meerderheid die niet eens serieus nadenkt over diezelfde opvattingen. Het vergt lef om echt leiding te geven aan een instituut dat een traditie heeft die langer bestaat dan jijzelf.

Visie hebben en koers wijzigen gaat in kerken daarom langzamer dan wij individueel vaak zouden willen. Dan is het soms aantrekkelijk om het kastje maar even lekker zelf in elkaar te zetten. Daar heb je dan best een beetje pijn en moeite voor over. Even stilte om je heen. Een tijdje enkel samen leven met God, zonder al die stoorzenders om je heen.

Maar dan wel eerlijk…

Er is heel veel voor te zeggen dat elke christen even een tijdje kerk is in z’n eentje. Al is het maar voor een uurtje. Even helemaal los van alle instituten, tradities, gewoonten, stemmen, dogma’s, meningen, verwachtingen, mores en ideeën van anderen. Alleen voor God.

Maar dan moeten we ook eerlijk worden. Ik ben een onderdeel van het probleem. Het is niet zo dat alleen ik last heb van anderen. Anderen hebben ook last van mij. Als ik zou denken dat het die anderen zijn die het allemaal zo lastig maken, dan mag ik me ook afvragen of God ook niet te veel voor me is?

Kerk zijn begint met bescheidenheid. Petrus dacht eerst dat hij beter was dan de anderen. Hij zou Jezus nooit verlaten, hij zou het gevecht aan gaan. Hij hield het meeste van Jezus. Maar de haan kraaide en Petrus kwam zichzelf tegen. Pas toen hij bescheiden werd, kon hij de rots worden waar de kerk op wordt gebouwd.

Samen kerk zijn is een teken van groei

Je kunt best christen zijn in je eentje. Ik ben ervan overtuigd dat er heel veel mensen zijn met ontzag voor God en vertrouwen op Jezus die nooit de kerk bezoeken. Toch denk ik dat samen kerk zijn een teken is van groei. Het accepteren dat mijn haan geen koning kraait. Dat het net zo goed een offer van mij aan mijn naaste is, als van mijn naaste aan mij. Ik denk dat dat ook helpt bij het accepteren van de rotzooi die we er als kerk weleens van maken. Een beetje minder frustratie, en wat meer acceptatie.

Maar het is ook een teken van groei als je de groep van je af kunt gooien. Los komen staan van je kerk en je gemeente. Alleen mens zijn voor God. Je niet meer verschuilen achter de groep, de kerkelijke cultuur, de traditie en de dogma’s. Dan gaat het niet over wat jouw kerk vindt van homo’s, maar hoe jij naast hen staat. Niet de traditie van je kerk, maar de inhoud van je eigen geloof. Geen geleerde lesjes, maar een zelf doorleefd geloof hebben. Hoe leef je zelf als christen?

De volgende dag hielp mijn vrouw me met de tweede kast. Dat ging een stuk soepeler, maar het kan best zijn dat mijn ervaring van de avond ervoor daar aan bijdroeg. In ieder geval overleefde ons huwelijk het met glans. Later hebben we één van de twee kasten weggedaan, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik geen idee heb welke.