Genade voor een sloerie, genade voor Yuri

Genade voor een sloerie, genade voor Yuri

De gebeurtenissen rond turner Yuri van Gelder lieten Jan niet los. Want waarom is het toch zo lastig om met compassie naar anderen te kijken? 

Vorige week maandag moest ik denken aan Yuri van Gelder. De gevallen sportheld die niet mee mocht doen aan de ringenfinale tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Hij was immers disciplinair gestraft, zoals dat zo mooi heet. Hij had gevierd en daarbij kennelijk andere sporters gestoord. Inderdaad niet erg handig.

Ik vroeg me af of hij gekeken had naar de finale. Weggedoken in een bankstel ergens in Waalwijk. En als hij gekeken had, was dat dan met jaloezie, met verdriet of boosheid? Boos op zichzelf of op boos op de wereld om hem heen? Want ja, boosheid laat zich niet zo eenvoudig sturen.

Compassie met deze meneer

Aangezien ik geen seconde van de Olympische Spelen heb gezien, had ik ook niet zo’n zin om een standpunt in te nemen over de kwestie Van Gelder. Maar omdat de kleine spierbundel uit Waalwijk nou eenmaal in mijn gedachten was, plaatste ik een foto van hem op Facebook met de tekst: ‘Ondanks alle (misschien terechte) kritiek. Vandaag heb ik compassie met deze meneer. Zou hij gekeken hebben?’

Een uiting van medelijden en compassie voor een sporter die nooit een Olympische medaille zal winnen. Ik neem tenminste aan dat hij over vier jaar echt te oud is om tot de wereldtop te behoren. Tokio 2020 kan hij dus wel uit zijn hoofd zetten.

Boontje komt om z’n loontje

Vreemd genoeg waren de reacties op mijn kleine berichtje opmerkelijk. Vooral van sommige christenen uit mijn vriendenkring. Deze reacties hadden een hoog boontje-komt-om-zijn-loontje-gehalte en daar moest ik lang over nadenken. Iemand schreef zelfs: ‘Wie niet horen wil, moet maar voelen’.

Ik vroeg me af of de schrijver van deze woorden zelf ook graag zo behandeld zou willen worden. Ik in elk geval niet! Ik ben voor tweede kansen, opnieuw proberen, vergeven en opnieuw beginnen. Juist vanwege die boodschap ben ik Jezus écht gaan waarderen.

Sloerie van de stad

Het verhaal in Lukas 7 is daar een mooi voorbeeld van. In het huis waar Jezus is, komt een vrouw binnen die slecht bekend staat. Ze balsemt Jezus’ voeten met olie. Daarbij huilt ze voortdurend en kust ze zijn voeten. Vervolgens droogt ze die af met haar loshangende haar. Wat precies de zonde van deze dame was, weten we niet, maar het zal waarschijnlijk met ‘onkuisheid’ te maken hebben. Het was de sloerie van de stad. De gastheer is overduidelijk not amused en laat zijn ongenoegen aan Jezus blijken. Jezus gebruikt dan een voorbeeld om duidelijk te maken hoe het zit.

Jezus zegt: ‘Twee mannen hebben geld geleend. De ene man heeft 500 zilveren munten geleend, de ander 50. Maar allebei kunnen ze het geld niet terugbetalen. Dan zegt de schuldeiser dat hij het geld niet terug hoeft. Wat denk je? Wie van de twee mannen is dankbaarder?’ De gastheer merkt terecht op dat het de man moet zijn die het meeste geld geleend had. ‘Bingo!’, zegt Jezus.

Jezus legt uit dat de vrouw inderdaad veel dingen verkeerd heeft gedaan, maar dat het haar allemaal vergeven is. Volgens Jezus is het een soort natuurwet binnen Gods nieuwe wereld: wie veel vergeven is, heeft veel lief, wie weinig vergeven wordt, laat weinig liefde zien.

Op zoek naar vergeving en genade

Waarom is het zo moeilijk om met compassie naar anderen te kijken? Waarom zijn we aanhangers van de eigen-schuld-dikke-bult-theologie? Komt het omdat ons weinig vergeven is? Ik heb nog nooit iemand ontmoet die naar me toekwam en zei: ‘Straf mij zwaar, want ik heb veel dingen verkeerd gedaan.’ Het is eerder andersom: mensen die me aanspraken, waren vaak op zoek naar vergeving, heling, genade en liefde.

Jazeker, dat wat slecht is, moeten we veroordelen in deze wereld, maar laten we eerst beginnen bij onze eigen missers. Dat zal ons hart een stuk milder maken naar anderen toe. En stukje bij beetje zullen we beseffen wat het is om in Gods nieuwe wereld te leven. ‘Laat mij waar haat is liefde zaaien.’