Het Onze Vader is een gewaagd gebed…

Het Onze Vader is een gewaagd gebed…

Ronald Westerbeek schreef voor Lazarus al eerder over het bekende Onze Vader -gebed. In zijn nieuwste boek Feest van het Koninkrijk verkent hij de verschillende bedes in het gebed. Vandaag het laatste leesfragment. 

Als je God ‘Vader’ noemt, aanvaard je dat je zijn dochter of zoon bent. En als je Jezus hebt aangenomen als je Heer en Verlosser, dan bén je dat ook: in Christus ben je aangenomen als kind van de Vader. Helemaal onder de indruk van de grootheid van Gods liefde, schrijft Johannes:

Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook! (1 Johannes 3: 1)

Wat een bevoorrechte positie! Als we bidden, bidden we als geliefde dochters en zonen van de Vader! Maar dit betekent óók dat wij zijn leerling-gezellen zijn. Dat we gaan meewerken in het werk van de Vader. Dat we de wereld ingestuurd worden – een wereld vol pijn en duisternis, een wereld die ons angst kan aanjagen – en zeggen: ‘Laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’ ‘Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit,’ zegt Jezus na zijn opstanding tegen zijn volgelingen (Johannes 20: 21). Wij worden – net als Jezus – uitgezonden om het werk van de Vader te doen op aarde.

Leven uit liefde

Wat dit ‘werk van de Vader’ dan is, waarin we betrokken worden? Waar het mee begint, is dit: dat we als dochters en zonen leven in volle gehoorzaamheid aan onze Vader. Op die machtige aanhef – ‘onze Vader’ – volgt onmiddellijk ‘laat uw naam geheiligd worden.’ Daarmee bidden we dat eens de hele wereld God zal aanbidden en eren.

Maar allereerst betekenen die woorden dat wij ons eigen leven toewijden aan God: ‘Laat uw naam geheiligd worden in mijn leven – hier ben ik, uw dochter, uw zoon. Neem mijn leven, Heer, en doe uw wil in mij en door mij heen. Zodat de mensen om mij heen iets zullen zien van uw liefde en genade, en uw naam zullen prijzen.’

Dat klinkt heel mooi, maar het vergt dat we bereid zijn aan onszelf te sterven – ofwel: dat we afstand doen van onze zelfgerichtheid en ons niet langer laten leiden door onze eigen verlangens en zondige neigingen (Johannes 12: 25; Marcus 8: 34-35).
Dat we bereid zijn ons te laten omvormen naar het beeld van Christus, ofwel: dat we leven uit liefde voor God en mensen, en ons leven geven om te dienen (Johannes 13: 12-17). En, waarschuwt Jezus, reken er niet op dat mensen je dit in dank zullen afnemen.

Denk aan wat ik gezegd heb: een slaaf is niet meer dan zijn meester. Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen. (Johannes 15: 18-21)

Vertrouwelijkheid en gehoorzaamheid

Dochter of zoon van de Vader zijn, betekent: gehoorzaam zijn aan de Vader, ook als dit ons alles kost. Dat klinkt pittig, en dat is het ook. We horen graag dat we geliefd en geaccepteerd zijn, maar we hebben vaak moeite met een term als ‘gehoorzaamheid.’ Maar in die prachtige passages in het Evangelie van Johannes waar Jezus spreekt over de liefde van de Vader, de Zoon en de Geest, en hoe wij mogen delen in die liefde van de drie-ene God (Johannes 14 en 15), draait Hij er niet omheen: vertrouwelijkheid en gehoorzaamheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie God liefheeft, is ook gehoorzaam aan God.

Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. (Johannes 14: 23)

Bedenk dus goed wat je zegt, wanneer je God ‘onze Vader’ noemt, en ‘laat uw naam geheiligd worden’ bidt.

Een afgeknipte druiventak

Maar het mooie geheim van Johannes 14 en 15 is dat die onlosmakelijke verbondenheid van vertrouwelijkheid en gehoorzaamheid ook de andere kant op werkt: wie gehoorzaam wil zijn aan God, kan niet zonder de vertrouwelijkheid met God.

Ben je hard aan het ploeteren voor God, maar neem je geen tijd om te genieten van wie Hij is? Doe je hard je best om je aan Gods geboden te houden, maar kun je je weinig voorstellen bij ‘intimiteit’ met God? Probeer je de wereld te verbeteren onder het mom van ‘het Koninkrijk zichtbaar maken’, maar leef je niet vanuit de spiritualiteit van de Geest van het zoonschap – niet vanuit de ‘adem van het gebedsleven van Jezus’?

Dan ben je als een afgeknipte tak van een druivenplant, die heel hard z’n best doet om druiven voort te brengen. Dat is vrij kansloos.

Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen,’ zegt Jezus. ‘Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven.’ (Johannes 15: 4)

Jezus maakt duidelijk: zoals de Zoon niets uit zichzelf kan doen, maar het werk van de Vader alleen kan doen als Hij in de Vader is, zo kunnen ook zijn leerlingen niets doen wanneer zij niet in hem zijn.

Voeden door liefdevolle nabijheid

Het Koninkrijksgebed van Jezus begint niet voor niets met die woorden: ‘onze Vader’. We bidden als geliefde dochters en zonen van de Vader, om tijd met hem door te brengen en te genieten van wie Hij is – ‘to gaze upon his beauty and to seek Him.’ Alleen op die manier kunnen we zo gaan leven dat zijn naam geheiligd wordt: door ons te laten voeden met zijn liefdevolle nabijheid.

‘Ik ben de wijnstok,’ zegt Jezus, ‘en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen (…). De Vader zal verheerlijkt worden, wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn’ (15: 5, 8).

 

Feest vh Koninkrijk HR

Het bovenstaande gedeelte is met toestemming overgenomen uit:

Feest van het Koninkrijk, Ronald Westerbeek,  € 12,50