Begeesterd

Begeesterd

Rikko Voorberg geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag.

Begeesterd – PopUpGedachte donderdag 8 september

Gisteravond zat ik nog tot laat aan de telefoon met een vriend te praten over geloven, hij en ik zijn beide opgevoed in de orthodoxe traditie en het irriteerde hem dat hij bij elke positieve oproep uit het christendom, ‘u bent het licht der wereld’ kwam bijvoorbeeld recent langs, gelijk een soort heilig moeten hoort. Wees het licht der wereld, anders zwaait er wat, een vertaling die gelijk alle geest en leven en energie uit die het ‘licht der wereld’ trekt. Maar hoe kom je van die reflex af? Het is net als in een relatie die beroerd loopt, opeens komt dan alles wat de ander zegt verkeerd aan, alles klinkt als een verwijt, hoezeer de uitspraken op zichzelf ook ok zijn.

Hij voelde de vrijheid en de inspiratie weer als hij las over de Chinese spiritualiteit, maar elke keer klonk er dan die waarschuwende stem in zijn achterhoofd dat hij daarmee misschien wel zijn eigen geloof, zijn ziel, zijn houvast op het spel zette. Het is datzelfde stemmetje, dezelfde reflex die mooie teksten tot eisende kijvende praat maakt en die waarschuwt dat je zonder die schelle stem en priemende ogen nóg ongelukkiger zult zijn.

Toen citeerde hij Christian Wiman, met zijn boek ‘Een heldere afgrond’ – een ongelofelijk existentieel schrijver die het donker heeft gezien en die leeft, hoopt, zoekt – rauw en eerlijk. Hij zegt: Een overtuiging die inspiratie uitsluit is de naam religie niet waard. Tenminste, dat begreep ik in het telefoongesprek gisteravond.

Vanochtend vindt er in het boek Handelingen een discussie plaats tussen gemotiveerde, diep-gelovige Joden over de begeestering voor de Jood Jezus van Nazareth die ze gevonden hebben bij de zogenaamde heidenen; mensen die niet de strikte reinheidswetten naleven, die niet zijn ‘besneden’, een diepe culturele kloof gaapt tussen hen en de Joden. Toch zijn ze gaan geloven, hebben ze de Jood Jezus van Nazareth omarmd en samen met de Joden begonnen aan die nieuwe wereld, dat koninkrijk. Maar ja, kan dat zomaar.

Dan staat Petrus op in de intense vergadering: ‘God, die weet wat er in de mensen omgaat heeft blijk gegeven van vertrouwen in de heidenen door hun de Heilige Geest te schenken zoals hij die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen.’ Ongelofelijke constatering voor de Joden, enorm verlies van hun identiteit (want identiteit vorm je nu eenmaal ten opzichte van anderen, nooit meer Nederlands dan bij het EK of WK). Petrus accepteert het omdat hij de begeestering heeft gezien. En dan wordt hij scherp: ‘ Waarom wilt u God trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen?’

Wat voor eisen stelt dat stemmetje in mijn hoofd aan anderen voor ze mij mogen inspireren? Waar moeten ze allemaal aan voldoen? Hoe moeten ze leven en welke keuzes moeten ze gemaakt hebben? Wat moeten ze allemaal op orde hebben? Petrus zegt: vraag niet van anderen, mede-reisgenoten, om op orde te hebben wat jijzelf en je traditie eigenlijk ook nooit op orde kreeg. Als je de begeestering herkent, vier dan de gezamenlijkheid.

Ik heb de geest gezien in heel veel mensen die nooit christen willen worden of maar iets ermee te maken willen hebben. Vaak is er de simpele erkenning dat Jezus van Nazareth wel ok is, zijn volgelingen worden over het algemeen minder gewaardeerd. Zoals Friedrich Nietzsche dat kon, zin fantastische analyse van het kleinburgerlijk christendom dat helemaal geen geloof is maar pure manipulatieve angst, zijn verlangen naar het grote leven, zijn omarming van het ongewisse, ik zie hem eraan kapot gaan maar man wat heeft hij veel helder gezien en nagejaagd, wat een profeet.

Hij is een geschenk voor mij. Hij is kapot gegaan aan zijn eigen denken, maar ik heb het licht gezien in zijn woorden. Waarom zou ik dan God trosteren door een juk op zijn schouders te leggen dat ik en mijn traditie niet kon dragen – de eis van gehoorzaamheid en balans en keurigheid en redelijkheid. Wij konden het niet dragen en werden een kleine conservatieve verzuilde gemeenschap, de gereformeerde kerk, gesloten en zonder boodschap aan de wijde wereld.

Hij wilde het niet dragen, barstte eruit en ging daar menstaal aan onderdoor. Fysiek ook trouwens.

Hij en mijn traditie, allebei gehavend, allebei het licht gezien en gedreven door hoop en verlangen. Ik zoek naar de geest die ik in Jezus van Nazareth meen te zien op de meest vreemde plekken. Je bent een zoeker zeggen ze en heel lang beaamde ik dat, tegenwoordig voel ik me een vinder. Er is zoveel.

Rikko liet zich vanochtend door deze teksten inspireren:

Job 31:1-23

Handelingen 15:1-11

Johannes 11:17-29